maandag 24 september 2018

Hoe meer zielen hoe meer vreugd?

Gaat de wereldbevolking groeien van zo'n 7,4 miljard nu tot negen miljard in 2040? Of is dat onzin en blijft de teller steken op hooguit acht miljard? Hoeveel het er ook zullen worden, het heeft grote gevolgen. Ga maar na.


In Get it done! * citeerde ik de gerenommeerde Noorse professor Jørgen Randers (1945), die zei: “We zullen nooit met negen miljard mensen zijn, hooguit acht miljard in 2040.” Dit was een hoopgevende uitspraak, gelet op de effecten van de bevolkingsgroei op de levensstandaard, de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen (fossiele energie) en de natuur.
Randers’ uitspraak dateert alweer van vijf jaar geleden. Reden om na Meer energie voor meer mensen nog wat meer inzicht te verwerven in de ontwikkeling van de wereldbevolking.


Ontwikkeling wereldbevolking
De Verenigde Naties houden de ontwikkeling van de wereldbevolking nauwkeurig bij en dat resulteert in uitgebreide statistieken, inclusief voorspellingen tot en met het jaar 2100. De grafiek hierboven toont dat de totale wereldbevolking zich als volgt ontwikkelt.
  • 1965: 3,3 miljard mensen
  • 2015: 7,4 miljard
  • 2040 (prognose): 9,2 miljard
  • 2100 (prognose): 11,1 miljard.
Tsja, en daarmee lijkt de (hoop en) verwachting van de professor niet uit te komen.


Dit zijn volgens VN de cijfers voor Nederland:
  • 1965: 12,2 miljoen mensen
  • 2015: 16,9 miljoen
  • 2040 (prognose): 17,7 miljoen
  • 2100 (prognose): 16,5 miljoen.


Nu duurt het nog bijna een eeuw voordat we in 2100 zijn aanbeland en daarom zoom ik via de grafiek hierboven in op 2040, het jaartal uit het citaat van Randers. Hieruit blijkt duidelijk dat de bevolkingsgroei de komende decennia vooral (maar niet uitsluitend) in Afrika plaatsvindt. Bijvoorbeeld Nigeria telt in 2040 naar verwachting ruim 330 miljoen inwoners, dat zijn er nu ongeveer 180 miljoen - bijna een verdubbeling dus.


Aantal kinderen per vrouw
In de eerste grafiek kun je ook zien dat de bevolkingsgroei geleidelijk afvlakt. Die afvlakking zou zelfs in een daling kunnen worden omgezet als vrouwen gemiddeld minder kinderen krijgen. Maar een daling van de vruchtbaarheid wordt sowieso al verwacht en is dus al in de cijfers verdisconteerd. De geanimeerde wereldkaart hierboven laat zien dat die daling uiteindelijk wereldwijd z’n beslag krijgt. Het gaat zelfs zover dat de bevolking in Europa zal krimpen, in 2040 volgens de prognoses minus 2 procent ten opzichte van 2015.


Dit schema laat zien dat er een verband is tussen vruchtbaarheid en welvaart (uitgedrukt in het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking). Een laag inkomen gaat samen met een hoge vruchtbaarheid. Of andersom geformuleerd: een hoger inkomen leidt in de praktijk tot kleinere gezinnen.

Je kunt dus concluderen dat meer welvaart – of een betere verdeling ervan – een goede weg is om de groei van de wereldbevolking te stoppen. En dat is wenselijk, want dan kunnen we langer toe met onze natuurlijke hulpbronnen en blijft meer van de natuur behouden.

Zonnecollectoren, Sahara Forest Project

Beter dan een muur
Het gevolg van de bevolkingsgroei in Afrika, in combinatie met relatief lage inkomens, ondergaan we al: steeds meer belangstelling voor emigratie naar Europa. Onlangs deed president Trump een suggestie aan de Spaanse regering: bouw een muur in de Sahara om de migratie naar Europa te stoppen. Zo’n muur zou duizenden kilometers lang moeten worden. Dit absurde plan kreeg weinig steun.

Geld dat aan de bouw van zo’n muur besteed zou moeten worden, kan beter anders worden ingezet. Zo is er het Sahara Forest Project, een Noors initiatief. Dit project ontwikkelt installaties die bij uitstek geschikt zijn om in de woestijn te plaatsen. Die installaties verenigen drie functies:
  • Zonnecollectoren (spiegels) voor het aandrijven van stoomturbines voor het opwekken van elektriciteit
  • Kassen die met zeewater worden gekoeld
  • Aanplant van vegetatie die tegen het woestijnklimaat bestand is.
Dit en andere constructieve initiatieven verdienen meer steun dan absurde plannen. Ze bieden de bevolking ter plaatse de mogelijkheid om zich in allerlei opzichten te ontwikkelen. Als dat leidt tot meer welvaart ontstaat er perspectief op het beteugelen van de bevolkingsgroei. En emigratie naar Europa wordt dan minder urgent.

Ik weet het, gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar de Amerikaanse president weet dat het construeren van een lange muur ook niet eenvoudig is – en helemaal niet het indienen van de rekening bij de buurman.
Vooralsnog botsen hier de werelden van duurzaamheid en verondersteld eigenbelang, van inclusief versus exclusief denken.

Statistieken over de wereldbevolking zijn te vinden op de website van de Verenigde Naties (http://data.un.org/Data.aspx?q=population&d=PopDiv&f=variableID%3a12).
Meer informatie over het Sahara Forest Project: www.saharaforestproject.com.
* Deze blogpost was in het Engels in verband met TEDx Maastricht 2013.

maandag 17 september 2018

How DSM remained profitable in the 1990s

In 1989, DSM became a listed company and was no longer a state-owned company. To get through the difficult years that followed, the company took the necessary measures at today’s Chemelot Industrial Park, including the outsourcing of its non-core activities.

Swentibold power plant for steam and electricity

Focus and internationalization – production
The early 1990s were difficult years for DSM. In the period 1991-1995, the company implemented the Concern 2000 program, which resulted in decentralization and outsourcing of non-core activities. As a result, the overall DSM workforce was reduced from 24,800 to 17,600 employees.
In 1991, DSM transferred its powder paint activities to AKZO, while AKZO transferred a number of engineering plastics to DSM.

The number of new activities initiated by DSM at Geleen was only modest. In 1993, DSM opened a plant producing SMA (styrene-maleic anhydride), but it was shut down already in 1997 because of its small scale. In 2006, the plant was taken over by Polyscope Polymers, a startup company that looked at the scale from a quite different perspective. For instance, SMA is sold to the automotive and paper industries.

As an integrated chemical complex, the DSM site at Geleen offered opportunities for joint production of the required utilities – electricity, steam, gases, while residual flows were exchanged between plants. This is still true today, but until 1996 the utilities were produced by DSM. In that year, these production activities, including the Swentibold power plant, were transferred from DSM Utilities to EdeA, a subsidiary of the regional power company (at the time PLEM, now Essent). Nowadays, EdeA is integrated in USG, the Utilities Support Group. The Swentibold plant, for the production of steam and electricity, is now operated by Essent.

During the next ten years, other activities also changed hands. For instance, the maintenance work went to Stork and GTI (now ENGIE), internal rail transport to DB Schenker, Polychemlab (a laboratory specializing in sample analysis for quality control purposes) to Intertek from the UK, the storage and transshipment activities (mainly for fertilizers) in Stein harbor to Wessem Port Services, and central waste processing (CBA) to Van Gansewinkel (now Renewi).
Sitech Services remained responsible (since 2009) for the company fire brigade (founded in 1925), the security department, the overall infrastructure (roads, railways, pipe ways, sewers), and waste water purification.

Plastomers plant

In 1996, the State of the Netherlands sold the last shares it still held in DSM. In the same year, DSM and ExxonMobil joined forces in the DEXPlastomers joint venture, with ExxonMobil supplying the technology and DSM an HDPE plant. Since 1997, this company has been producing LLDPE (linear low density polyethylene, or plastomers), a product in between polyolefins (PE/PP) and synthetic rubbers, which is for instance used in packaging materials.
In 2012, the joint venture was sold to the Austrian chemical company Borealis Plastomers.

Focus and internationalization – research
In the 1990s, DSM Research was looking for more and more cooperation with universities in the Netherlands as well as abroad. In 1997, industry and universities jointly set up the Dutch Polymer Institute at Eindhoven for pre-competitive research into polymers. This broadened DSM’s research to fundamental research, for instance into a new generation of catalysts for polyolefins. DSM also cooperated more in its research with other companies – open innovation.
This took place on the basis of catalyst technology, process technology, and product technology know-how.

In 2000, DSM announced a new strategy, with major implications for the DSM site at Geleen: Vision 2005.

Read also How it started underground, The first transition: from coal to chemicals, When it went darker than in a mine shaft, How DSM developed into a chemical company, How DSM made a big leap forward, and DSM from commodities to higher added value.
This is a repost of my (Dutch) May 28, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 10 september 2018

Hoe Chemelot zich op de toekomst heeft voorbereid

Het DSM-terrein was omgedoopt naar Chemelot Industrial Park. Daarmee leek omstreeks 2010 de transitie van het gebied afgerond – niet dus. Lees hoe bijna alle DSM-fabrieken op de site overgingen in andere handen en hoe Chemelot zich voorbereidde op een nieuwe toekomst.


Hoewel de twee entiteiten een soort Siamese tweeling zijn, ontwikkelden Chemelot Industrial Park en (Brightlands) Chemelot Campus zich na 2010 elk op hun eigen wijze. Dit artikel zoomt in op het chemiepark (een volgend artikel gaat over de campus); lees Hoe het begon met Chemelot over de periode die hieraan vooraf ging.

De desinvesteringen van DSM
Tegenwoordig heeft DSM bijna alle fabrieken op de chemiesite verkocht. Dat begon in 2010, toen de ammoniak-, kunstmest- en melamine-activiteiten van DSM werden overgenomen door het Egyptische bedrijf Orascom Construction Industries en werden voortgezet onder de naam OCI Nitrogen.
Nog datzelfde jaar verplaatste OCI Nitrogen de Salpeterzuurfabriek 6 van IJmuiden, waar de kunstmestproductie werd gestaakt, naar Chemelot, een project waarmee DSM Agro het jaar tevoren was begonnen.
In 2017 werd bekend dat OCI Nitrogen en Re-N Technology op Chemelot een grootschalige biogasinstallatie willen ontwikkelen, het project Zitta®Biogas Chemelot.

In 2011 werden de synthetische rubberactiviteiten (Keltan) van DSM overgenomen door het Duitse chemiebedrijf LANXESS. In 2015 ging LANXESS een 50/50-joint venture aan met Saudi Aramco voor de rubberactiviteiten wereldwijd, dus ook op Chemelot. De naam van die joint venture: ARLANXEO.
Sinds de overname in 2011 is de helft van de rubberproductie op Chemelot omgebouwd naar de innovatieve Keltan ACE-technologie.
In 2018 werd bekend dat Saudi Aramco het belang van LANXESS in ARLANXEO geheel overneemt.

In 2013 werd DEXPlastomers, een joint venture van DSM en Exxon Chemical, overgenomen door de Borealis Group. Deze fabriek werkt nu onder de naam Borealis Plastomers.

In 2015 verkocht DSM de caprolactam- en de acrylonitrilfabrieken aan durfinvesteerder CVC Capital Partners, al behield DSM een minderheidsaandeel in beide fabrieken. De twee fabrieken vormden binnen CVC de ChemicalInvest Holding. De caprolactamfabriek heet sindsdien FibrantPure Chemistry, de acrylonitrilfabriek heet AnQore, producent van Smart Materials. CVC is ook de eigenaar van bedrijven als Avast (veiligheidssoftware), Breitling (horloges) en Douglas (parfumerieketen).
In 2014, toen Fibrant nog DSM Fibre Intermediates heette, werd een nieuwe fabriek voor zwavelzure ammoniak in bedrijf genomen, de vervanging van een verouderde fabriek voor deze kunstmest, die vrijkomt bij de productie van caprolactam.
Begin 2018 werd bekend dat DSM zijn aandeel in Fibrant verkoopt aan de Chinese Highsun Holdings Group.

Op dit moment heeft DSM nog slechts drie fabriek op de chemiesite: de Stanyl-fabriek, de UHMW-PE-fabriek voor de Dyneema-productie en een grondstoffenfabriek. Dit is de eindstand na een lange reeks desinvesteringen sinds 2002, toen op de site letterlijk elke grasspriet nog eigendom van DSM was. We kunnen nu dus écht niet meer spreken over “de DSM” als we Chemelot bedoelen.
De Stanyl-fabriek blijft belangrijk voor DSM vanwege de focus op performance materialen. In 2008 verdubbelde DSM de Stanyl-productiecapaciteit en ook de capaciteit voor UHMW-PE werd uitgebreid.

Andere bedrijvigheid op het chemiepark
In 2008 vestigde het Belgische bedrijf Cymaco een keuringsstation voor acetyleenflessen op Chemelot. Bij het kraken van nafta door SABIC komt het gas acetyleen vrij, dat wordt toegepast voor laswerkzaamheden. Het acetyleenvulstation werd twee jaar later door Air Liquide van SABIC overgenomen.

In 2009 opende Boels Rental een filiaal op Chemelot.

Het Japanse chemiebedrijf Sekisui S-Lec nam in 2010 een tweede fabriek in gebruik, waarmee de productie van polyvinyl butyral hars werd verdubbeld. Nu (2018) wordt de productiecapaciteit verder uitgebreid.

In 2012 vestigde Wagenborg Nedlift, dat logistieke diensten levert, zoals kraanverhuur en exceptioneel transport, zich op Chemelot. Mammoet, een andere logistieke dienstverlener, nam in datzelfde jaar een nieuw pand op de site in gebruik. Industrieel dienstverlener Reym opende een dependance.

In 2013 was de opening de Rail Terminal Chemelot, een consortium van Meulenberg Transport, Ewals Intermodal en Havenbedrijf Antwerpen. Deze containerterminal draagt bij aan de ‘modal shift’ van truck naar spoor, waardoor het autoverkeer in de regio wordt ontlast. Het is een openbare terminal, die vooral door SABIC en DSM wordt gebruikt.

De PVC-fabriek is sinds 2016 van Vynova, een onderdeel van ICIG, dat zich toelegt op vinylchlorides, met fabrieken in Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn en dus op Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is een Luxemburgs-Duitse industriële investeringsmaatschappij, waaronder ook Enka valt (voorheen AkzoNobel).

In 2016 nam Quality Circular Products (QCP) een nieuwe recyclingfabriek in bedrijf. Hier wordt kunststof verpakkingsafval, dat door burgers wordt gescheiden en apart wordt ingezameld, verwerkt tot kunststof basismateriaal, dat even goed is als plastic uit olie.
Sinds 2018 zijn LyondellBasell en SUEZ 50/50-eigenaars van QCP.

Chemelot Industrial Park vandaag
Op Chemelot Industrial Park staan de twee naftakrakers (Olefins 3 en 4) en de polymerisatiefabrieken van SABIC. OCI Nitrogen is aanwezig met twee ammoniakfabrieken, drie salpeterzuurfabrieken, een kunstmestfabriek en een melaminefabriek. ARLANXEO heeft er een synthetische rubberfabriek (Keltan) en Sekisui S-Lec een harsenfabriek. Ook vindt je er de caprolactamfabriek van Fibrant en de acrylonitrilfabriek van AnQore. DSM heeft op de site nog de Stanyl-fabriek. Borealis Plastomers (plastomeren), Vynova (PVC), Polyscope Polymers (SMA), Carbolim (kooldioxide) en QCP (kunststofrecycling) completeren de opsomming van de grootschalige chemische productie op de locatie.
Ter ondersteuning daarvan zijn er de bedrijfsbrandweer, de beveiliging, de warmtekrachtcentrale, stoomfabrieken, wegen, spoorwegen, de railterminal, kolommenbanen, riolen en de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Chemelot is een geïntegreerd terrein, waarbij (rest)stromen tussen fabrieken worden uitgewisseld.

De toekomst van Chemelot Industrial Park
In 2016 werd het rapport Visie Chemelot 2025 gepubliceerd, lees Hoe Chemelot meer kansen biedt. Deze publicatie markeert het begin van een nieuwe ontwikkeling, met als doel om van Chemelot in 2025 de meest competitieve en duurzame chemiesite van Noordwest-Europa te maken. Sinds de publicatie van het rapport Chemie in samenwerking: Veiligheid op het industriecomplex Chemelot door de Onderzoeksraad voor Veiligheid in 2018 is hieraan nog een veiligheidsambitie toegevoegd, lees Niet alleen competitief en duurzaam, ook veilig.
Om deze doelstellingen te bereiken worden, deels in samenwerking met overheden en andere chemieclusters, verschillende plannen ontwikkeld en uitgevoerd.

In mei 2018 werd bekend dat Mitsui Chemicals op Chemelot een vestiging gaat openen voor de productie van een PP-compound, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de groeiende vraag naar lichtgewicht polypropeen auto-onderdelen in Europa.

Deze en eerdere artikelen over de geschiedenis van Chemelot zijn deels gebaseerd op twee boeken: Research tussen vetkool en zoetstof – Zestig jaar DSM Research 1940-2000 onder redactie van H. Lintsen (2000, Stichting Historie der Techniek/Uitgeversmaatschappij Walburg Pers) en The company that changed itself – R&D and the transformations of DSM door Arjan van Rooij (2007, Amsterdam University Press).

Lees ook Hoe het onder de grond begon, De ontdekking van de Mijngod, De eerste transitie: van steenkool naar chemie, Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht, Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde, Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte, DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde en Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken.

maandag 3 september 2018

Meer energie voor meer mensen

Vijf jaar geleden verkende ik de energiebronnen in de wereld, waarop een groeiende wereldbevolking een steeds groter beroep deed. Dit gaf toen een verontrustend beeld. Hoe staan we er nu voor?


In Energy For Nine Billion People * liet ik zien dat er tot 2013 sprake was van een toenemend energieverbruik in de wereld. Die toename overtrof ruimschoots de groei van de wereldbevolking. Ook bleek dat de bewezen oliereserves al sinds 1986 jaar op jaar voldoende waren voor ongeveer 40 tot 50 jaar (ongewijzigd) verbruik.
In de periode 2007-2012 werden vooral meer aardgas en steenkool verbruikt. Ook werd meer hernieuwbare energie (zonnecellen, windmolens, aardwarmte, biobrandstoffen) verbruikt, maar die vorm bleef op 2% van het totaal steken.


Energie in de wereld
Het is duidelijk dat het totale energieverbruik in de wereld de afgelopen vijf jaar (2013-2017) opnieuw is toegenomen, namelijk met 7 procent, met de grootste toename in 2017 (1,9%). Het grote aandeel van olie en aardgas bleef stabiel. Het totale verbruik van steenkool bleef ongeveer gelijk.
Een hoopgevende ontwikkeling: het verbruik van hernieuwbare energie verdubbelde, maar bleef met 4 procent van het totaal in 2017 zeer bescheiden.

Het energieverbruik in Nederland – 0,6% van het verbruik in de wereld - was in 2017 als volgt verdeeld:
  • Olie: 49%
  • Aardgas: 38%
  • Steenkool: 6%
  • Nucleair: 1%
  • Waterkracht: 0%
  • Hernieuwbaar: 5%
  • Totaal: 100%

In vijf jaar (2011-2015) nam de wereldbevolking met 6 procent toe, maar in diezelfde periode nam het energieverbruik toe met bijna 8 procent. In de grafiek hierboven is dan ook duidelijk te zien dat de twee trendlijnen verder uit elkaar lopen.


Wereldoliereserves
De verdeling van de oliereserves in de wereld is de afgelopen vijf jaar zeer stabiel gebleven. Het Midden-Oosten bleef met bijna de helft van de reserves het grootste ‘olievat’ van de wereld. De helft van de oliereserves (53%) was in 2017 in handen van slechts vier landen: Venezuela, Saudi-Arabië, Canada en Iran (in Venezuela en Canada betreft dit vooral teerzanden).
In 2017 waren de bewezen oliereserves voldoende voor ongeveer 47 jaar (ongewijzigd) olieverbruik, terwijl dat in 2012 nog 51 jaar was (voor aardgas ging dat van 57 naar 53 jaar).

Energieverbruik per land
Zoals de oliereserves zijn geconcentreerd bij een handjevol landen is ook het energieverbruik niet gelijkelijk over de wereld verdeeld. Van het totale energieverbruik kwam in 2017 de helft (51%) voor rekening van slechts vijf landen: China, Verenigde Staten, Rusland, Japan en Canada.
Hieronder noem ik de belangrijkste verbruikers per type brandstof.
  • Olie: Verenigde Staten, China, India, Japan, Saudi-Arabië, Rusland en Brazilië (52%)
  • Aardgas: Verenigde Staten, Rusland, China, Iran, Japan en Canada (50%)
  • Steenkool: China (51%)
  • Nucleair: Verenigde Staten, Frankrijk en China (57%)
  • Waterkracht: China, Canada, Brazilië en Verenigde Staten (55%)
  • Hernieuwbaar: China, Verenigde Staten en Duitsland (51%).
 
Zomertemperaturen noordelijk halfrond, 1850-2017

Klimaatverandering
Jaren met een hete zomer komen steeds vaker voor, zoals de grafiek hierboven laat zien: hoe blauwer de lijn hoe koeler de zomer, hoe roder de lijn hoe heter. Na 2018 wordt weer een donkerrode streep aan deze grafiek toegevoegd.

De grafiek illustreert de opwarming van de aarde, een ontwikkeling die wereldwijd dramatische gevolgen heeft, en nog gaat krijgen. Wetenschappers zijn het er over eens: die klimaatwijziging wordt door de mens veroorzaakt, met name door ongebreidelde uitstoot van broeikasgassen als kooldioxide.
De meeste landen zien dit in en hebben in 2015 in Parijs klimaatdoelstellingen afgesproken om de opwarming van de aarde te beteugelen. Een drastisch reductie van de emissies is cruciaal om die doelstellingen te halen.

Een aanhoudende toename van het energieverbruik staat dus op gespannen voet met de klimaatdoelstellingen. Het is vooral aan bovengenoemde grootverbruikers om maatregelen te treffen die op wereldschaal merkbaar effect hebben. Maatregelen in veel andere (kleinere) landen, waaronder Nederland, zijn amper merkbaar, ook al geldt: alle beetjes helpen.

De kans is groot dat enkele grootverbruikers vooralsnog onverstoorbaar hun gang blijven gaan. Zo is President Trump uit het Klimaatakkoord gestapt, omdat hij denkt dat er géén verband bestaat tussen de klimaatverandering en menselijk handelen. Ook is er in de Verenigde Staten een streep gehaald door het schone-energieplan van Barack Obama, dat elektriciteitsbedrijven aanzet om in plaats van steenkool schone energie als wind, zon en aardgas te gebruiken.
Saudi-Arabië heeft het Klimaatakkoord niet ondertekend. Bij landen als China en India ben ik er niet gerust op dat zij hun energieverbruik gaan aanpakken, omdat ze prioriteit geven aan het verbeteren van de welvaart van hun bevolking.

Let op je eigen energieverbruik
Dat laat onverlet, dat elk land, elk individu moet doen wat mogelijk is om het gebruik van energie te beperken – los van twijfel over het verband tussen klimaatverandering en menselijk handelen. Immers, de reserves aan fossiele energiebronnen zijn niet oneindig.

Lees ook Why water and energy are closely related over de relatie tussen energie en watervoorziening.
Statistieken over de energiesituatie in de wereld zijn te vinden op de website van British Petroleum (www.bp.com/statisticalreview). 
Statistieken over de wereldbevolking zijn te vinden op de website van de Verenigde Naties (http://data.un.org/Data.aspx?q=population&d=PopDiv&f=variableID%3a12).
* Deze blogpost was in het Engels in verband met TEDx Maastricht 2013.

maandag 27 augustus 2018

Waar nog meer vreemde vogels rondvliegen

Symbolen voor zaken die ons na aan het hart liggen vinden we meestal dichtbij huis. Maar soms ontgaat de herkomst ons. Een vreemde vogel is zo’n symbool – ook in streken waar die vogel zich zelden of nooit vertoont.

Roze pelikaan (Pelecanus onocrotalus)

Deze vreemde vogel is de pelikaan. Het dier kwam al eerder voorbijvliegen in “Willem de Zwijger en ‘vreemde vogels’”. Sindsdien zag ik de pelikaan op meer plaatsen overvliegen. En wat mij daarbij opvalt is dat dit ook gebeurde op plaatsen waar de pelikaan niet inheems is, zoals in ons eigen land.

Middeleeuwse symboliek
Dikwijls zien we de middeleeuwse symboliek terug. De Physiologus – de natuurleer die in de middeleeuwen wijdverbreid was en waarin dieren en planten in een allegorisch verband met de heilsgeschiedenis worden gebracht – meldt namelijk over de pelikaan dat hij zijn kroost, dat hij zelf heeft gedood, met zijn eigen bloed weer tot leven wekt. De pelikaan is dus een teken voor de offerdood van Christus en de zichzelf opofferende liefde van God.

Vaandel in de Sint-Janskathedraal, ‘s-Hertogenbosch

Doopvont in de Sint-Janskathedraal, ‘s-Hertogenbosch

’s-Hertogenbosch
In de Sint-Janskathedraal vinden we de pelikaan op twee plaatsen, namelijk op een vaandel aan een van de zuilen van het middenschip en als bekroning van het doopvont.

Jheronimus Bosch, Het oog van God met taferelen uit de lijdensweg van Jezus
Rechterpaneel buitenzijde van het Lieve-Vrouwe-Broederschapsretabel

En van ’s-Hertogenbosch naar Jeroen Bosch is maar een klein stukje. Deze bijzondere kunstenaar beeldde in het midden van een houten paneel een pelikaan af, zittend op zijn nest, dat een door water en een weids landschap omgeven rots bekroont (lees ook “5 Beelden op herhaling bij een duivelskunstenaar”).

Lessenaar in de Grote of Sint-Bavokerk, Haarlem

Haarlem
In de Grote of Sint-Bavokerk staat een mooie koperen lessenaar in de vorm van een pelikaan, voorzien van een rode steen op de borst. Je kunt aan dit beeld duidelijk zien dat men wél bekend was met de allegorie, maar geen idee had hoe een pelikaan eruit ziet.

Jheronimus Bosch, De heilige Bavo
Rechterpaneel buitenzijde van Het laatste oordeel

Deze kerk is vernoemd naar Sint Bavo van Gent, die leefde in de 7e eeuw. En deze heilige is toevallig geschilderd door Jeroen Bosch, op de achterkant van zijn beroemde “Het laatste oordeel”.

Email reclameplaat Roode Pelikaan Koffie

Antwerpen
Koffiebranderij Van Leckwyck & Co, in 1863 gestart te Antwerpen, besefte als een van de eerste het belang van goede koffiebonen. Zodoende specialiseerden zij zich in het verbeteren van de kwaliteit en startten zij in 1876 met de verkoop van gebrande koffiebonen onder de merknaam “Roode Pelikaan” of “Pelican Rouge”. Het logo is inmiddels gemoderniseerd, de koffie is nog steeds verkrijgbaar.

 Embleem van Clan Stewart

Schotland
Elke Schot behoort tot een bepaalde stam, de clan. Een clan geeft identiteit en daarbij behoren symbolen, met name het motief van de Schotse ruit voor de kilts (tartan), een embleem (crest badge) en een twijg van een specifieke plant, bijvoorbeeld van de jeneverbes (clan badge). Het embleem van Clan Stewart (Stiùbhard) toont een pelikaan. Het motto “Virescit vulnere virtus” betekent: ”De moed wordt sterker bij de wond”.
Deze Stewart clan speelde in de Schotse geschiedenis een relatief belangrijke rol, want hier zijn koningen uit voortgekomen. Later ook op Engelse troon, tot aan de dood van Anna, de koningin van Groot-Brittannië, in 1714.
Lees voor een eerste indruk van Schotland “Te voet door de Hooglanden”.

Louisiana verwelkomt bezoekers bij de staatsgrens

Louisiana
Anders dan in Schotland, België en ons land komt de pelikaan wél van nature voor in deze Amerikaanse staat. Sterker nog, hier zijn pelikanen bijna even talrijk als meeuwen bij ons. Geen wonder dat deze vogel hier hét staatssymbool is.

Zegel van de staat Louisiana

We zien het dier neerstrijken op informatieborden, ansichtkaarten, reclameborden, hangertjes en op het officiële zegel van de staat.
Lees over Louisiana “Wandel mee door “The Big Easy”” en “Waarom het niet altijd leuk was aan de bayou”.

Caelestiventus hanseni, verre voorouder van de pelikaan

Utah
Recentelijk is in een andere Amerikaanse staat, Utah een fossiel ontdekt van de Caelestiventus hanseni, zo’n 215 miljoen jaar oud, uit het Trias. Opmerkelijk is een randje langs de onderkaak van deze pterosauriër (de eerste gewervelden die konden vliegen), die ook bij moderne pelikanen wordt aangetroffen.

Ik noem tenslotte nog “De Gouden Pelicaen”, een cateraar in Gemert, en het boek “De pelikaan” door Martin Michael Driessen (2017). En wie levende pelikanen wil zien, gaat naar de dierentuin Artis in Amsterdam, tenminste als ze niet zijn ontsnapt, zoals die ene pelikaan op 29 juni van dit jaar.

Vraag: wie heeft nog meer voorbeelden van het gebruik van de pelikaan als symbool?

maandag 20 augustus 2018

Nooit meer een regering waarbij alles mogelijk is!

Toen Donald Trump tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, hadden veel Amerikanen de duiding van een zestig jaar oud boek nodig, omdat zij niet met die uitslag konden leven. Een boek over totalitarisme, een regeringsvorm waarmee sowieso niet valt te leven.


Bij de verkiezing van Donald Trump, eind 2016, schoot een boek naar de top van de bestsellerlijst van Amazon: “The Origins of Totalitarism” (“Totalitarisme”) door Hannah Arendt uit 1951. De Duits-Amerikaanse filosofe beschrijft hierin een regeringsvorm, die in het nazi-Duitsland onder Adolf Hitler (1933-1945) en in de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin (1929-1953) werd ingevoerd.

Volgens Arendt pleegt totalitarisme een nooit vertoonde aanslag op de menselijke vrijheid en spontaniteit en vernietigt het elke denkbare vorm van zinvol menszijn en menselijke gemeenschap. Met totalitarisme valt niet te leven. Verzet is geboden tegen de totalitaire beweging die maar op één ding uit is: wereldheerschappij.

De blijvende dreiging
Hitler en Stalin zijn allang dood. Wat is nu nog de relevantie van deze regeringsvorm? En komt er nu met Trump een totalitaire regering in de VS?
Volgens Arendt vormt het totalitarisme een blijvend gevaar. Andere regeringsvormen, zoals de democratie, de monarchie, de republiek, de tirannie en de dictatuur, hebben de mensheid niet losgelaten, dus ook het totalitarisme kan opnieuw ergens ontstaan.
Hoe ziet een totalitair systeem eruit en waarin onderscheidt dit zich van andere regeringsvormen?

Een klassenloze samenleving
Elke regeringsvorm heeft een basisgedachte en die van de nazi’s is gebaseerd op de natuur, het ras. Het ‘arische’ ras is volgens hen het meest zuivere, het Joodse het meest verachtelijke. De Jodenvervolging is dan ook hét voorbeeld van de terreur van de nazi’s.
De basisgedachte van het stalinisme is gebaseerd op dialectiek, de klassenstrijd. Dit regime wil een klassenloze maatschappij bewerkstelligen. Na de Eerste Wereldoorlog werden daarom de bestaande klassen aan de kant geschoven, zoals de koelakken, de machtige boeren van het Russische platteland. Daarna ruimde Stalin de arbeidersklasse en de bureaucratie op.

Arendt beschrijft hoe het totalitarisme onder Hitler en Stalin kon aanslaan. In Duitsland ging de bevolking gebukt onder de nasleep van de verloren Eerste Wereldoorlog, wat gepaard ging met inflatie en werkloosheid. Rusland leed onder de gevolgen van de bolsjewistische revolutie. Velen hadden het geloof in ‘de politiek’ verloren en voelden zich verlaten en totaal overbodig. Van dit gevoel van verlatenheid heeft het totalitarisme grof misbruik gemaakt.
De totalitaire beweging speelde in op de vernietiging van klassen, die werden omgevormd naar grote massa’s geïsoleerde individuen met een gebrek aan normale sociale relaties. De massa valt grotendeels samen met het grote aantal neutrale, politiek onverschillige mensen die nooit lid van een partij worden en zelden aan de verkiezingen deelnemen – een groep die door andere partijen al was opgegeven. Uit dergelijke gefrustreerde en woedende mensenmassa’s rekruteert de totalitaire beweging haar leden.

Een voedingsbodem voor het totalitarisme was ook het negentiende-eeuwse imperialisme, dat wereldwijd grote gebieden als wingewesten behandelde, de deur opende voor racisme en het ware gelaat van het kapitalisme toonde: de wereld is te koop.

Het fake news van Hitler en Stalin
Propaganda speelt een belangrijke rol om de massa’s te bespelen en het totalitaire regime aan de macht te brengen. Ideologieën worden daarbij gepresenteerd als onfeilbare wetenschappelijke voorspellingen, een mengeling van oprechtheid en leugenachtigheid. Daarmee wordt ingespeeld op de hunker van de massa naar voorspelbaarheid en consistentie. Er wordt ingegaan op de corruptie van politici, het bestaan van een mondiale Joodse samenzwering ofwel een trotskistische samenzwering (naar Leo Trotski, een Russische leider die bij Stalin in ongenade was gevallen).

Zo zei Hitler in 1939 in een toespraak: “Ik wil vandaag andermaal een voorspelling doen: als de Joodse bankiers er nogmaals in zouden slagen de volkeren in een wereldoorlog te storten, dan zal dit de vernietiging van het Joodse ras in Europa tot gevolg hebben.” In niet-totalitaire taal: het is mijn bedoeling oorlog te voeren en de Joden van Europa uit te moorden.
Ander voorbeeld: wanneer het regime stelde dat alleen Moskou beschikt over een metro, dan bedoelde het Sovjetregime dat de metro van Parijs vernietigd moest worden.

De kracht van totalitaire propaganda ligt in het vermogen om de massa’s af te sluiten van de werkelijke wereld. De nazi’s pasten vooral massapropaganda toe, inclusief grote massabijeenkomsten, terwijl de bolsjewisten zich meer op de geïsoleerde massamens richtten. Dit leidde tot een groot aantal ‘bekentenissen’ van misdaden die nooit begaan waren, maar wél werden bestraft.
Hitler en Stalin wisten het vertrouwen van de massa’s te winnen. Hitler kwam zelfs op een democratische wijze aan de macht.

De dynamiek van de totalitaire beweging
De organisatie van het totalitarisme heeft een uivormige structuur. De buitenste schil is de frontorganisatie, die bestaat uit meelopers en sympathisanten. De schil daarbinnen bestaat uit de leden van de beweging. Daarbinnen de eliteformaties en in het centrum de leider. De frontorganisatie schermt de leden af voor de ‘gewone’ samenleving, de leden schermen de elite af voor de frontorganisatie, de elite schermt de leider af voor de leden.

De ‘onfeilbare leider’ is onmisbaar voor de totalitaire beweging. In tegenstelling tot andere despotische regeringsvormen kunnen totalitaire leiders rekenen op de loyaliteit van hun entourage, ook als ze ervoor kiezen die entourage om het leven te brengen. Het ligt in de natuur van de beweging dat deze absoluut met de leider geïdentificeerd wordt. Elke erkenning van een vergissing of afzetting zou de betovering van onfeilbaarheid rond de functie van de leider verbreken en zou de ondergang betekenen van allen die met de beweging verbonden zijn.

De organisatie is voortdurend in beweging: de elite van vandaag kan morgen aan de kant worden geschoven om plaats te maken voor een nieuwe elite.
Om het regime nog minder transparant te maken, worden allerlei organisaties in de maatschappij gedupliceerd. Op vrijwel elk gebied wordt naast de officiële organisatie een schaduworganisatie gecreëerd – bijvoorbeeld geheime politie naast de reguliere politie. Daarbij geldt: hoe zichtbaarder de regeringsinstanties, hoe minder macht ze dragen, en hoe minder van het bestaan van een institutie bekend is, hoe machtiger ze uiteindelijk zal blijken te zijn.

Indoctrinatie en terreur
Eenmaal aan de macht is propaganda niet meer nodig, dan volstaan indoctrinatie en terreur om de massa onder de duim te houden. Anders dan andere regeringsvormen, vertrouwt het totalitarisme daarbij niet op het leger, maar op de geheime politie: de Gestapo en de KGB.

Totalitaire regimes doen zich graag voor als nationalistisch: eigen volk eerst. Maar dit is slechts een voorwendsel omdat dit de massa’s aanspreekt. Wat betreft de basisgedachte streefden de nazi’s niet (op basis van nationalisme) naar een zuiver Duits volk, maar naar het ‘arische’ wereldrijk, waartoe in principe ook andere nationaliteiten kunnen behoren.

Voor het totalitarisme is het belang van de massa volkomen oninteressant. Andere regeringsvormen beoordelen hun politieke daden op het nut ervan, het totalitarisme richt de eigen economie te gronde. Stalin met zijn omvangrijke zuiveringen, Hitler door de grote inspanningen een omvangrijk moordprogramma uit te voeren. De totalitaire dictator bekijkt de natuurlijke en industriële rijkdommen van elk land, het zijne inbegrepen, zoals een vreemde plunderaar het zou doen, namelijk als een voorraad om te plunderen en als een middel om de volgende stap van de agressieve expansie voor te bereiden.

De totalitaire beweging wordt niet gehinderd door partijprogramma’s of regels, er geldt slechts één norm: de wil van de leider. Die wil kan in de loop van de tijd wijzigen en moet worden geïnterpreteerd. Daar komt bij dat het totalitaire regime bij het uitvaardigen van nieuwe wetten en decreten, bestaande wetten laat bestaan. Het resultaat is volstrekte willekeur en wetteloosheid.

Het totalitarisme moet te allen tijde voorkomen dat de beweging tot stilstand komt en ‘bevriest’ tot een vorm van absolute regering. Dan raakt de wereldheerschappij uit het zicht. Door voortdurende wijzigingen in de hiërarchie wordt de expansie gaande gehouden.

Georganiseerde vergetelheid
Het totalitarisme maakt gebruik van concentratiekampen, niet als plaatsen van detentie of tewerkstelling, maar als vernietigingskampen. Ze dienen als laboratoria, waarin het fundamentele geloof van het totalitarisme dat alles mogelijk is, geverifieerd wordt. Het komt erop neer dat wie er binnengaat vernederingen en folteringen moet ondergaan en onvermijdelijk sterft door moord of verwaarlozing.
Beide regimes maakten miljoenen slachtoffers. En dat ging rigoureus: de lijken werden vernietigd, alsof de persoon nooit had (mogen) bestaan.

Het totalitarisme richt zich niet alleen op het liquideren van de oppositie, maar ook op specifieke categorieën van de bevolking: Joden, Roma, homofielen, koelakken, statenlozen, teruggekeerde krijgsgevangenen en ongeneeslijk zieken. Zij zijn ‘schuldig’ op basis van wie zij zijn, niet vanwege hun daden.
De vernietiging richt zich echter ook op de eigen groep, d.w.z. binnen de eigen gelederen maakt het bewind ook slachtoffers. Dit is een belangrijk verschil met andere despotische regimes: niemand blijft gevrijwaard van vervolging.

Arendt wijst erop dat het totalitarisme alleen van de grond kan komen in landen met een relatief omvangrijke bevolking, vanwege het grote verlies aan mensenlevens dat ermee gepaard gaat. Het nazisme was volgens haar minder consistent en meedogenloos dan de Russische tegenhanger vanwege de kleinere bevolking. In kleinere landen kan zich wél een dictatuur vestigen, maar vanwege de grote bevolking maken India en China een grotere kans op een totalitaire regering.

Donald Trump totalitair?
Er zijn in dit verband enkele zaken over Trump te zeggen:
  • Vanwege de achterdocht van een groot deel van de Amerikaanse bevolking tegen de gevestigde orde kon nieuwkomer Trump de verkiezingen van Hilary Clinton winnen. 
  • Trump wist bij zijn verkiezing een nieuwe groep aan te spreken, die voordien niet of zelden meedeed aan verkiezingen.
  • Sinds zijn aantreden heeft Trump een groot deel van zijn kabinet vervangen.
  • Trump wordt regelmatig betrapt op onwaarheden, waarmee hij de feiten naar zijn hand wil zetten. Zo wekt hij een zelfbeeld van onfeilbaarheid.
  • Is het nationalisme van Trump – “America First” – een voorwendsel voor een heel ander beleid?

Ik denk niet dat Trump de wereld de verschrikkingen van een totalitair regime wil aandoen. Zorgelijk zijn echter de voortdurende aanvallen van de president op met name de pers, volgens hem “de vijand van het volk”. NRC Handelsblad wees op het totalitaire karakter van deze uitspraak en prees het initiatief van The Boston Globe om daartegen stelling te nemen (lees “Amerikaanse pers laat zich niet stil en zwijgend verketteren”, 16 augustus 2018).
We blijven de ontwikkelingen in de Verenigde Staten aandachtig volgen.


Lees ook “Drie activiteiten die het menselijk bestaan de moeite waard maken” over “De menselijke conditie” (1958) door Hannah Arendt.

maandag 13 augustus 2018

DSM from commodities to higher added value

In 1982, DSM recorded a big loss for the first time in its history. Moreover, the days of growth in bulk chemicals were over, products that were produced at today’s Chemelot Industrial Park. That’s why the company became committed to consolidation and rationalization in bulk chemicals, and to growth in knowledge-intensive, high-profit products.

 Raw materials plant for Dyneema

Initially, research budgets were cut and the number of researchers was reduced. Only when DSM had recovered from the 1982 loss, innovative research could take off again. This research focused on biotechnology and high-performance materials.

Dyneema
The principle behind Dyneema, a super strong fiber, was discovered by accident around 1963. DSM researchers were using stirring gear to obtain a polyethylene solution of uniform temperature when they noticed that polyethylene crystals formed on the stirrers. Further research led to polyethylene fibers: Dyneema. However, no one had any idea how to use these fibers and no process was available for industrial-scale production. In 1979, DSM applied for a patent on a spinning process, but the company lacked the required know-how in the fields of spinning, application development, and marketing. A partner that did have this know-how was sought and found in Toyobo, a Japanese company with which a joint venture was formed in 1986. In the meantime, US-based Allied Signal had developed a spinning process of its own, based on a license from DSM.
In 1990, the production of Dyneema was started at De Beitel, an industrial site near Heerlen, the UHMW-PE (ultrahigh molecular weight polyethylene) feedstock being produced in a plant at Chemelot. Toyobo sold the fiber mainly in the Far East, New Zealand and Australia, while Allied sold it especially in the United States, and DSM in the rest of the world.
Dyneema is a strong, stiff, and light-weight fiber that is resistant to UV radiation and many chemicals. It proved to be a suitable alternative for other materials in existing applications. At the start of the Dyneema production, three markets were distinguished: ropes and cables, protection against bullets, and in composites (such as helmets, tennis rackets, and skis). Dyneema also found application in other markets and developed into a success story.

Aspartame
DSM hit upon an opportunity to start producing aspartame, a sweetener that is about 200 times as sweet as beet sugar while having a lower calorie count. Aspartame had been discovered in 1965 by the US company Searle. It took a lot of effort to get this product approved for use as a food ingredient since there were doubts about its safety. France was the first country to allow its use, in 1979. Searle (after 1985 Monsanto) afterwards sold aspartame under the name of NutraSweet, which was used mainly in soft drinks. Searle had obtained patent protection for the product in many applications.
As part of its lysine research efforts (read “How DSM developed into a chemical company”), DSM had also worked on aspartame since 1966, resulting in a patent on an aspartame process in 1972. The product consisted of so-called ‘chiral molecules’, molecules that are each other’s mirror image, one of them having a sweet taste and the other tasting bitter. In 1985, DSM formed a joint venture with Tosoh from Japan: the Holland Sweetener Company. Tosoh had found a method to produce only the sweet aspartame fraction with the help of an enzyme – as in the case of lysine, biotechnology had won the day over chemistry. In 1988, after Searle’s patent for the European market had expired, a plant was started at Chemelot.
In 2006, the production of aspartame was stopped in the face of fierce competition from Asia, particularly China – aspartame had become a commodity.

Andeno
In 1987, DSM took over fine chemicals producer Andeno at Venlo, the Netherlands, from Océ-Van der Grinten. Since then, DSM’s history is no longer confined to Chemelot. Other takeovers (outside Geleen) followed, for example, Gist-Brocades (1998), Roche’s Vitamins & Fine Chemicals division (2003), Martek (2011), ONC, Kensey Nash, Fortitech (2012), Tortuga (2013), and Aland (2015).

Stanyl plant

Stanyl
In the 1980s, bulk chemicals research focused on energy efficiency and lower feedstock consumption. Much research was also dedicated to alternative production processes for caprolactam, ammonium sulfate, and melamine. However, the use of these processes in existing plants or the replacement of existing plants turned out unprofitable.
One diversification on the basis of acrylonitrile was the development of nylon 4.6. Named Stanyl, this engineering plastic combines a high temperature resistance with a good impact resistance. It was used mainly in electronics. Commercial production started in 1990. Stanyl is a nylon, in contrast with caprolactam, which is a nylon feedstock.

Carbolim
In 1985, Air Liquide and ACP set up a joint venture called Carbolim, which became the first ‘third-party’ company on the site, besides DSM. The joint venture operated a CO2 production plant at Chemelot, this CO2 being a byproduct of the ammonia synthesis. The carbon dioxide is used for instance in soft drinks and mineral water, for inertizing tanks and processes, to stimulate plant growth in greenhouses, and for plastic foaming.

PVC plant

First divestment: LVM
In 1988, DSM sold its 1972 PVC plant (read “How DSM made a big leap forward”), as the Limburgse Vinyl Maatschappij (LVM), to the Belgian company Tessenderlo Chemie – this being the first in a series of divestments that would continue until 2015. The transaction was inspired by the growing public resistance towards PVC, after problems with dioxin emissions from PVC waste, fed to waste incineration plants.
In 2011, the PVC activities of Tessenderlo Chemie were taken over by the British company INEOS ChlorVinyls. Today, the plant is part of the vinylchlorides company Vynova, a ICIG company with plants at Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn, and Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is a Luxembourg-German industrial investment company, that also owns Enka (formerly AkzoNobel).

The raw materials plant for Dyneema and the Stanyl plant at Chemelot are still owned by DSM, be it that the UHMW-PE plant is operated by SABIC personnel. The former Holland Sweetener Company warehouse is now part of Brightlands Chemelot Campus, where the cleanrooms of Lonza Nederland and Chemelot InSciTe are located. A few years ago, DSM shut down the Venlo site.

Read also “How it started underground”, “The first transition: from coal to chemicals”, and “When it went darker than in a mine shaft”.
This is a repost of my (Dutch) April 9, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.