maandag 20 augustus 2018

Nooit meer een regering waarbij alles mogelijk is!

Toen Donald Trump tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, hadden veel Amerikanen de duiding van een zestig jaar oud boek nodig, omdat zij niet met die uitslag konden leven. Een boek over totalitarisme, een regeringsvorm waarmee sowieso niet valt te leven.


Bij de verkiezing van Donald Trump, eind 2016, schoot een boek naar de top van de bestsellerlijst van Amazon: “The Origins of Totalitarism” (“Totalitarisme”) door Hannah Arendt uit 1951. De Duits-Amerikaanse filosofe beschrijft hierin een regeringsvorm, die in het nazi-Duitsland onder Adolf Hitler (1933-1945) en in de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin (1929-1953) werd ingevoerd.

Volgens Arendt pleegt totalitarisme een nooit vertoonde aanslag op de menselijke vrijheid en spontaniteit en vernietigt het elke denkbare vorm van zinvol menszijn en menselijke gemeenschap. Met totalitarisme valt niet te leven. Verzet is geboden tegen de totalitaire beweging die maar op één ding uit is: wereldheerschappij.

De blijvende dreiging
Hitler en Stalin zijn allang dood. Wat is nu nog de relevantie van deze regeringsvorm? En komt er nu met Trump een totalitaire regering in de VS?
Volgens Arendt vormt het totalitarisme een blijvend gevaar. Andere regeringsvormen, zoals de democratie, de monarchie, de republiek, de tirannie en de dictatuur, hebben de mensheid niet losgelaten, dus ook het totalitarisme kan opnieuw ergens ontstaan.
Hoe ziet een totalitair systeem eruit en waarin onderscheidt dit zich van andere regeringsvormen?

Een klassenloze samenleving
Elke regeringsvorm heeft een basisgedachte en die van de nazi’s is gebaseerd op de natuur, het ras. Het ‘arische’ ras is volgens hen het meest zuivere, het Joodse het meest verachtelijke. De Jodenvervolging is dan ook hét voorbeeld van de terreur van de nazi’s.
De basisgedachte van het stalinisme is gebaseerd op dialectiek, de klassenstrijd. Dit regime wil een klassenloze maatschappij bewerkstelligen. Na de Eerste Wereldoorlog werden daarom de bestaande klassen aan de kant geschoven, zoals de koelakken, de machtige boeren van het Russische platteland. Daarna ruimde Stalin de arbeidersklasse en de bureaucratie op.

Arendt beschrijft hoe het totalitarisme onder Hitler en Stalin kon aanslaan. In Duitsland ging de bevolking gebukt onder de nasleep van de verloren Eerste Wereldoorlog, wat gepaard ging met inflatie en werkloosheid. Rusland leed onder de gevolgen van de bolsjewistische revolutie. Velen hadden het geloof in ‘de politiek’ verloren en voelden zich verlaten en totaal overbodig. Van dit gevoel van verlatenheid heeft het totalitarisme grof misbruik gemaakt.
De totalitaire beweging speelde in op de vernietiging van klassen, die werden omgevormd naar grote massa’s geïsoleerde individuen met een gebrek aan normale sociale relaties. De massa valt grotendeels samen met het grote aantal neutrale, politiek onverschillige mensen die nooit lid van een partij worden en zelden aan de verkiezingen deelnemen – een groep die door andere partijen al was opgegeven. Uit dergelijke gefrustreerde en woedende mensenmassa’s rekruteert de totalitaire beweging haar leden.

Een voedingsbodem voor het totalitarisme was ook het negentiende-eeuwse imperialisme, dat wereldwijd grote gebieden als wingewesten behandelde, de deur opende voor racisme en het ware gelaat van het kapitalisme toonde: de wereld is te koop.

Het fake news van Hitler en Stalin
Propaganda speelt een belangrijke rol om de massa’s te bespelen en het totalitaire regime aan de macht te brengen. Ideologieën worden daarbij gepresenteerd als onfeilbare wetenschappelijke voorspellingen, een mengeling van oprechtheid en leugenachtigheid. Daarmee wordt ingespeeld op de hunker van de massa naar voorspelbaarheid en consistentie. Er wordt ingegaan op de corruptie van politici, het bestaan van een mondiale Joodse samenzwering ofwel een trotskistische samenzwering (naar Leo Trotski, een Russische leider die bij Stalin in ongenade was gevallen).

Zo zei Hitler in 1939 in een toespraak: “Ik wil vandaag andermaal een voorspelling doen: als de Joodse bankiers er nogmaals in zouden slagen de volkeren in een wereldoorlog te storten, dan zal dit de vernietiging van het Joodse ras in Europa tot gevolg hebben.” In niet-totalitaire taal: het is mijn bedoeling oorlog te voeren en de Joden van Europa uit te moorden.
Ander voorbeeld: wanneer het regime stelde dat alleen Moskou beschikt over een metro, dan bedoelde het Sovjetregime dat de metro van Parijs vernietigd moest worden.

De kracht van totalitaire propaganda ligt in het vermogen om de massa’s af te sluiten van de werkelijke wereld. De nazi’s pasten vooral massapropaganda toe, inclusief grote massabijeenkomsten, terwijl de bolsjewisten zich meer op de geïsoleerde massamens richtten. Dit leidde tot een groot aantal ‘bekentenissen’ van misdaden die nooit begaan waren, maar wél werden bestraft.
Hitler en Stalin wisten het vertrouwen van de massa’s te winnen. Hitler kwam zelfs op een democratische wijze aan de macht.

De dynamiek van de totalitaire beweging
De organisatie van het totalitarisme heeft een uivormige structuur. De buitenste schil is de frontorganisatie, die bestaat uit meelopers en sympathisanten. De schil daarbinnen bestaat uit de leden van de beweging. Daarbinnen de eliteformaties en in het centrum de leider. De frontorganisatie schermt de leden af voor de ‘gewone’ samenleving, de leden schermen de elite af voor de frontorganisatie, de elite schermt de leider af voor de leden.

De ‘onfeilbare leider’ is onmisbaar voor de totalitaire beweging. In tegenstelling tot andere despotische regeringsvormen kunnen totalitaire leiders rekenen op de loyaliteit van hun entourage, ook als ze ervoor kiezen die entourage om het leven te brengen. Het ligt in de natuur van de beweging dat deze absoluut met de leider geïdentificeerd wordt. Elke erkenning van een vergissing of afzetting zou de betovering van onfeilbaarheid rond de functie van de leider verbreken en zou de ondergang betekenen van allen die met de beweging verbonden zijn.

De organisatie is voortdurend in beweging: de elite van vandaag kan morgen aan de kant worden geschoven om plaats te maken voor een nieuwe elite.
Om het regime nog minder transparant te maken, worden allerlei organisaties in de maatschappij gedupliceerd. Op vrijwel elk gebied wordt naast de officiële organisatie een schaduworganisatie gecreëerd – bijvoorbeeld geheime politie naast de reguliere politie. Daarbij geldt: hoe zichtbaarder de regeringsinstanties, hoe minder macht ze dragen, en hoe minder van het bestaan van een institutie bekend is, hoe machtiger ze uiteindelijk zal blijken te zijn.

Indoctrinatie en terreur
Eenmaal aan de macht is propaganda niet meer nodig, dan volstaan indoctrinatie en terreur om de massa onder de duim te houden. Anders dan andere regeringsvormen, vertrouwt het totalitarisme daarbij niet op het leger, maar op de geheime politie: de Gestapo en de KGB.

Totalitaire regimes doen zich graag voor als nationalistisch: eigen volk eerst. Maar dit is slechts een voorwendsel omdat dit de massa’s aanspreekt. Wat betreft de basisgedachte streefden de nazi’s niet (op basis van nationalisme) naar een zuiver Duits volk, maar naar het ‘arische’ wereldrijk, waartoe in principe ook andere nationaliteiten kunnen behoren.

Voor het totalitarisme is het belang van de massa volkomen oninteressant. Andere regeringsvormen beoordelen hun politieke daden op het nut ervan, het totalitarisme richt de eigen economie te gronde. Stalin met zijn omvangrijke zuiveringen, Hitler door de grote inspanningen een omvangrijk moordprogramma uit te voeren. De totalitaire dictator bekijkt de natuurlijke en industriële rijkdommen van elk land, het zijne inbegrepen, zoals een vreemde plunderaar het zou doen, namelijk als een voorraad om te plunderen en als een middel om de volgende stap van de agressieve expansie voor te bereiden.

De totalitaire beweging wordt niet gehinderd door partijprogramma’s of regels, er geldt slechts één norm: de wil van de leider. Die wil kan in de loop van de tijd wijzigen en moet worden geïnterpreteerd. Daar komt bij dat het totalitaire regime bij het uitvaardigen van nieuwe wetten en decreten, bestaande wetten laat bestaan. Het resultaat is volstrekte willekeur en wetteloosheid.

Het totalitarisme moet te allen tijde voorkomen dat de beweging tot stilstand komt en ‘bevriest’ tot een vorm van absolute regering. Dan raakt de wereldheerschappij uit het zicht. Door voortdurende wijzigingen in de hiërarchie wordt de expansie gaande gehouden.

Georganiseerde vergetelheid
Het totalitarisme maakt gebruik van concentratiekampen, niet als plaatsen van detentie of tewerkstelling, maar als vernietigingskampen. Ze dienen als laboratoria, waarin het fundamentele geloof van het totalitarisme dat alles mogelijk is, geverifieerd wordt. Het komt erop neer dat wie er binnengaat vernederingen en folteringen moet ondergaan en onvermijdelijk sterft door moord of verwaarlozing.
Beide regimes maakten miljoenen slachtoffers. En dat ging rigoureus: de lijken werden vernietigd, alsof de persoon nooit had (mogen) bestaan.

Het totalitarisme richt zich niet alleen op het liquideren van de oppositie, maar ook op specifieke categorieën van de bevolking: Joden, Roma, homofielen, koelakken, statenlozen, teruggekeerde krijgsgevangenen en ongeneeslijk zieken. Zij zijn ‘schuldig’ op basis van wie zij zijn, niet vanwege hun daden.
De vernietiging richt zich echter ook op de eigen groep, d.w.z. binnen de eigen gelederen maakt het bewind ook slachtoffers. Dit is een belangrijk verschil met andere despotische regimes: niemand blijft gevrijwaard van vervolging.

Arendt wijst erop dat het totalitarisme alleen van de grond kan komen in landen met een relatief omvangrijke bevolking, vanwege het grote verlies aan mensenlevens dat ermee gepaard gaat. Het nazisme was volgens haar minder consistent en meedogenloos dan de Russische tegenhanger vanwege de kleinere bevolking. In kleinere landen kan zich wél een dictatuur vestigen, maar vanwege de grote bevolking maken India en China een grotere kans op een totalitaire regering.

Donald Trump totalitair?
Er zijn in dit verband enkele zaken over Trump te zeggen:
  • Vanwege de achterdocht van een groot deel van de Amerikaanse bevolking tegen de gevestigde orde kon nieuwkomer Trump de verkiezingen van Hilary Clinton winnen. 
  • Trump wist bij zijn verkiezing een nieuwe groep aan te spreken, die voordien niet of zelden meedeed aan verkiezingen.
  • Sinds zijn aantreden heeft Trump een groot deel van zijn kabinet vervangen.
  • Trump wordt regelmatig betrapt op onwaarheden, waarmee hij de feiten naar zijn hand wil zetten. Zo wekt hij een zelfbeeld van onfeilbaarheid.
  • Is het nationalisme van Trump – “America First” – een voorwendsel voor een heel ander beleid?

Ik denk niet dat Trump de wereld de verschrikkingen van een totalitair regime wil aandoen. Zorgelijk zijn echter de voortdurende aanvallen van de president op met name de pers, volgens hem “de vijand van het volk”. NRC Handelsblad wees op het totalitaire karakter van deze uitspraak en prees het initiatief van The Boston Globe om daartegen stelling te nemen (lees “Amerikaanse pers laat zich niet stil en zwijgend verketteren”, 16 augustus 2018).
We blijven de ontwikkelingen in de Verenigde Staten aandachtig volgen.


Lees ook “Drie activiteiten die het menselijk bestaan de moeite waard maken” over “De menselijke conditie” (1958) door Hannah Arendt.

maandag 13 augustus 2018

DSM from commodities to higher added value

In 1982, DSM recorded a big loss for the first time in its history. Moreover, the days of growth in bulk chemicals were over, products that were produced at today’s Chemelot Industrial Park. That’s why the company became committed to consolidation and rationalization in bulk chemicals, and to growth in knowledge-intensive, high-profit products.

 Raw materials plant for Dyneema

Initially, research budgets were cut and the number of researchers was reduced. Only when DSM had recovered from the 1982 loss, innovative research could take off again. This research focused on biotechnology and high-performance materials.

Dyneema
The principle behind Dyneema, a super strong fiber, was discovered by accident around 1963. DSM researchers were using stirring gear to obtain a polyethylene solution of uniform temperature when they noticed that polyethylene crystals formed on the stirrers. Further research led to polyethylene fibers: Dyneema. However, no one had any idea how to use these fibers and no process was available for industrial-scale production. In 1979, DSM applied for a patent on a spinning process, but the company lacked the required know-how in the fields of spinning, application development, and marketing. A partner that did have this know-how was sought and found in Toyobo, a Japanese company with which a joint venture was formed in 1986. In the meantime, US-based Allied Signal had developed a spinning process of its own, based on a license from DSM.
In 1990, the production of Dyneema was started at De Beitel, an industrial site near Heerlen, the UHMW-PE (ultrahigh molecular weight polyethylene) feedstock being produced in a plant at Chemelot. Toyobo sold the fiber mainly in the Far East, New Zealand and Australia, while Allied sold it especially in the United States, and DSM in the rest of the world.
Dyneema is a strong, stiff, and light-weight fiber that is resistant to UV radiation and many chemicals. It proved to be a suitable alternative for other materials in existing applications. At the start of the Dyneema production, three markets were distinguished: ropes and cables, protection against bullets, and in composites (such as helmets, tennis rackets, and skis). Dyneema also found application in other markets and developed into a success story.

Aspartame
DSM hit upon an opportunity to start producing aspartame, a sweetener that is about 200 times as sweet as beet sugar while having a lower calorie count. Aspartame had been discovered in 1965 by the US company Searle. It took a lot of effort to get this product approved for use as a food ingredient since there were doubts about its safety. France was the first country to allow its use, in 1979. Searle (after 1985 Monsanto) afterwards sold aspartame under the name of NutraSweet, which was used mainly in soft drinks. Searle had obtained patent protection for the product in many applications.
As part of its lysine research efforts (read “How DSM developed into a chemical company”), DSM had also worked on aspartame since 1966, resulting in a patent on an aspartame process in 1972. The product consisted of so-called ‘chiral molecules’, molecules that are each other’s mirror image, one of them having a sweet taste and the other tasting bitter. In 1985, DSM formed a joint venture with Tosoh from Japan: the Holland Sweetener Company. Tosoh had found a method to produce only the sweet aspartame fraction with the help of an enzyme – as in the case of lysine, biotechnology had won the day over chemistry. In 1988, after Searle’s patent for the European market had expired, a plant was started at Chemelot.
In 2006, the production of aspartame was stopped in the face of fierce competition from Asia, particularly China – aspartame had become a commodity.

Andeno
In 1987, DSM took over fine chemicals producer Andeno at Venlo, the Netherlands, from Océ-Van der Grinten. Since then, DSM’s history is no longer confined to Chemelot. Other takeovers (outside Geleen) followed, for example, Gist-Brocades (1998), Roche’s Vitamins & Fine Chemicals division (2003), Martek (2011), ONC, Kensey Nash, Fortitech (2012), Tortuga (2013), and Aland (2015).

Stanyl plant

Stanyl
In the 1980s, bulk chemicals research focused on energy efficiency and lower feedstock consumption. Much research was also dedicated to alternative production processes for caprolactam, ammonium sulfate, and melamine. However, the use of these processes in existing plants or the replacement of existing plants turned out unprofitable.
One diversification on the basis of acrylonitrile was the development of nylon 4.6. Named Stanyl, this engineering plastic combines a high temperature resistance with a good impact resistance. It was used mainly in electronics. Commercial production started in 1990. Stanyl is a nylon, in contrast with caprolactam, which is a nylon feedstock.

Carbolim
In 1985, Air Liquide and ACP set up a joint venture called Carbolim, which became the first ‘third-party’ company on the site, besides DSM. The joint venture operated a CO2 production plant at Chemelot, this CO2 being a byproduct of the ammonia synthesis. The carbon dioxide is used for instance in soft drinks and mineral water, for inertizing tanks and processes, to stimulate plant growth in greenhouses, and for plastic foaming.

PVC plant

First divestment: LVM
In 1988, DSM sold its 1972 PVC plant (read “How DSM made a big leap forward”), as the Limburgse Vinyl Maatschappij (LVM), to the Belgian company Tessenderlo Chemie – this being the first in a series of divestments that would continue until 2015. The transaction was inspired by the growing public resistance towards PVC, after problems with dioxin emissions from PVC waste, fed to waste incineration plants.
In 2011, the PVC activities of Tessenderlo Chemie were taken over by the British company INEOS ChlorVinyls. Today, the plant is part of the vinylchlorides company Vynova, a ICIG company with plants at Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn, and Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is a Luxembourg-German industrial investment company, that also owns Enka (formerly AkzoNobel).

The raw materials plant for Dyneema and the Stanyl plant at Chemelot are still owned by DSM, be it that the UHMW-PE plant is operated by SABIC personnel. The former Holland Sweetener Company warehouse is now part of Brightlands Chemelot Campus, where the cleanrooms of Lonza Nederland and Chemelot InSciTe are located. A few years ago, DSM shut down the Venlo site.

Read also “How it started underground”, “The first transition: from coal to chemicals”, and “When it went darker than in a mine shaft”.
This is a repost of my (Dutch) April 9, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 6 augustus 2018

Hoe het begon met Chemelot

Eind 2000 lanceerde DSM een nieuwe strategie: Vision 2005. Dit had grote gevolgen voor het toenmalige DSM-terrein in Geleen. Lees hoe daarmee Chemelot tot stand kwam.

 Polyvinyl butyral hars fabriek

Met Vision 2005 sloeg DSM de weg in van bulkchemie en polymeren naar specialty products in performance materials, health en nutrition en tegelijkertijd naar verdere internationalisering. Het meest ingrijpende aspect aan deze koerswijziging was de verkoop van de petrochemie, dat ruwweg de helft van DSM’s activiteiten in Geleen omvatte. In 2002 werd deze activiteit aan de Saudi-Arabische onderneming SABIC verkocht: op 1 juli van dat jaar werden de activiteiten overgedragen.

Daarmee ontstond een nieuwe situatie: twee grote spelers op één industrieterrein, DSM en SABIC. DSM verwierf de middelen om zijn ambities in de life sciences en material sciences te realiseren en daardoor minder gevoelig te worden voor cyclische schommelingen in omzet en winstgevendheid. SABIC steeg in één klap van de 22e naar de 11e plaats op de wereldranglijst van petrochemische industrieën.


Introductie “Chemelot
De naam Chemelot heeft connotaties met chemie, lot (plaats) en uiteraard Camelot, het mythische kasteel van koning Arthur (lees “De perfecte mix van licht en donker”). Aangezien zowel DSM als SABIC op de locatie gevestigd waren, werd sinds 2002 de naam Chemelot gebruikt. Chemelot omvat het Industrial Park en de Campus.

Het jaar 2005 kan gelden als het échte startpunt voor Chemelot. Na de overname van de petrochemie door SABIC werden de stafafdelingen van de resterende DSM-onderdelen tijdens operatie Copernicus ingrijpend gereorganiseerd (2002-2004). In 2004 leidde dit tot een protest van de vakbonden, die beducht waren voor een vergaande afbouw van DSM in Zuid-Limburg. Nog in datzelfde jaar DSM sloot een convenant met de gemeente Sittard-Geleen, de Provincie Limburg en de vakbonden. Het convenant zette in op de ontwikkeling van het voormalige DSM-terrein tot een open industrieterrein voor chemische productie, onderzoek en ontwikkeling. Er werden doelen gesteld voor het aantrekken van nieuwe bedrijven en het scheppen van nieuwe werkgelegenheid in de periode 2005 tot en met 2008.
Vandaar: 2005 als startpunt voor Chemelot.

Chemelot Campus
De strategie van DSM had ook invloed op DSM Research in Geleen. De onderzoeksactiviteiten werden gedecentraliseerd naar de business. De meer algemene activiteiten, waaronder analyse, werden verdeeld over afdelingen die voortaan onder eigen namen, zoals DSM Resolve, naar buiten traden. De naam DSM Research verdween, de onderzoekslocatie werd voortaan als Chemelot Campus aangeduid. Dit werd de plaats waar DSM, SABIC en steeds vaker ook andere bedrijven hun (nieuwe) activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling vestigden en uitvoerden – tot op heden (en sinds 2014 als Brightlands Chemelot Campus).

Naar een open chemiepark
DSM investeerde vanwege het convenant in acquisitie en vastgoed. De gemeente Sittard-Geleen investeerde in infrastructuur, onder andere in een vernieuwde toegang (Gate 2) tot de Chemelot Campus, de ‘Gate to Innovation’, geopend in 2008. En in de Prof. Van Krevelenstraat, die in datzelfde jaar een openbaar toegankelijk deel van het Chemelot-terrein van 27 ha ontsloot. Mammoet bouwde er in 2012 een nieuw bedrijfspand. In samenwerking met Industriebank LIOF richtte DSM speciaal voor de ontwikkeling van Chemelot het kapitaalfonds Limburg Ventures op.

In 2009 kon worden vastgesteld dat de doelstellingen in het convenant ruimschoots waren gerealiseerd. De meest opmerkelijke acquisitie was het Japanse chemieconcern Sekisui S-Lec, dat op Chemelot een nieuwe fabriek bouwde voor polyvinyl butyral hars, een grondstof voor folies voor bijvoorbeeld veiligheidsglas, zoals autoruiten. Deze fabriek ging in 2006 in productie en in 2010 werd de capaciteit verdubbeld.

Sitech Services
In 2007 besloot DSM om een groot deel van de resterende bulkactiviteiten te verkopen, activiteiten met een zwaartepunt op Chemelot. De focus van DSM kwam zo nog nadrukkelijker te liggen op voedings- en gezondheidsproducten en hoogwaardige materialen.
Voordat deze verkoop z’n beslag kreeg werden de ondersteunende diensten (DSM Manufacturing Center DMC) ondergebracht in een nieuwe entiteit: Sitech Services (2009). De aandeelhouders van Sitech zijn DSM en de ondernemingen die na 2002 eigenaar werden van de fabrieken die DSM op het Industrial Park overhield na de verkoop van de petrochemie aan SABIC (SABIC is geen aandeelhouder).
Enerzijds ondersteunt Sitech deze fabrieken met uiteenlopende diensten, zoals het onderhoud. Anderzijds verleent Sitech diensten aan de locatie als geheel, met name de bedrijfsbrandweer, de beveiliging en de algemene infrastructuur (wegen, spoorwegen, kolommenbanen, rioleringen) en afvalwaterzuivering. Met de vorming van Sitech Services werd voorkomen dat de expertise teveel zou versnipperen en te duur zou worden.

Governance: CSP
Ook op het gebied van governance werd een structuur geschapen. Met het bevoegd gezag voor de milieuvergunning (inmiddels omgevingsvergunning), de Provincie Limburg, werd overeenstemming bereikt over één zgn. koepelvergunning voor de gehele locatie. De afzonderlijke fabrieken en installaties kregen een onder die koepel vallende deelvergunning; er zijn ongeveer vijftig deelvergunningen. De vergunninghouder van de koepelvergunning was een speciale rechtspersoon, de Chemelot Site Permit B.V. (CSP), met als aandeelhouders SABIC, Sitech Services, de overige deelvergunninghouders – verenigd in de Vereniging Overige Site Users (VOS) – en DSM Nederland (Chemelot, als eigenaar van de grond). In 2007 werd één loket ingesteld voor rechtstreeks contact tussen CSP (namens de Chemelot-bedrijven) en de Provincie Limburg.
Daarnaast werd een Policy Board ingesteld, bestaande uit de directie van CSP, voor het vaststellen van het interne beleid voor de bedrijven op Chemelot, zoals vastgelegd in onder meer de Site Regelgeving.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie”, “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”, “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”, “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”, “DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde” en “Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken”.

maandag 9 juli 2018

Niet alleen competitief en duurzaam, ook veilig

Bij de groeiambities van het industriecomplex Chemelot horen ambitieuze veiligheidsdoelstellingen. Daarom is volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid een meer strategische aanpak nodig voor de verbetering van de procesveiligheid van de chemische installaties op deze site.


28 December 2016 was voor mij een Kennedy-moment, zo’n gebeurtenis waarbij je je voor altijd herinnert waar je was toen je erover hoorde. Jij weet vast nog waar je was op 9/11, de aanslag op de Twin Towers in New York in 2001. Eind 2016 was dit de brand in de naftakraker 3 op Chemelot: wij maakten toen een wandeling nabij Gronsveld. Een goede vriend had toen als procesoperator dienst en tijdens de jaarwisseling zaten we in spanning over de toestand van de twee zwaargewonden, van wie kort daarna één overleed.

Dit ernstige voorval, tezamen met andere voorvallen in 2015 en 2016, was aanleiding voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid om te onderzoeken op welke manier partijen op Chemelot de veiligheid beheersen en welke tekortkomingen en kwetsbaarheden er zijn. Op 21 juni 2018 publiceerde de Onderzoeksraad het rapport “Chemie in samenwerking: Veiligheid op het industriecomplex Chemelot” met belangrijke aanbevelingen.

Ambitieuze veiligheidsdoelstellingen
Volgens de Onderzoeksraad is Chemelot om drie redenen bijzonder:
  1. Chemelot is gesitueerd in een dichtbevolkt gebied
  2. Chemelot beschikt over een overkoepelende omgevingsvergunning voor alle bedrijven op het complex
  3. Op de site ligt de Brightlands-campus voor chemie-gerelateerd onderzoek en onderwijs (2.500 onderzoekers en studenten).
De groeiambities van de partijen op Chemelot maken de beheersing van de procesveiligheid urgenter. Temeer omdat het ontwerp van de chemische fabrieken dateert uit de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw (het thema ageing, veroudering). De Veiligheidsraad verwacht dan ook dat de bedrijven op Chemelot proactief nagaan hoe de procesveiligheid kan worden verbeterd door de installaties aan te passen aan de actuele stand van de techniek.
Dit is een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke chemiebedrijven (met name SABIC, Fibrant, OCI Nitrogen, Borealis, ARLANXEO, AnQore, DSM Engineering Plastics, Sitech Services, Vynova, Polyscope, Air Liquide en Sekisui S-Lec *), alsmede Brightlands Chemelot Campus) én een collectieve verantwoordelijkheid. Het is zaak om ambitieuze veiligheidsdoelstellingen te formuleren en deze te integreren in “Visie Chemelot 2025” (lees hierover “Hoe Chemelot meer kansen biedt”). De samenwerkende partijen moeten ook op een onafhankelijke manier scherp worden gehouden bij het realiseren van die veiligheidsdoelstellingen.

Rol van bevoegd gezag
De Provincie Limburg behartigt volgens de Onderzoeksraad drie belangen in relatie tot Chemelot:
  1. Bevoegd gezag, waarmee het publiek belang van de veiligheid op Chemelot wordt behartigd
  2. Publiek aandeelhouder van de Brightlands-campus, in het kader van het economisch beleid
  3. Subsidieverlener, bijvoorbeeld bij projecten gericht op duurzaamheid.
Volgens de Onderzoeksraad kan de Provincie Limburg de veiligheid op Chemelot bevorderen door zelf expliciete veiligheidsambities voor Chemelot vast te stellen. Deze ambities moeten dienen als toetssteen bij de verdere ontwikkeling van Chemelot. Het is zaak dat de provincie samenwerkt met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, wat moet leiden tot een gezamenlijke visie op de planologische ontwikkeling op en rond Chemelot, waarbij de veiligheid centraal staat.

Afweging van belangen
De Onderzoeksraad vraagt expliciet aandacht voor een goede afweging tussen de belangen van (nieuwe) activiteiten op de site, met name de campus, en de veiligheidsrisico’s voor de mensen die er aanwezig zijn. De raad adviseert om de aanwezigheid van mensen zoveel mogelijk te beperken.

De aanbevelingen voor Chemelot gelden volgens de Onderzoeksraad eveneens voor andere clusters met zware chemische industrie. Ook elders in Nederland moet naast ambities op het gebied van verduurzaming aan veiligheidsambities een prominente plek worden gegeven.
Een laatste aanbeveling heeft dan ook betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving voor chemieclusters in het algemeen. Er is meer aandacht nodig voor het beheersen van risico’s op domino-effecten tussen bedrijven en voor het beperken van activiteiten die daar niet noodzakelijkerwijs hoeven plaats te vinden. En vanwege het thema ageing is meer aandacht nodig voor de risico’s van verouderde ontwerpen en installaties.

Voor veel Limburgers is 7 november 1975 een Kennedy-moment: toen was op het huidige Chemelot de explosie in de naftakraker 2, waarbij 14 medewerkers verongelukten. Deze ramp heeft ertoe geleid dat de procesveiligheid sterk werd verbeterd. Voortaan werden reactorvaten afgesloten van de open lucht en door middel van stikstof geïnertiseerd, waardoor het risico op een explosie afnam.
Met het rapport van de Onderzoeksraad in handen moeten nu verdere stappen op het gebied van veiligheid gezet worden.

Het rapport “Chemie in samenwerking: Veiligheid op het industriecomplex Chemelot” is online beschikbaar op de website van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Hierin vind je ook de conclusies van de Onderzoeksraad over de ernstige voorvallen in 2016 (lees “Waarom er nu geen maatregelen genomen worden” over de voorvallen in 2015).
*) Een actueel overzicht van zgn. BRZO-locaties in Nederlands is online beschikbaar: www.brzoplus.nl/brzo/bedrijven.

maandag 25 juni 2018

Herinneringen aan een verdwenen dorp

Eens verkende ik met Google Earth een dorp dat ooit op het huidige Chemelot lag. Later maakte ik kennis met enkele oud-inwoners. En nu beschik ik over een boek over Oud-Kerensheide.

Plaatsnaambord Kerensheide

Van jongs af aan heb ik belangstelling voor atlassen, ook voor de online atlas Google Earth. In “Op zoek naar een verdwenen dorp” vestigde ik met de hulp daarvan je aandacht op het dorpje Oud-Kerensheide, dat vroeger op Chemelot stond. Het was een ‘fabrieksdorp’, waar medewerkers van de Staatsmijnen, zowel ondergronds en technisch personeel woonden.

De ligging van Oud-Kerensheide op Chemelot

Door de ontwikkelingen van het huidige Chemelot-terrein, met name de bouw van de naftakraker Olefins 4, moest het dorp worden afgebroken. Tegenwoordig kun je van bewoning geen spoor meer terugvinden, alleen de bomen geven nog een beeld van het oude stratenpatroon.

Herinneringen aan Oud-Kerensheide
Later maakte ik kennis met enkele oud-inwoners van Oud-Kerensheide, François Toussaint en de gebroeders Hans en Guus Knibbeler. Het verslag van eerstgenoemde van hun bezoek aan de locatie deelde ik via “Oud-Kerensheide opnieuw bezocht”.

Herinneringen aan Oud-Kerensheide

Door die twee artikelen over het verdwenen dorp kwam ik onlangs opnieuw in contact met twee oud-inwoners: Hennie Rooijackers en Jos Graff. De eerste heeft, samen met Ton Macco, een boek over zijn geboortedorp samengesteld: “Herinneringen aan Oud-Kerensheide”.

In dit boek vind je de geschiedenis van het dorp, de betekenis van Staatsmijn Maurits, beschrijvingen van het dagelijks leven en dierbare herinneringen van enkele oud-inwoners, rijk geïllustreerd met oude foto’s.

Stratenplan Oud-Kerensheide

Ontstaan en de ondergang van Oud-Kerensheide
Wat betreft de geschiedenis van het dorp: in 1820 gaf Jonkheer Kerens de Wolfrath opdracht om een grote Romaanse boerderij te bouwen op de uitgestrekte Beekerheide: de Kerenshof. Op die heide graasde voortdurend een grote kudde schapen die werd gehoed door Jacobus Vranken. Volgens de overlevering zou hij op 24 mei 1940 temidden van zijn kudde zijn overleden.

Na 1914 werden door de Staatsmijnen omvangrijke terreinen aangekocht voor de bouw van de Staatsmijn Maurits en ook de Kerenshof werd staatseigendom. Op 1 januari 1926 ging de Staatsmijn Maurits in bedrijf (lees “Hoe het onder de grond begon”).
In 1918 werden de eerste woningen van Oud-Kerensheide gebouwd voor mensen die meewerkten aan de bouw van de mijn. In de periode 1929-1930 werd het dorp uitgebreid. In 1941 werden enkele ingenieurswoningen bijgebouwd en in 1947-1948 volgden nog achttien Oostenrijkse woningen (uit hout). Er waren enkele cafés en winkels, een bakker, een transportbedrijf en een houthandel; voor scholen moest de jeugd naar de omliggende plaatsen.

Tijdens het bombardement van Geleen op 5 oktober 1942 (lees "Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht") brandden een winkel en een café volledig af. Deze panden zijn nooit herbouwd.
Zondag 7 november 1943 is de zwartste bladzijde in de geschiedenis van Kerensheide geworden. Een geallieerd vliegtuig liet tijdens een luchtgevecht zijn bommen op het dorp vallen. Hierdoor werden twee inwoners dodelijk getroffen en drie raakten er gewond.

 Monumentale boerderij Kerenshof

Vanwege de ontwikkeling van de chemische industrie (lees “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde” en “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”) en de overlast die de fabrieken veroorzaakten, besloot DSM om het dorp te slopen. Dat begon in 1967 met de afbraak van de Kerenshof. Van 1972 tot 1975 werden de overige woningen gesloopt. De bewoners ontvingen een magere tegemoetkoming in de verhuiskosten; de gedwongen verhuizing deed hen veel verdriet.

Het gebied waar Oud-Kerensheide ooit stond, is nu grotendeels afgerasterd en achter het prikkeldraad lopen grote grazers. Waarschijnlijk zijn het runderen van een ander ras dan indertijd op de Kerenshof werden gehouden.

Het boek “Herinneringen aan Oud-Kerensheide” (2001) kun je – met permissie van de samenstellers - hier downloaden.

maandag 18 juni 2018

De gemeente steekt in op duurzaamheid

Voor 2018-2022 zijn in Sittard-Geleen nieuwe wethouders geïnstalleerd. Wat zijn de plannen met betrekking tot chemiepark Chemelot en onderzoekscampus Brightlands in hun gemeente? Het coalitieakkoord geeft de richting aan.


In Sittard-Geleen sloten GOB, GroenLinks, DNA, SP, VVD, PvdA en SPA op 31 mei 2018 het coalitieakkoord “Samen duurzaam: samenwerken aan een gezonde gemeente”, ruim twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart. De coalitie wordt dus gevormd door zeven van de twaalf fracties in de raad (lees voor hun standpunten inzake Chemelot en Brightlands “De kiezer aan zet in de gemeente”).

Met het oog op Chemelot en Brightlands zijn er in het coalitieakkoord twee dingen die opvallen, veel nadrukkelijker dan vier jaar geleden (zoals je kunt lezen in “Hoe krijgt het nieuwe college ons aan het werk?”):
  1. De economie in de gemeente is meer dan alleen chemie
  2. De trend naar duurzaamheid wordt ingezet.
Oftewel: de coalitie stimuleert de economie, maar stelt harde voorwaarden aan de gevolgen voor de leefbaarheid en aan de duurzaamheid.

Bredere focus op economie en werkgelegenheid
De economie in Sittard-Geleen bloeit, maar de kansen beperken zich niet tot Chemelot, VDL en logistiek. Zo bieden volgens de coalitie de historie van de gemeente, de groene omgeving en het aantrekkelijke buitengebied volop kansen voor groei in toerisme en vrijetijdseconomie. Daarmee kan de gemeente meer diversiteit in de economie aanbrengen.

De coalitie ziet graag dat de inwoners ambassadeur worden voor hun gemeente, wat moet leiden tot een toenemende belangstelling van nieuwe inwoners (zoals kenniswerkers), bedrijven en toeristen.*) Voor de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie zal de coalitie het overleg tussen ondernemers en natuurorganisaties stimuleren.

Onderwijs
De coalitie gaat in de Triple Helix in gesprek met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven over de afstemming van leerlijnen op de behoefte in de arbeidsmarkt. De coalitie richt zich daarbij op automotive, logistiek en techniek.

Duurzaamheid
De coalitie acht duurzaamheid van groot belang. De toenemende belasting op de leefomgeving en het milieu vormt namelijk een keerzijde van de groeiende economie in de gemeente. Bovendien worden door nationale wetgeving en internationale afspraken eisen op dit gebied gesteld. Het einddoel is een energie- en klimaat-neutrale gemeente in 2040.

De coalitie weet dat ook voor Chemelot duurzaamheid essentieel is. Enerzijds waar het gaat om de energietransitie en het gebruik van grondstoffen en anderzijds als leverancier van innovatieve oplossingen voor de duurzaamheidsvraagstukken in de maatschappij. De coalitie verwijst naar de “Visie Chemelot 2025” met de opgaven en programma’s voor het chemiepark (lees “Hoe Chemelot meer kansen biedt”). De coalitie zoekt de verbinding met Chemelot om kennis en oplossingen uit te wisselen, om informatie en voorlichting te geven aan de inwoners en om innovaties te stimuleren. Bijvoorbeeld middels living labs waar oplossingen kunnen worden gepresenteerd en in de praktijk uitgetest.

Aanleg van Het Groene Net in Sittard

Het Groene Net
Het Groene Net is een stadsverwarmingsnetwerk voor woningen en kantoren in de gemeente, waarbij warmte uit biomassa en (in de toekomst) restwarmte van Chemelot worden gebruikt. De coalitie wil Het Groene Net nog meer prioriteit geven en de uitrol daarvan waar mogelijk versnellen. Mits dit voor alle inwoners betaalbaarheid is.

Campusontwikkeling
Voor de toekomstige ontwikkeling van Brightlands Chemelot Campus wordt uitbreiding naar het gebied De Lexhy overwogen. Voor dit gebied volgt de coalitie de visie die is vastgelegd in de “Visie Chemelot 2025” en die voorziet in kantoren en campusfaciliteiten, waaronder R&D-faciliteiten, zoals kleinschalige productiefaciliteiten voor pilots. De coalitie accepteert echter geen geluidsoverlast en verkeersproblemen en eist natuur in Graetheide ter compensatie. Graetheide blijft groen!

Blijven de sirenes loeien?
Als deelnemer aan de Veiligheidsregio vraagt de coalitie aandacht voor de communicatie en samenwerking in de Euregio en zoekt het met Chemelot naar innovatieve alternatieven voor de sirenes die gaan verdwijnen (lees “Weet jij wat je moet doen?”).

Regionale samenwerking
De coalitie zet zich in voor regionale samenwerking en participeert onder meer in de volgende processen:
  • Economische Samenwerking Zuid-Limburg (ESZL): www.eszl.nl.
  • Strategisch actieplan: Randstad Zuid-Limburg: een eerste aanzet voor een Stedelijk Netwerk Zuid-Limburg” door Luc Soete (februari 2018).

Het nieuwe college
Het nieuwe College van Burgemeester & Wethouders van Sittard-Geleen wordt gevormd door burgemeester Sjraar Cox en de wethouders Pieter Meekels (GOB), Leon Geilen (GOB), Kim Schmitz (GroenLinks), Jos Bessems (DNA), Felix van Ballegooij (SP), Eefje Joosten (VVD) en Berry van Rijswijk (GOB). Dit betekent dat PvdA en SPA niet met een wethouder in het college zijn vertegenwoordigd.

* Met mijn artikelen kwijt ik me regelmatig van mijn rol als ambassadeur voor de gemeente, zoals “De ondernemende stad op de kaart in 8 stappen” en “De macht van de dagelijkse dingen geëtaleerd”.

Het coalitieakkoord 2018-2022 “Samen duurzaam: samenwerken aan een gezonde gemeente” is online opvraagbaar.

maandag 11 juni 2018

How DSM made a big leap forward

After DSM had developed into a chemical company in the 1950s and 1960s and the mines had been closed for good, things such as rising labor costs, safety and environmental pollution became increasingly important at today’s Chemelot. In addition, profitability was under pressure. That’s how DSM entered the 1970s.


Acrylonitrile plant

As in those days – the 1970s – profitability was under pressure, research budgets, particularly those for fundamental research, were slashed – partly motivated by the lysine debacle (read “How DSM developed into a chemical company”), but also in line with the trend in the chemical industry.

Demand-driven diversification
The DSM management decided on a big leap forward on the foundation of the chemical activities in the 1950s and 1960s. In this context, DSM aimed at demand-driven diversification through acquisition of technology or companies. From now on, market developments were taken into account in the decision to build a production facility.
DSM started with the production of acrylonitrile (CAN, feedstock for acryl fibers, 1969) and the plastics polyvinyl chloride (PVC, 1972), polypropylene (PP, 1977), and acrylonitrile-butadiene-styrene (ABS, 1974). The plants were built on the basis of purchased technology that was improved by DSM. Sales of plastics took a great flight, and therefore two new crackers were built in the 1970s (naphtha crackers 3 and 4) to supply the raw material (ethylene and propylene).
In 1976, the name of the Central Laboratory was changed into CRO (Corporate Research and Patents department), which in 1985 became DSM Research. Today, this is called Brightlands Chemelot Campus.

Fine chemicals
The lysine research of the ‘60s became the basis for DSM’s activities in fine chemicals. These products are used in, for instance, food ingredients, medicines, and agricultural chemicals. Fine chemicals are somewhere in between special products (small production facilities for several products) and bulk chemicals (large plants for a single product). This development resulted in the production of products such as benzaldehyde (for flavors, 1972), phenylglycine (an amino acid used in medicines, 1972), pyridine (from acrylonitrile, for agricultural chemicals, 1977), alpha-picoline (for agricultural chemicals, 1977) and amino acids (initially D-valine, 1988). Use was also made of biotechnology, which means that enzymes were applied as catalysts for chemical processes.
In spite of these positive developments, fine chemicals remained a niche in DSM’s sales. The production of alpha-picoline was terminated in 2010.

Water purification
The research conducted in the 1970s also focused on the environment, more specifically the effects of the chemical operations on the water quality of the Maas river. Already in the 1960s, DSM had built a waste water purification plant, the Pasveersloot (near Stein). In 1977, a new waste water purification plant (near Meers) was commissioned. The microbiological research that had led to this plant formed the basis for further biotechnological research.

In addition, measures were taken to reduce the brown plume rising up above the site, which was visible from miles away. The brown color was caused by nitrogen oxides released in particular from the nitric acid plant. Currently, denox equipment prevents these emissions. Sometimes these plumes can still be seen when a plant is started or stopped. Then the denox equipment is not at the right temperature and a limited amount of nitrogen oxides is released.

Urea and melamine
Corrosion problems triggered the decision to combine urea and melamine production (1970). Two oil crises in the 19070s made it attractive for oil-producing countries to start producing chemicals themselves, in particular urea (as fertilizer). DSM increasingly concentrated on the West European fertilizer market, where hardly any urea was sold. That’s why DSM rather used urea as a raw material for melamine.

The ACN plant is now owned by AnQore, manufacturer of "Smart Materials". AnQore is part of the ChemicalInvest Holding, which is part of the investment company CVC Capital Partners. CVC is also the owner of companies such as Avast (security software), Breitling (watches) and Douglas (perfumery chain).
The PVC plant now belongs to Vynova, a division of ICIG, which specializes in vinyl chlorides, with factories at Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn, and Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is a Luxembourg-German industrial investment company, also the owner of Enka (previously AkzoNobel).
The PP plant is owned by the Saudi company SABIC, one of the largest chemical companies in the world. Last year, the former Minister of Economic Affairs, Henk Kamp opened SABIC’s pilot plant for polypropylene at Brightlands Chemelot Campus. This shows that a product that has been produced since 1977 still requires research.
The ABS plant was sold to BASF in 1999; a few years later production was terminated.

Read also “How it started underground”, “The first transition: from coal to chemicals” and “When it went darker than in a mine shaft”.
This is a repost of my (Dutch) January 15, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 4 juni 2018

Hoe Gelderland ook mij mooie – culturele – streken leverde

De Achterhoek is niet alleen aantrekkelijk vanwege het mooie coulisselandschap, ook liefhebbers van kunst en cultuur komen er aan hun trekken. Ik geef je drie interessante plaatsen.


Kasteel Ruurlo

Museum MORE
Middenin Gorssel staat een gebouw dat in dit dorp qua omvang uit de toon valt: Museum MORE voor modern realisme. Het museum is dankzij zakenman en mecenas Hans Melchers tot stand gekomen. Toen wij er waren werden vier Nederlandse schilders uitgelicht: Floris Verster, Jan Mankes, Dick Ket en Henk Helmantel. Dit zijn kunstenaars die, met oog voor detail, de zichtbare werkelijkheid als uitgangspunt nemen. Door de overheersende abstracte stroming van hun tijd kregen ze niet altijd erkenning vanwege hun ambachtelijkheid en techniek; men vond dat ouderwets.

Donkere pioenen in een aardewerken pot
Floris Verster (1890)

Floris Verster (1861-1927) woonde sinds zijn huwelijk in 1892 op landgoed Groenoord bij Leiden. Tot zijn werk behoren uitbundige bloemstillevens en landschappen. De schilder verdronk in de vijver in de achtertuin van het landgoed.

Gemberpot met tulpen
Floris Verster (1913)

Zelfportret
Floris Verster (1921)

Bomenrij
Jan Mankes (1915)

De schilder en graficus Jan Mankes (1889-1920) was getrouwd met Anne Zernike, de eerste vrouwelijke predikant van Nederland. Hij schilderde vooral de natuur. Omdat zijn werk een zekere stilte uitstraalt, werd hij wel “Hollands meest verstilde schilder” genoemd. Hij overleed aan tuberculose.

Jonge witte geit
Jan Mankes (1914)

Zelfportret
Jan Mankes (1915) 

Dubbelportret van de schilder en zijn vader
Dick Ket (1929/1940)

Dick Ket (1902-1940) was door ziekte aan huis gebonden. Daarom schilderde hij voorwerpen die in zijn ouderlijk huis voorhanden waren. Hij geloofde in twee tegengestelde werelden: de materiële en de geestelijke wereld. Daarom waren ook de dode voorwerpen in zijn schilderijen volgens hem bezield.

Stilleven (met viool)
Dick Ket (1932)

Zelfportret met baret
Dick Ket (1933)

De zuidbeuk van de St. Nicolaaskerk in Monnickendam
Henk Helmantel (1988)

De Groningse fijnschilder Henk Helmantel (1945) behoort tot de Noordelijke realisten en in zijn leven en werk staat het christendom centraal. Hij schildert veel interieurs van kerken en kloosters en stillevens van eenvoudige gebruiksvoorwerpen. In 2008 werd Helmantel ‘Kunstenaar van het Jaar’.

De grote druiventros
Henk Helmantel (1992)

Zelfportret
Henk Helmantel (1968)

Landschap met zeven beelden
Carel Willink (1941)

Kasteel Ruurlo
Even buiten Ruurlo staat Kasteel Ruurlo, dat enkele jaren geleden nog stond verkommeren, totdat Melchers ook hier aan de slag ging. Het gebouw werd zorgvuldig gerestaureerd en de toegang werd mogelijk gemaakt door een opvallende glazen brug. In dit filiaal van Museum MORE bracht Melchers zijn collectie schilderijen en tekeningen van Carel Willink onder.

Carel Willink (1900-1983) was dé schilder van het magisch realisme, omdat zijn voorstellingen realistisch ogen, maar uitsluitend in de fantasie mogelijk zijn. Desolate straten, pleinen en parken, vaak met klassieke beelden, werden zijn ‘handelsmerk’. Hij is ook bekend van zijn huwelijk met de societyfiguur Mathilde de Doelder (1939-1977). Zij doste zich uit in de extravagante creaties van de modeontwerpster Fong Leng, die dan weer door Willink werden geschilderd.

Zebra’s in rood landschap
Carel Willink (1958)

Portret van Mathilde
Luipaardmantel van Fong Leng
Carel Willink (1975)

De hoofdige boer

De hoofdige boer
In Almen, ongeveer halverwege Gorssel en Ruurlo, gelegen tussen de Berkel en het Twentekanaal, overnachtten wij in Landhotel “De Hoofdige Boer”. In de eetzaal vind je een Engelstalige spreuk: “Swerving from our father’s rules | is calling all our fathers fools.

De naam van het hotel en de spreuk verwijzen naar een komisch gedicht van de Gelderse dichter A.C.W. Staring (1767-1840). Hij behoorde tot de Gelderse landadel, een landheer met verschillende functies in politiek en rechtspraak. Hij was ook een van de weinige romantische Nederlandse dichters en dichtte ook “Oogstlied”, dat (volgens Drs. P) begint met de strofe:

Sikkels blinken, sikkels klinken,
Ruischend valt het graan.
Als je iemand weg ziet hinken,
Heeft hij iets verkeerd gedaan.



Achterhoeks landschap bij Barchem

Extra: Boschheurne-route
Dus wat mij betreft: ga naar Gorssel, Ruurlo en Almen. En wie na kunst en cultuur van het coulisselandschap van de Achterhoek wil genieten, wandelt de Boschheurne-route vanaf Boerderijmuseum “De Lebbenbrugge” bij Borculo, die door het stroomgebied van de Slinge voert (11 km).

Meer informatie over Museum MORE: www.museummore.nl
En over Kasteel Ruurlo: www.museummore-kasteelruurlo.nl

De hoofdige boer
Eene Zutphense Vertelling
A.C.W. Staring

Elk weet waar 't Almens kerkje staat
en kent de laan die derwaart gaat.
Een duiker perst daar onder 't spoor
zijn schuim tot in de Berkel door:
al golft rondom de wintervloed,
men komt ter preek met droge voet.

Eens was het anders hier ter stee,
wanneer een voord de weg doorsnee
en 't brugje, naast die voord geleid,
de smaad droeg van zijn nieuwigheid.
Ik vond een boek dat meldt daarvan
wat volgen moet, zo 't rijmen kan.

De voord, dan min dan meerder diep,
naar sloot en scheigrep stond of liep,
was Almens ganse tempelschaar
(vooral de meisjes) tot bezwaar:
met schade aan dure feestkledij
kwam menig aardig kind niet vrij;
men raakte in 't zweet op 't lange pad,
men vatte koude in 't modderbad,
en de ijver om ter kerk te gaan
bracht buikpijn en geen stichting aan.

Kortom die voord was elks verdriet
in Almens needrig dorpsgebied,
van toen de meid, per bezemstok,
de schoorsteen uit daarover trok,
tot, na verloop van eeuw en dag,
de toverkunst begraven lag;
wanneer een kerkedienaar kwam
die 't oud gebrek ter harte nam
en op een morgen na 't sermoen
zijn woord aldus begon te doen:

‘Mijn vrienden, in mijn prille tijd,
ten herder van dit oord gewijd,
zwom ik, met onbezweken trouw,
mijn kudde voor naar 't kerkgebouw.
Ook heden nog, hoe grijs van kin,
schoot ik getroost de slibkuil in,
maar 't wil niet meer, en blijft het dus,
zo heet ik ras emeritus.
Met droge hoest en jicht bezocht,
verlaat mij kracht en ademtocht.
Nog tweemaal als vandaag doorweekt,
eilaas, dan heb ik uitgepreekt!

Een brug, op 't smalste, naast de voord,
uit planken van 't geringste soort,
ziedaar mijn wens! Vergeet toch niet
wat ge in die poel al schoenen liet!
Denk aan uw kostlijk zondagsgoed
bedorven door die moddervloed!
Licht vindt gij eer het werk verjaart
uw uitschot dubbel ingespaard,
en ik behoef dan baai noch drop
en luik weer als een arend op!’ 

Hier zweeg de man. Zijn aanspraak had
de luidjes bij hun zwak gevat.
Het stuk kwam ernstig op 't tapijt,
en wat men hoorde, wijd en zijd,
was viermaal dertig dagen lank
slechts palen, balken, rib en plank
en, driemaal dertig andermaal,
slechts planken, ribben, balk en paal!
Ja, 't scheen, zo ver de Berkel vloeit
zou ieder boord met hout beschoeid,
of dat een reuzenzoldering
de ganse stroom verdekken ging.
Doch met aprilmaands leste dag
moest blind zijn die de brug niet zag!
Nog blinder die met juli kwam
en niets van 't groen portaal vernam,
ter dankbetonende offerand,
door 't maagdengild daarop geplant! 

't Had reden! want, hoe kerks men was,
de vlierpot bleef nu in de kas,
kalmink noch serge liep gevaar,
en schoenloos werd geen wandelaar.

Zo groeide een wijsgegeven raad
ten milden oogst van zegenzaad!
En toch, dat werk, met roem bedekt,
had Scholte Stugginks grief gewekt!
Daar kwam hij! Zonder ba of boe,
gelaarsd tot aan de heupen toe,
een knubbelstok in iedre hand,
kwam onze Paai, en stak van land,
zo vaak de preekklok werd gehoord,
de brug bezijden, in de voord! 

Het vroegte kerkvolk, droog daarnaast,
was van dit vreemd bedrijf verbaasd
en 't vragen keek uit elk gezicht,
doch ieder hield zich wijslijk dicht:
de troep kwam later op het pad
waar Scholte Stuggink praat voor had:
zijn makkers uit de gulden tijd,
die vlieger, tol en bal verblijdt.

't Waarom en 't hoe bleef dus gespaard
tot Wolter, naar den eis bejaard,
door gunstig toeval juist van pas,
getuige van 't spektakel was.
‘In Goos naam, zeg ons, Scholtebuur,’
hief Wolter aan, ‘wat raarder kuur!
hoe plompt gij ons zo dol voorbij?
geloof, de brug draagt u en mij!’ 

‘Ja,’ klonk het uit de modderzee,
‘de Scholtebuur en gij zijn twee!
gelooft hij niet wat gij gelooft:
zo menig mens, zo menig hoofd. 

Ziedaar! al werd uw brug van steen
toch zal ze Stuggink nooit betreen!
Wie ere geeft krijgt eer weerom:
onze ouders waren ook niet dom!
Een brug valt licht ineen te slaan;
onze ouders hebben 't nooit gedaan;
zij gingen waar nu Stuggink gaat
eeuw in eeuw uit de modderstraat. 

Al weten wij de reden niet,
't is vast op goede grond geschied,
en hebt gij hier een brug gemaakt,
zo hebt ge uw' ouders eer geraakt!
Laat dit genoeg zijn, Wolterbuur;
de klok houdt op; 't is negen uur.
Bouwt gij een brug om droog te gaan?
Ik kom er ook, met laarzen aan!

Het gedicht “De hoofdige boer” van A.C.W. Staring is als stripverhaal verkrijgbaar, getekend door Marc Weikamp: www.museumstaal.nl/stripboek-de-hoofdige-boer