maandag 12 november 2018

Water door de zee dragen

Wie naar Cyprus reist ontdekt een eiland vol contrasten. Al lange tijd heerst hier de rivaliteit tussen Griekenland en Turkije. En ook nu nog is de situatie gecompliceerd.

Stuwmeer Gecitkoy, Noord-Cyprus

Om maar eens wat te noemen: op Noord-Cyprus vinden we tussen de heuvels een stuwmeer. En dan denken we meteen aan het opwekken van elektriciteit. Maar dat is hier niet het geval. Het Gecitkoy stuwmeer dient als zoetwaterreservoir. Het wordt sinds 2015 gevuld vanuit een stuwmeer in het Taurusgebergte in Turkije. Het water wordt via een 80 kilometer lange pijpleiding, dwars door de Middellandse Zee, aangevoerd.
Het stuwmeer voorziet heel Noord-Cyprus van water: de huishoudens, de hotels, de landbouw. Voor Turkije vormen de beide stuwmeren een effectief middel om dit stukje van de wereld aan hen schatplichtig te maken.

Je hebt logischerwijs ook Zuid-Cyprus, dat op Griekenland is georiënteerd. De afstand tot Grieks zoetwater is te groot, dus verkrijgen ze daar hun drinkwater uit ontziltingsinstallaties. Turkije heeft het zuiden beleefd aangeboden om ook daar water uit het Taurusgebergte te leveren, maar de Grieks-Cyprioten zijn om te verrekken.
En daarmee zijn de verhoudingen op het eiland, qua oppervlakte nog niet een kwart van Nederland, wel zo ongeveer geschetst.

Weekmarkt, Güzelyurt

Britten
Voor een verklaring van de rivaliteit moeten we terug naar de periode sinds 1925 dat Cyprus een Britse kroonkolonie was. De Britten exploiteerden kopermijnen, een edelmetaal waar het eiland z’n naam aan ontleent. In de jaren 1950 werd gesproken over meer autonomie. Toen tekenden de tegenstellingen tussen de Griekse en de Turkse gemeenschap zich af. Een meerderheid van de Grieks-Cyprioten (tweederde van de bevolking) wilde aansluiting (enosis) bij Griekenland. De Turks-Cyprioten wilden scheiding (taksim) van het eiland in een Grieks en een Turks deel. En de Britten wilden van onafhankelijkheid weinig weten.

Het gevolg was een geweldscampagne. Daarvan waren vooral Turks-Cyprioten slachtoffer, hele dorpen werden geplunderd. Na vier jaar guerrilla werd in 1960 door het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Griekenland onafhankelijkheid aan Cyprus verleend. Het eiland werd daarbij met een onwerkbare grondwet opgescheept. Dit leidde ertoe dat eind 1963 opnieuw gevechten tussen Turks- en Grieks-Cypriotische nationalisten uitbraken. Er was sprake van een ware burgeroorlog.

In 1967 kwamen de Verenigde Naties met een vredesmacht tussenbeide. Maar tegen die tijd waren de Turks-Cyprioten teruggedrongen in enclaves en werden zij economisch en politiek geboycot. Turkije dreigde met een invasie. Dat zette onderhandelingen in gang, wat enige ontspanning gaf.

1974
In 1974 organiseerde het Griekse kolonelsbewind een staatsgreep tegen president Makarios van Cyprus. Het doel was om het eiland alsnog bij Griekenland aan te sluiten. De gevechten werden in alle hevigheid hervat. In juli van dat jaar kwam er alsnog een Turkse invasie. De staatsgreep werd daardoor verijdeld, maar de Turken bezetten het noordelijke deel van het eiland.
Honderdduizenden Grieks-Cyprioten werden met geweld uit hun huis verdreven. Nadat een wapenstilstand overeen was gekomen, kwam onder toezicht van de VN een uitwisseling tot stand: Grieks-Cyprioten verhuisden van noord naar zuid, Turks-Cyprioten in omgekeerde richting. In Noord-Cyprus is nog maar een enkel dorp met een Grieks-Cypriotische bevolking te vinden.

Green Line zorgt voor doodlopende straat, Nicosia

Cyprus vandaag
Tot op heden is Cyprus verdeeld in Noord- en Zuid-Cyprus. De grens tussen beide – de Green Line – loopt dwars door de hoofdstad Nicosia. Zuid-Cyprus wordt als land door de internationale gemeenschap erkend en is sinds 2004 lid van de Europese Unie.

Jeugd- en Sportdag, Herdenking van Atatürk, 19 mei

Noord-Cyprus voelt zich Turks en viert daarom de Turkse nationale feestdagen, zoals de Jeugd- en Sportdag, oftewel de Herdenking van Atatürk, op 19 mei. Dit is de dag dat Mustafa Kemal Atatürk in 1919 in Turkije de onafhankelijkheidsoorlog begon.

Noord-Cyprus wordt alleen door Turkije als land erkend. Wie per vliegtuig naar Noord-Cyprus (luchthaven Ercan) reist, maakt een tussenlanding in het Turkse Antalya. Het laatste stukje van de reis wordt als een binnenlandse vlucht beschouwd. Door die geïsoleerde positie heeft het noorden van het eiland een lager welvaartspeil dan het zuiden. Infrastructuur, zoals wegen, die in het zuiden netjes in orde is, is in het noorden nog in aanleg. En eerder dit jaar ondervond men er in volle heftigheid de gevolgen van de devaluatie van de Turkse lira.

En nog steeds bestaat de bizarre situatie dat er Grieks-Cyprioten op Zuid-Cyprus wonen met woningen op Noord-Cyprus, waar ze geen toegang meer toe hebben. Wie er vastgoed koopt – en er zijn tamelijk veel Engelsen die daar een vakantiehuis willen hebben – doet er goed aan om te informeren wanneer het huis is gebouwd. Als het van vóór 1974 is, loop je kans op complicaties bij de eigendomsoverdracht als er nog een Griekse eigenaar in het spel is.

De vijfsterrenhotels in de toeristenplaats Varosha, vlakbij de havenstad Famagusta, zijn ook zulke bezittingen. Grieks-Cypriotische exploitanten raakten die hotels in 1974 van de ene op de andere dag kwijt. Varosha is nu een spookstad. Sommige eigenaren bouwden op Zuid-Cyprus opnieuw hotels, in enkele gevallen aan de hand van de bouwtekeningen van de verloren hotels.

Ondanks pogingen van de Verenigde Naties om de twee gebieden te herenigingen, is het eiland tot op heden verdeeld gebleven. Van geweld is gelukkig geen sprake meer, maar tegengestelde belangen staan hereniging in de weg.

Cyprus illustreert waarom het principe van zelfbeschikking berucht is, namelijk omdat een volk dit recht opeist, maar het niet van toepassing acht op de mensen van de andere kant. Gewapend geweld was het gevolg. En dat was nog niet zo lang geleden en niet heel ver weg, namelijk in Europa.
Hopelijk weet men op Cyprus de vrede te bewaren.

Lees ook In de maalstroom van culturen.

maandag 5 november 2018

Hoe de campus steeds weer plaats biedt voor nieuw onderzoek

Om de potentie van de campus tot z’n recht te laten komen, kozen drie partijen voor samenwerking. DSM, Provincie Limburg en Universiteit Maastricht vormden een consortium, dat in 2012 van start ging.


Triple Helix-partners werken samen 
Binnen DSM was men overtuigd van de grote potentie van de campus. Na het stopzetten van de uitvoering van het Masterplan in 2008 (lees Campus wordt motor van de economie), zocht DSM de samenwerking met andere partijen om dat plan alsnog tot een goed eind te brengen. Met de Provincie Limburg en de Universiteit Maastricht / Maastricht Universitair Medisch Centrum+ kwamen ambitieuze plannen van de grond. Deze drie partijen vertegenwoordigen overheid, onderzoek en bedrijfsleven. De samenwerking werd als Triple Helix aangeduid; de partijen vormden een consortium.

In 2012 maakten deze Triple Helix-partners bekend dat ze in totaal ruim 180 miljoen euro zouden gaan investeren in onderzoeksfaciliteiten, een kapitaalfonds voor ondernemingen, een onderwijsprogramma en vastgoed voor de versnelde ontwikkeling van Chemelot Campus en Maastricht Health Campus. Later dat jaar werd Chemelot Campus B.V. opgericht, met de Triple Helix-partners als aandeelhouders. Het doel van deze nieuwe rechtspersoon was om de campus te ontwikkelen tot dé vestigingsplaats voor bedrijven, onderwijs- en onderzoeksorganisaties in geavanceerde chemie.
Het kapitaalfonds kreeg vorm als Chemelot Ventures (startkapitaal 50 miljoen euro).

De aandeelhouder van Chemelot Campus B.V. hadden elk hun eigen belang bij de ontwikkeling van de campus. DSM kon op het ‘eigen erf’ een omgeving doen ontstaan, die de ontwikkeling van innovaties zou bevorderen. De provincie kon zijn financiële middelen – na de verkoop van de aandelen in energiebedrijf Essent ruimschoots beschikbaar – op een verantwoorde manier aan de Limburgse maatschappij ten goede laten komen. De universiteit kon relatief gemakkelijk de beschikking krijgen over speciale faciliteiten (laboratoria) die nodig waren voor een nieuwe opleiding in de natuurwetenschappen.

De bouwactiviteiten werden nog in 2012 hervat met de nieuwbouw van het hoofdkantoor voor LANXESS Elastomers (tegenwoordig ARLANXEO), dat een jaar tevoren de synthetische rubberactiviteiten (Keltan) van DSM had overgenomen. Het kantoor werd in recordtijd gebouwd en het jaar erop in gebruik genomen.

In datzelfde jaar – 2012 – startten twee onderwijsinitiatieven op de campus, namelijk CHILL en het Maastricht Sciences Programme. In de steenkooljaren en nog lang daarna beschikte DSM in Geleen over een eigen opleidingsinstituut. In 1929 werd bij de Staatsmijn Maurits begonnen met de bouw van een school voor ‘leesjongens’, dat wil zeggen kompels in de dop. Omstreeks 2000 werd de DSM-bedrijfsopleiding geheel stopgezet. Echter, het tekort aan adequaat geschoold personeel werd gaandeweg pregnanter. In 2010 fourneerde de rijksoverheid via het Platform Bèta Techniek fondsen voor sectorinvesteringsplannen in het onderwijs. Dit leidde in 2012 tot Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), een samenwerking tussen Zuyd Hogeschool (hbo), Arcus College (mbo), Leeuwenborgh Opleidingen (mbo) *) en Universiteit Maastricht (universitair). CHILL stelt op de campus een innovatieve leer-, werk- en onderzoeksomgeving beschikbaar waar onderwijs en bedrijfsleven samenwerken aan de ontwikkeling van kennis en nieuwe producten.

Het Maastricht Science Programme van de Universiteit Maastricht startte als een liberal arts & science-opleiding, waarin studenten worden opgeleid tot bachelor in de natuurwetenschappen. Er kwamen twee masteropleidingen bij: een master Biobased Materials op Chemelot Campus (start 2013) en een master Systeembiologie op Maastricht Health Campus (start 2014).
Verder startten de Universiteit Maastricht en de Rheinisch-Westfaelische Technische Hochschule (RWTH) te Aken in 2013 op de campus het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM).

Naast CHILL en de Universiteit Maastricht waren Enabling Technologies en Reverdia in 2012 nieuwe toetreders. Enabling Technologies is een joint venture van DSM, de Universiteit Maastricht / Maastricht Universitair Medisch Centrum+ en de Provincie Limburg. Deze organisatie stelt hoogwaardige analyseapparatuur, zoals microscopen en spectrometers, ter beschikking van het midden- en kleinbedrijf.
Reverdia, een joint venture van DSM en Roquette, produceert barnsteenzuur dat wordt toegepast in biobased materialen.

In 2014 werd Brightlands geïntroduceerd, de merknaam voor Chemelot Campus en Maastricht Health Campus, daarna ook voor Smart Services Campus in Heerlen en Campus Greenport Venlo.

In hetzelfde jaar werden op de campus twee onderzoeksinstituten opgericht. Chemelot Institute for Science and Technology (Chemelot InSciTe) voert onderzoeksprogramma’s uit op het gebied van biomedische materialen en biobased materialen. Brightlands Materials Center (BMC) doet onderzoek naar geavanceerde toepassingen van polymere materialen.

In 2015 werd een complex in gebruik genomen waar bedrijven testfabrieken kunnen onderbrengen. Onder andere Chemelot InSciTe, Sappi en Technoforce vulden die mogelijkheid in. Het Zuid-Afrikaanse papierbedrijf Sappi doet onderzoek naar de productie en toepassing van nanocellulose. Het Indiase bedrijf Technoforce houdt zich (sinds 2013 op de campus) bezig met scheidingstechnologie (lees Scheiden doet verblijden).

In 2016 werd Center Court geopend, een nieuw gebouw met algemene voorzieningen, zoals een restaurant en vergaderzalen, en tevens de nieuwe huisvesting voor DSM Innovation Center, CHILL en de Universiteit Maastricht.

In 2017 vestigde Sekisui S-Lec een Europees onderzoekscentrum op de campus, voor onderzoek naar nieuwe toepassingen van folies in auto’s.

Dit jaar (2018) zijn twee nieuwe bedrijfsgebouwen in aanbouw: de BrightHouses, waar onder andere Sitech Services gehuisvest wordt.

Tenslotte werd onlangs de oprichting van het Brightlands Sustainable Technology Center (BSTC) aangekondigd. Brightlands Chemelot Campus en Chemelot Industrial Park hebben zich de afgelopen jaren nogal onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Maar door het BSTC worden campus en site weer op één agenda verenigd. Dit onderzoekscentrum moet namelijk met revolutionaire oplossingen komen om te zorgen dat Chemelot in 2050 klimaatneutraal is, terwijl de CO2-uitstoot dan tot (bijna) nul is gereduceerd. De inbreng van bedrijven, onderzoeksinstituten en kennisinstellingen, zoals Sitech, TNO en de Universiteit Maastricht, is hiervoor nodig.
Dit nieuwe centrum toont aan dat Brightlands Chemelot Campus steeds weer plaats biedt aan nieuw onderzoek.

*) Deze twee mbo-instellingen gaan fuseren.

Lees ook Hoe het onder de grond begon, De ontdekking van de Mijngod, De eerste transitie: van steenkool naar chemie, Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht, Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde, Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte, DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde, Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken, Hoe het begon met Chemelot, Hoe Chemelot zich op de toekomst heeft voorbereid
Met deze blogpost is de serie over de geschiedenis van Chemelot in het heden gearriveerd.

maandag 29 oktober 2018

In de maalstroom van culturen

In de Middellandse Zee ligt een eiland dat eeuwenlang een speelbal was in de maalstroom van culturen. Op Cyprus volgde het ene rijk na het andere. Ze lieten alle hun sporen na.

Bad-gymnasium-complex, Salamis, Noord-Cyprus

De maalstroom werd op gang gebracht in de mythologie, want Cyprus was de geboorteplaats van de Griekse godin Aphrodite.

Grieken en Romeinen
Een van de oudste steden van Cyprus is sinds 1100 v.Chr. Salamis (niet te verwarren met het eiland voor Athene). De stad was strategisch gelegen tussen Azië, Afrika en Europa en achtereenvolgens deden Perzen, Grieken en Romeinen er hun invloed gelden.

Theater, Salamis

De stad werd meermalen door aardbevingen verwoest en weer opgebouwd. In de zevende eeuw werd de stad nogmaals verwoest, dit keer door Arabieren. Daarna werd de stad niet meer herbouwd en Nicosia werd de hoofdstad van het eiland.

Hypocaustum, Salamis

De bezoeker vindt er nog de ruïnes, waaronder een bad-gymnasiumcomplex en het theater. Je ontdekt er ondergrondse luchtkanalen, die dienden als centrale verwarming, lees Eigen ‘hypocaustum’ is goud waard.

Soloi

De geschiedenis van Soloi, een van de tien stadskoninkrijken waarin Cyprus was verdeeld, gaat terug naar de 6e eeuw v.Chr. De naam is afkomstig van de dichter en politicus Solon van Athene. Hij wordt tot de Zeven Wijzen gerekend, de grondleggers van een vroege stroming in de filosofie. Toen deze Solon op Cyprus verbleef, sloot hij vriendschap met de heerser van het rotsstadje Aipeia. Solon adviseerde hem om de stad naar een gunstiger plaats te verhuizen en dat bleek een wijs advies: de nieuwe stad aan de noordkust floreerde.

Zwaan van Soloi

Van Soloi is niet veel meer over dan een grote mozaïekvloer, die – met dank aan een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling – volledig is overkapt. Het meest opmerkelijke detail in het mozaïek is een zwaan.

Sint-Lazaruskerk, Larnaca

Vroeg Christendom
Volgens de Bijbel was Lazarus een werkelijk bestaande persoon, de broer van Martha en Maria van Bethanië. Hij werd door Jezus uit de dood opgewekt toen hij al vier dagen gestorven was (Johannes 11). Na zijn opwekking en de kruisdood van Jezus vluchtte Lazarus naar Cyprus. Hij werd bisschop te Larnaca aan de zuidkust van het eiland, waar hij nog dertig jaar leefde. In de crypte van de Sint-Lazaruskerk was ooit zijn graf, althans volgens een van de Lazaruslegendes.
De kerk dateert van de 13e eeuw, de klokkentoren van 1857.

Zoetwaterbron bij Sint-Andreasklooster

Op het uiterst oostelijk puntje van Cyprus, slechts 105 km van Syrië, staat pal aan de kust het Sint-Andreasklooster. Tussen de kust en het klooster vindt je een zoetwaterbron. En dat is wonderlijk, zo dichtbij het zoute zeewater!

Op zijn reis naar het Heilige Land raakte het schip van Andreas, een van de twaalf apostelen, van koers en sloeg hier op de rotsen. Toen Andreas aan land kwam, tikte hij met zijn staf op de rotsen en er ontstond de bron. Het water bleek geneeskrachtig, want het genas het blinde oog van de kapitein. Zo ontstond het Lourdes van Cyprus, een heilige plaats voor Cypriotisch-orthodoxen.
Andreas stierf de martelaarsdood aan een diagonaal kruis, het Andreaskruis (lees Hoe wij ons citroenen lieten verkopen.
Het huidige klooster is toe aan restoratie, maar dat is op Cyprus een moeizame aangelegenheid.

Barnabaskerk, Salamis

In de Bijbel wordt geschreven over Barnabas, een jood, afkomstig van Cyprus (Handelingen 4 : 36). Hij reisde met de apostel Paulus mee op diens zendingsreizen door Klein-Azië, onder andere naar Antiochië, Jeruzalem en Cyprus (Hand. 13 : 4-5). Totdat zij onenigheid kregen over de samenstelling van het reisgezelschap en Barnabas alleen terugkeerde naar Cyprus (Hand. 15 : 37-39). Te Salamis stierf hij volgens de overlevering de martelaarsdood in 61 na Chr.

Sint Nicolaas

De overlevering gaat verder: de locatie van zijn graf werd in 478 in een droom geopenbaard aan de aartsbisschop van Salamis. Daadwerkelijk vond hij het graf onder een johannesbroodboom. Op die plaats werd een kerk gesticht: de Barnabaskerk. Dit is tegenwoordig een iconenmuseum, waar tot mijn genoegen Sint Nicolaas niet ontbreekt.


Kasteel van Sint Hilarion

Byzantijnen
Het kasteel van Sint Hilarion ligt hoog boven de stad Kyrenia (Girne), middenin het Vijf Vinger Gebergte (het Pentadyktylos-gebergte). Hier heb je uitzicht op de omliggende bergen, de kuststrook en de Middellandse Zee. Bij mooi weer zie je in de verte Turkije.
In Byzantijnse tijden was het een wachtpost. Met de kastelen Buffavento en Kantara in het zicht kon vandaar de hele noordkust worden bewaakt tegen Arabische piraten.

Sophiakathedraal, Nicosia
Selimiye-moskee

Franken
Tijdens en na de kruistochten vestigden de Franken zich op Cyprus. Het waren kruisvaarders van Franse komaf, met name de vooraanstaande familie Lusignan. Alhoewel zij het kasteel van Sint Hilarion tot zomerresidentie hebben verbouwd, vormen twee kathedralen uit de 14e eeuw hun meest opmerkelijke erfenissen. De Sophiakathedraal staat in hoofdstad Nicosia, de Sint-Nikolaaskathedraal in de Noord-Cypriotische havenstad Famagusta (Gazimağusa) aan de oostkust. Het gaat hier om de grootste kathedralen ten oosten van Istanbul.

Sint-Nicolaaskathedraal, Famagusta
Lala Mustafa Pasha-moskee

Ze ondergingen beide hetzelfde lot toen de Ottomanen de islam naar het eiland brachten. De gebouwen werden gestript, de torens werden vervangen door minaretten en het interieur werd ingericht als moskee. Binnen werd tamelijk rigoureus de oriëntatie op Mekka tot stand gebracht.
Het resultaat van deze verminkingen doet pijn aan de ogen.

Klooster Bellapais

Het gotische klooster Bellapais werd in de 13e eeuw gebouwd met hulp van de kruisridders. Het werd een pelgrimsoord, omdat er een fragment van het Heilige Kruis werd bewaard. Hier heb je van 700 m hoogte een mooi uitzicht over de kuststrook, alhoewel het niet zo spectaculair als van Sint Hilarion.

Venetiaanse stadsmuur, Famagusta

Venetianen
De Franken moesten plaats maken voor de Venetianen, die in de 16e eeuw steden als Nicosia en Famagusta versterkten met dikke stadsmuren. In 1570-1571 doorstond Famagusta een beleg van dertien maanden door de Turken, waarna de stad alsnog werd veroverd.


Kasteel en haven, Kyrenia

De Venetianen versterkten in de 16e eeuw ook het kasteel van de havenstad Kyrenia, aan de noordkust van Cyprus. Dit kasteel was in 330 na Chr. door de Romeinen gesticht en werd door de Byzantijnen uitgebouwd. Al die versterkingen konden niet voorkomen dat de stad zich in 1571 aan het Ottomaanse leger overgaf.

Hala Sultan Tekke-moskee, Larnaca

Ottomanen
De Ottomanen hebben niet alleen de gebouwen van hen voorafgaande culturen verminkt. Zo bouwden zij bijvoorbeeld de Hala Sultan Tekke-moskee (of moskee van Umm Haram). Dit is een islamitisch heiligdom aan de Griekse kant van Cyprus, terwijl de hiervoor genoemde bouwwerken alle aan de Turkse kant staan.
Umm Haram was de vrouw van Ubada bin al-Samit, een metgezel van de profeet Mohammed. Zij was daar tijdens een Arabische aanval op het nabijgelegen Larnaca. De moskee markeert de plaats waar deze hoogbejaarde vrouw van een muildier viel. Zij stierf en werd ter plekke begraven.
De moskee uit de 18e eeuw staat aan een zoutmeer, waar flamingo’s overwinteren.

*  *  *

Heel mooi, al die oude gebouwen, maar ze zijn eerder doelwit van corrupte kunsthandelaren en plunderaars dan object van renovatie. Het is aan te raden om gauw zelf te gaan kijken.

De vroege geschiedenis van Cyprus is gekruid met mythische verhalen. De jongste geschiedenis van het eiland moet het doen zonder die franje – daarover later meer.

maandag 22 oktober 2018

How Chemelot started

By the end of 2000, DSM launched a new strategy: Vision 2005. This had major consequences for the DSM site at Geleen. Read how this led to the creation of Chemelot.

Polyvinyl butyral hars fabriek

Vision 2005 led DSM away from bulk chemicals and polymers, in the direction of specialty products in performance materials, health, and nutrition, which was combined with further internationalization. The most far-reaching aspect of this change was the sale of the petrochemical activities, which comprised roughly half of DSM’s activities at Geleen. In 2002, these activities were sold to the Saudi-Arabian company SABIC.

Thus, a new situation was created: two major players – DSM and SABIC – located at one industrial site. The deal gave DSM the means to realize its ambitions in life sciences and material sciences, and so become less sensitive to cyclical fluctuations in sales and revenues. The move catapulted SABIC from 22nd to 11th place in the world ranking of petrochemical companies.


Introduction of Chemelot
The name Chemelot has connotations with chemistry, lot (place) and, of course King Arthur’s mythical castle, Camelot. With DSM as well as SABIC on the site, the name Chemelot was introduced in 2002. Chemelot comprises the industrial park and the campus.

The year 2005 can be considered the real starting point for Chemelot. After the petrochemical activities had been taken over by SABIC, the staff departments of the remaining DSM units were drastically reorganized as a result of the Copernicus project (2002-2004). In 2004, this gave rise to protests from the trade unions, who feared that DSM was about to dismantle (too) many of its operations in South Limburg. In that same year, DSM concluded a covenant with the Municipality of Sittard-Geleen, the Province of Limburg, and the trade unions. The aim was to develop the former DSM site into an open industrial site for chemical production, research, and development. Targets were set for attracting new companies and for creating new jobs during the period 2005-2008.
This explains why 2005 is taken as the starting point of Chemelot.

Chemelot Campus
DSM’s strategy had consequences for DSM Research at Geleen. The research activities were decentralized to the business. Activities of a more general nature, such as analysis, were divided among departments that from now on presented themselves to the outside world under their own names, such as DSM Resolve. The name DSM Research disappeared, the research site was called Chemelot Campus; since 2014: Brightlands Chemelot Campus. This became the location where DSM, SABIC and, increasingly, other companies established their (new) activities in the field of research and development – and they still do today.

Toward an open chemical park
DSM invested in acquisition and real estate. The Municipality of Sittard-Geleen invested in infrastructure. For instance, in the renovation of the entrance (Gate 2) to the Chemelot Campus, the Gate to Innovation, which was ready in 2008. Another investment concerned the Prof. Van Krevelenstraat, which in that same year unlocked a publicly accessible part of the Chemelot site, an area of 67 acres. Here Mammoet realized a new company building in 2012. In cooperation with LIOF, DSM set up a venture capital fund, Limburg Ventures, to promote the further development of Chemelot.

In 2009, it could be concluded that the targets of the covenant were amply met. The most remarkable acquisition was the Japanese chemical company Sekisui S Lec, which chose Chemelot as the location for a new plant for polyvinyl butyral resin, a raw material for safety glass films (for instance used in car windshields). This plant started production in 2006, and in 2010 its capacity was doubled.

Sitech Services
In 2007, DSM decided to sell a large part of its remaining bulk activities, activities based at Chemelot. As a result, DSM’s focus was placed even more strongly on nutrition and health products and performance materials.
Before this sale was realized, the supporting services (DSM Manufacturing Center, DMC) were transferred to a new entity: Sitech Services (2009). The shareholders of Sitech are DSM and the companies that were to become the owners of the plants still operated by DSM at the Industrial Park in 2002, after the petrochemical activities were sold to SABIC (SABIC is not a shareholder).
Sitech supports these plants with a range of services, such as maintenance. Furthermore, Sitech provides services to the whole site, notably the company fire department, the security department, the overall infrastructure (roads, railways, pipe ways, sewers), and waste water purification. The creation of Sitech Services prevented fragmentation of expertise and ensured that the costs did not become too high.

Governance: CSP
Meanwhile, a structure was created in the field of governance. Agreement was reached with the Province of Limburg, which was the authority issuing the environmental permit, about a single so-called umbrella permit for the entire site. The individual plants received a sub-permit under this permit; there are about fifty of these. The holder of the umbrella permit is a special legal entity, the Chemelot Site Permit B.V. (CSP), with SABIC, Sitech Services, the other sub-permit holders – which had formed the Association of Other Site Users, – and DSM Netherlands/Chemelot (as the land owner) as shareholders. In 2007, a single desk was established for direct contact between CSP (also representing the Chemelot companies) and the Province of Limburg.
In addition, a Policy Board was set up, consisting of the CSP Managing Board, to determine the internal policy for companies based at Chemelot. This policy is laid down in documents, such as the Site Regulations.

Read also How it started underground, The first transition: from coal to chemicals, When it went darker than in a mine shaft, How DSM developed into a chemical company, How DSM made a big leap forward, DSM from commodities to higher added value, and How DSM remained profitable in the 1990s.
This is a repost of my (Dutch) August 6, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 15 oktober 2018

Kruistocht tegen de Drenten

Belangrijke perioden in de geschiedenis worden vaak gekenmerkt door opstand. Zo heb je de opstand van de Bataven tegen de Romeinen en van de Nederlanden tegen de Spaanse koning. Maar wat weten we over de opstand van de Drenten?


Het is de Maand van de Geschiedenis en het thema is Opstand. En dan gaat het vooral over de Bataafse Opstand (69-70) en de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), of over de Bataafse Revolutie (1794-1799) en de Curaçaose slavenopstand (1795).
Maar in een bijna vergeten stukje van de tijdlijn (de Middeleeuwen) én van ons land (vlakbij Coevorden) kwamen ooit de Drenten in opstand tegen de bisschop van Utrecht.

De Middeleeuwen
De historische bron is het handschrift Quedam narracio de Groninghe, de Thrente, de Covordia…, kortweg de Narracio (1232). Ik beschik over een Nederlandse vertaling: Een verhaal over Groningen, Drente en Coevorden… (Bronnenuitgave van het Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam, 1977).

Het speelt in een tijd waarin de basis van de macht ver weg lag. De geestelijke macht was in handen van de paus in Rome, de wereldlijke macht berustte bij de keizer. Die laatste werd in Aken gekroond, dat is nog dichtbij, maar voor zijn werkzaamheden was hij continu onderweg.
De paus en de keizer delegeerden hun macht. Zo stelde de paus bisschoppen aan over de kerkelijke provincies (diocesen) en gaf de keizer gebiedsdelen in leen van graven. De bisschoppen en de graven delegeerden verder, naar prefecten, abten en een hele hiërarchie van ridders.
Maar bisschoppen verwierven vaak ook wereldlijke macht, terwijl wereldlijke leiders zich met de aanstelling van bisschoppen bemoeiden. Dat gaf verwarrende situaties, omdat de machtslijnen dan door elkaar liepen. En dat leidde onherroepelijk tot conflicten.
Dit was Middeleeuwse realiteit, ook in Nederland, met name in het bisdom Utrecht (Sticht).

De verdeling
De trammelant was eigenlijk al begonnen toen bisschop Harbert van Bierum (1139-1150) in Groningen een opstand had neergeslagen. Hij verdeelde daarop het noordelijke deel van het bisdom (Oversticht) onder zijn twee broers. Aan Ludolf gaf hij het kasteel Coevorden en het schoutambt Drenthe in leen en aan Leffert de prefectuur over Groningen (Stad en Ommelanden).

Als burggraaf van Coevorden en schout van Drenthe kreeg Ludolf rechterlijke en militaire macht. Coevorden was strategisch gelegen aan de enige goede toegangsweg naar het noorden. Drenthe en Groningen waren verder slechts te bereiken over het water via Steenwijk of, bij droogte of vorst, via de anders ontoegankelijke moerassen. De opvolgers van Ludolf probeerden zich onafhankelijk van de bisschop op te stellen.

Als prefect trad Leffert namens de bisschop op als rechterlijk, bestuurlijk en militair ambtenaar. Ook Leffert’s opvolgers trachtten zich aan het gezag van de bisschop te onttrekken, maar zij moesten rekening houden met de Groningse stadspartij, de Gelkingen.

Intermezzo: strijd om een kasteel
Bisschop Boudewijn II van Holland (1178-1196) liet het gebied niet met rust, vooral niet omdat zijn broer, graaf Otto van Bentheim klaagde dat de heren van Coevorden hem lastigvielen. Daarom veroverde de bisschop Coevorden in 1187 en droeg het enkele jaren later over aan zijn broer.

Vervolgens ontstond onenigheid met de bisschop over de opvolging van de prefectuur van Groningen. Daarbij werden in heel Drenthe bezittingen van de bisschop geplunderd, waarop de bisschop een leger naar het noorden stuurde. Er werd bemiddeld door de graaf van Gelre en vervolgens leverden Groningen, Drenthe en Coevorden in Deventer een aantal gijzelaars af. Die gijzelaars zouden losgeld kunnen opleveren – ook toen al draaide het vaak om geld.

Een van de heren van Coevorden, Folker behoorde niet tot de gijzelaars en wist het kasteel van Coevorden te heroveren. Vervolgens kwam er een uitwisseling van gijzelaars op gang. De aartsbisschoppen van Mainz en Keulen kwamen naar Deventer om vrede af te dwingen. De vredesbepalingen schoten de graaf van Bentheim echter in het verkeerde keelgat en daarom sloeg de bisschop zijn legerkamp nabij Coevorden op om het kasteel in te nemen.

Maar zover kwam het niet. Enkele van zijn manschappen waren met pijl en boog schermutselingen met de Drenten aangegaan en dat liep uit de hand. De krijgslieden van de bisschop sloegen op de vlucht en er ontstond paniek in het legerkamp. Het hele leger sloeg op de vlucht. “Als vrouwen gooiden ze hun wapens weg, lieten paarden, wagens, tenten en onnoemelijk veel proviand achter,” aldus de Narracio. De bisschop protesteerde luidkeels en schold hen voor ellendelingen uit. Ternauwernood wist hij aan het moeras te ontkomen.
Wat een klucht! Ware het niet dat dertig man dood bleven.

Al gauw stierf Boudewijn II en hij liet een verarmd bisdom na. Oversticht kreeg een tijdlang rust, want de volgende bisschoppen waren te druk met onderlinge strijd (een tijd lang waren er twee bisschoppen) en het plunderen van het graafschap Holland.

Slag bij Ane
In 1215 werd Otto II van Lippe de nieuwe bisschop van Utrecht (1215-1227), dat – mede door die plunderingen – weer welvarend was geworden. Om zijn belangen te verdedigen trad hij hard op tegen opstandige kasteelheren in het land van Vollenhove en Salland, en tegen de graaf van Gelre. Problemen in het noorden bezorgden hem pas écht hoofdpijn.

In Groningen ontstond namelijk een conflict tussen prefect Egbert en de Gelkingen. De Gelkingen riepen de hulp in van burggraaf Rudolf II van Coevorden. Egbert bouwde iets ten zuiden van Groningen een kasteel, dat door Rudolf en een legertje Drentse boeren met de grond gelijk werd gemaakt. Daarbij werd Egbert’s familie gevangen genomen en Egbert week uit naar Friesland. Met de Friezen heroverde Egbert de stad Groningen, die daarbij werd geplunderd. Er kwam een uitruil van gevangen met Egbert’s familie tot stand en Egbert herstelde de stad.

Toen Rudolf met de Drenten en de Gelkingen de stad Groningen opnieuw belegerde, was voor de bisschop de maat vol. Egbert was immers zijn dienstman. De bisschop bracht een groot ridderleger op de been, met steun van de graven van Holland, Kleef en Gelre. Zelfs uit het bisdom Keulen en Münster kwamen ridders naar het strijdtoneel.
De bisschop beloofde de aflaat aan zijn helpers, die kruisvaarders werden genoemd. Het was in de tijd dat kruistochten naar Jeruzalem op touw werden gezet, Otto II had zelf deelgenomen aan de Vijfde Kruistocht.
Ridders van naam en faam en allen die willen vechten verzamelden zich bij Ommen.

Rudolf brak het beleg van Groningen op en keerde terug naar Coevorden. Het bisschoppelijk leger trok op naar Ane, vlakbij Coevorden. Op 28 juli 1227, een hete zomerdag, gaf de bisschop het bevel om via het moeras tussen Ane en Coevorden op te trekken – het draaide uit op een ramp.
De Narracio vertelt: “De voorste gelederen die tegen de vijand oprukken, zakken langzaam in het stinkende en dodelijke moeras weg en worden tenslotte door het gewicht van hun wapenrusting geheel verzwolgen. Vanuit de verte met pijlen en speren en van dichtbij met zwaarden, slachtten de Drenten hen op onmenselijke wijze, als vee, af.
Het leger sloeg op de vlucht, kwam vast te zitten in het moeras, verdronk of werd door de Drenten vermoord. Nogmaals de Narracio: “En als kroon op hun wreedheid snijden ze met het zwaard de tonsuur van de bisschop, die ze gevangen genomen en beroofd hadden, met huid en al af, snijden met messen zijn keel door, hakken van alle kanten op hem in en maken hem af.

Epiloog
Ook Otto II liet een verarmd bisdom na en Wilbrand van Oldenburg werd zijn opvolger. Hij moest orde op zaken te stellen, men wilde wraak.
Wilbrand organiseerde een nieuw leger en trok op tegen de Drenten en Coevordenaren. Door de overmacht werden zij gedwongen een verdrag te sluiten. De Drenten moesten een forse genoegdoening betalen. Ook werden ze gedwongen een klooster te stichten, vermoedelijk Mariënkamp bij Coevorden, dat in 1260 werd verplaatst – zo ontstond Assen.

De heren van Coevorden verloren het beheer over Coevorden en het schoutambt. De strijd vlamde weer op toen Rudolf II in 1228 het kasteel heroverde. Wilbrand bracht weer een leger op de been en viel Coevorden aan; geholpen door strenge vorst kon hij veilig het moeras passeren. Maar het weer sloeg om en door wind en regen gedwongen moest hij zich terugtrekken.

De Narracio vertelt dat onderhandelingen, wapenstilstanden en gewapende strijd tussen de bisschop, de prefect en de Friezen enerzijds en de heren van Coevorden, de Drenten en de Gelkingen anderzijds elkaar afwisselden.

Bij een van die onderhandelingen, in Hardenberg ging het mis voor Rudolf II. Hij liep in een hinderlaag. Met geweld werd hij gevangen genomen en een week later, op 25 juli 1230 geradbraakt. Hij werd 38 jaar.

Onduidelijk is waarom de Drenten zo actief de burggraaf van Coevorden steunden. Waarschijnlijk had dit te maken met belastingen die hen door Otto II waren opgelegd. Zoals gezegd: ook toen draaide het vaak om geld. 

Lees ook over twee andere veldslagen, te weten Hoe je schoonpapa terzijde schuift over de Slag aan de Boyne in Ierland en Een vluchtweg als wandelroute over de Slag bij Inverlochy in Schotland.

maandag 8 oktober 2018

Campus wordt motor van de economie

Ook al was het DSM-terrein omgedoopt naar Chemelot, toch investeerde DSM na 2005 in de verdere ontwikkeling van de onderzoekscampus op de site. De financiële crisis van 2008 gooide roet in het eten. Toch werden successen geboekt en die bleven niet onopgemerkt.


Masterplan Chemelot Campus
In opdracht van DSM stelde het Rotterdamse architectenbureau Broekbakema in 2005 het Masterplan Chemelot Campus op. Dit ambitieuze plan moest leiden tot een ingrijpende vernieuwing van het vastgoed op de campus: renovatie, sloop en nieuwbouw, plus de aanleg van nieuwe infrastructuur. Dit moest resulteren in een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bestaande en nieuw aan te trekken bedrijven; op dat moment waren DSM en SABIC de belangrijkste bedrijven.
De uitvoering van het plan was in 2007 vol op stoom. Enkele vleugels van het voormalige Centraal Laboratorium werden ingrijpend gerenoveerd ten behoeve van DSM en voor de onderzoeksafdeling van SABIC werd een nieuw kantoorgebouw opgeleverd.

In 2005-2006 vestigden Kriya Materials en Basic Pharma zich op de campus. Kriya Materials produceert hoogwaardige coatings, waarin zelf ontwikkelde metaaloxidedispersies zijn verwerkt. Het bedrijf maakt gebruik van nanotechnologie.
Basic Pharma zorgt voor geneesmiddelen vanaf de ontwikkeling, via de registratie tot aan de productie. Het bedrijf vestigde zich in het Van Itersongebouw, een voormalig laboratorium van Polychemlab, dat was ingericht als bedrijvenverzamelgebouw. Sinds 2011 beschikt Basic Pharma over een GMP-gecertificeerde cleanroom voor de steriele bereiding van medicijnen. Hier worden onder meer studiemedicaties bereid voor klinisch onderzoek in het Maastricht Universitair Medisch Centrum+.

Een opmerkelijke toetreder in 2008 was Isobionics. Dit bedrijf ontwikkelt en produceert geur- en smaakstoffen, waarbij het bedrijf voortbouwt op technologische kennis van DSM. Productie vindt plaats volgens een biotechnologisch proces. In eerste instantie werd valenceen (sinaasappel) geproduceerd (lees De rijkdom aan geuren).

Speerpunt van economische ontwikkeling
Eind 2008 werd de uitvoering van het masterplan rigoureus stopgezet vanwege de financiële crisis. De eerste successen die (desondanks) op Chemelot werden geboekt bleven niet onopgemerkt: het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, innovaties in producten en productieprocessen en het scheppen van nieuwe werkgelegenheid. De Provincie Limburg presenteerde in 2008 de Versnellingsagenda 2008-2011, waarin Chemelot de motor van de economie werd genoemd. De gemeenten in de Westelijke Mijnstreek maakten Chemelot tot speerpunt voor de economische ontwikkeling.
Uit een onderzoek door Buck Consultants in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, dat eind 2009 werd gepubliceerd, kwam naar voren dat Chemelot een van de zes campussen van nationaal belang was (en nog steeds is).

Enkele toetreders in 2009 waren TiGenix en Zuydlab. Het Belgische bedrijf TiGenix is specialist op het gebied van regeneratieve geneeskunde. De celtherapieproducten worden toegepast voor het herstel van beschadigd kraakbeen in de knie. In de voormalige opslaglocatie van de Holland Sweetener Company richtte het bedrijf geavanceerde cleanrooms in. De faciliteit werd in 2014 overgenomen door het Maastrichtse bedrijf PharmaCell, dat op zijn beurt in 2017 werd overgenomen door het Zwitserse bedrijf Lonza.
De samenwerking met Zuyd Hogeschool kreeg vorm in het Zuydlab, waar studenten en wetenschappers in opdracht van het midden- en kleinbedrijf onderzoek deden. Deze instelling is opgegaan in Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL).

Toetreders in 2010 waren Avantium, Mitsubishi Engineering-Plastics en Ekompany. Het Amsterdamse bedrijf Avantium, een spin-off van Shell, bouwde een testfabriek voor een nieuwe generatie biobased groene materialen en brandstoffen. Het bedrijf heeft een proces ontwikkeld om koolhydraten uit biomassa om te zetten in zgn. furanen, die in verpakkingen kunnen worden toegepast (de zgn. PEF-fles). Eind 2011 werd de testfabriek geopend. Avantium en BASF richtten in 2016 de joint venture Synvina op om in Antwerpen een demofabriek te bouwen. Synvina heeft op de campus een eigen testfabriek geopend.
Mitsubishi Engineering-Plastics nam in 2010 de polycarbonaatactiviteiten van DSM over en vestigde een nieuw Technical Center voor de ondersteuning van klanten in Europa, dit in verband met de beschikbare kennis en faciliteiten op het gebied van polymeren.
Ekompany bouwde een proefinstallatie voor het maken van langzaam werkende meststoffen. Door de ureum te coaten komt de stikstof langzaam vrij en kan het zeer nauwkeurig worden gedoseerd, wat goed is voor het milieu. Bij het onderzoek naar de coating maakte het bedrijf gebruik van de beschikbare expertise. Het onderzoek werd in 2013 afgerond, waarna Ekompany de campus verliet en in Holtum aan groot vaarwater een volwaardige installatie voor het coaten van meststoffen in gebruik nam.

In 2011 werd het programma Brainport 2020 gepresenteerd dat erop gericht was om de regio Zuidoost-Nederland om te vormen tot een belangrijke economische motor van Nederland. De regio was toen al goed voor 55% van de patenten, 45% van de private R&D-investeringen en 35% van de Nederlandse export. High Tech Campus Eindhoven en Chemelot Campus vormden binnen Brainport 2020 de belangrijkste speerpunten. Voor de uitvoering van de Brainport 2020-agenda in Zuid-Limburg werd Limburg Economic Development (LED) opgericht. Begin 2018 werd LED omgevormd naar Economisch Samenwerking Zuid-Limburg (ESZL).

Een opmerkelijke toetreder in 2011 was Yparex. Dit bedrijf produceert extrudeerbare hechtmiddelen op basis van polyolefinen. Deze activiteit werd in 2011 van DSM overgenomen door Resin te Enschede, tegenwoordig The Compound Company. Yparex wordt toegepast in verpakkingen en buizen, bijvoorbeeld voor vloerverwarming.

In 2012 kreeg de campus een nieuwe impuls.

Lees ook Hoe het onder de grond begon, De ontdekking van de Mijngod, De eerste transitie: van steenkool naar chemie, Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht, Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde, Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte, DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde, Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken, Hoe het begon met Chemelot en Hoe Chemelot zich op de toekomst heeft voorbereid.

maandag 1 oktober 2018

Hoeveel magie zit er in een vierkant?

Als zoiets eenvoudigs als een vierkant ons dichterbij een prachtig gebouw kan brengen en melancholische gevoelens kan opwekken, dan moet er wel magie in schuilen. We reizen ervoor af naar Barcelona.

Sagrada Familia, Barcelona

In die stad kon je jaren geleden nog tamelijk gemakkelijk een bezoek brengen aan de Sagrada Familia. Tegenwoordig moet je daarvoor lang in de rij staan. Geen wonder, want deze kathedraal is een van de meest intrigerende gebouwen ter wereld. Het godshuis is nog steeds niet gereed en ik verwacht dat dit de laatste kathedraal is die ooit ergens op aarde gebouwd wordt.

Sagrada Familia, Barcelona

Er wordt dus nog voortdurend aan de basiliek gewerkt, maar het bouwwerk heeft z’n uiteindelijk vorm al goeddeels aangenomen. Het roept een heel ander gevoel op dan traditionele kathedralen, zoals de Dom van Keulen. Die kathedraal was ruim zeven eeuwen na de start van de bouw pas voltooid, in 1880 – drie jaar voordat met de bouw van de Sagrada Familia werd begonnen.
In Barcelona is het alsof we van doen hebben met een plant die langzaam tot een knoestige stronk is uitgegroeid.


Architect Antoni Gaudí (1852-1926) paste schaalmodellen toe om zo goed mogelijk te bepalen hoe de druk in de constructie verdeeld zou zijn. Zo’n model bestond uit kettingen, verzwaard met kleine gewichten, en werd op de kop gehangen. Zo werden de contouren, de druklijnen in het gebouw aanschouwelijk gemaakt. Door de kettingen langer of korter te maken kon Gaudí de optimale vorm bepalen: een zo sterk mogelijke constructie uit zo weinig mogelijk materiaal. En zo werd ook de organische vorm van de basiliek bereikt.


Magisch vierkant
De bouwwerken van Gaudí zitten vol ornamenten, vaak vervaardigd uit scherven van tegels, zoals bij Park Güell in Barcelona – een vroege vorm van recycling. Ook de Sagrada Familia zit vol ornamenten. Zo vind je op de buitengevel een vierkant van vier bij vier cellen, met getallen. De getallen in de rijen, de kolommen, de diagonalen en binnen de vijf kwadranten geven opgeteld telkens dezelfde uitkomst, de magische constante: 33.
Opmerkelijk aan dit magisch vierkant is dat twee getallen (10 en 14) tweemaal voorkomen.


Albrecht Dürer, Melencolia I (1514)

Melancholie
Melancholie of weemoed is een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen. Ik word alleen maar vrolijk als ik naar de gravure Melencolia I van Albrecht Dürer (1471-1528) kijk.

Albrecht Dürer, Melencolia I (1514)
Detail: magisch vierkant

Dat komt doordat op deze gravure een magisch vierkant is afgebeeld. De magische constante is in dit geval 34.
Opmerkelijk aan dit magisch vierkant is dat de symmetrische tegenhangers ten opzichte van het middelpunt telkens de som 17 opleveren. Verder geven de twee cellen onderin het vierkant het jaartal waarin de gravure gemaakt is: 1514.

Je eigen magisch vierkant samenstellen
Nou is het een hele puzzel om die getallen op de juiste plaats in het vierkant te plaatsen en er zijn zelfs varianten in de vorm van magische kubussen en magische cirkels. Ik leer je hoe je heel eenvoudig je eigen magisch vierkant maakt. Er is slechts één voorwaarde: een oneven aantal rijen en kolommen.
Ik laat het zien aan de hand van het kleinst mogelijke vierkant, drie bij drie cellen.

 Je eigen magisch vierkant: stap 1

Je begint met een geheel getal in een cel naar keuze, bijvoorbeeld een 1 in de cel middenboven (stap 1).

Je eigen magisch vierkant: stap 2

Je vult telkens een opvolgend geheel getal aan in de richting rechtsboven. Beland je daarmee boven het vierkant, dan schuift het getal door naar de cel in de onderste rij (stap 2). Het is alsof je doorwerkt in een duplicaat van het vierkant dat er pal boven is geplaatst.

Je eigen magisch vierkant: stap 3

Beland je bij het aanvullen rechts van het vierkant, dan schuift het getal door naar de cel in de linker kolom (stap 3). Alsof je doorwerkt in een duplicaat dat pal rechts is geplaatst.

Je eigen magisch vierkant: stap 4

‘Stuit’ je op een reeds ingevulde cel, dan schuift het getal door naar cel onder de cel die het laatst werd gevuld (stap 4). Vandaar vul je verder aan in de richting rechtsboven.

Je eigen magisch vierkant: stap 5

Beland je daarmee boven én rechts buiten het vierkant, dan schuift het getal door naar de cel onder de cel die het laatst werd gevuld (stap 5). Het is alsof een derde duplicaat rechtsboven is geplaatst, waardoor je als het ware op de cel met de 4 ‘stuit’ (dit is dus een variant op stap 4).

Je eigen magisch vierkant

Volgens de stappen 3 en 2 kun je het magisch vierkant voltooien. De magische constante is 15.

Magisch vierkant van vijf bij vijf cellen

Schaalbaarheid van magische vierkanten
Je kunt ook een magisch vierkant van vijf bij vijf cellen samenstellen, met 65 als magische constante. Bekijk het vierkant hierboven maar eens goed om na te gaan hoe de instructies uitpakken. Even extra opletten bij stap 4, die hier driemaal, voor de getallen 6, 11 en 21, werd toegepast.

Magisch vierkant van zeven bij zeven cellen

Of je stelt een magisch vierkant van zeven bij zeven cellen op, met 175 als magische constante. Je kunt ook beginnen in een andere cel dan middenboven en je kunt ook met een hoger geheel getal dan 1 beginnen. Zolang je maar de instructies volgt.
Dus, aan de slag met een vierkant van negen bij negen!

Of lees Wat fascineert aan regelmaat – in de Oudheid en nu over andere mathematische vormen dan het vierkant.

maandag 24 september 2018

Hoe meer zielen hoe meer vreugd?

Gaat de wereldbevolking groeien van zo'n 7,4 miljard nu tot negen miljard in 2040? Of is dat onzin en blijft de teller steken op hooguit acht miljard? Hoeveel het er ook zullen worden, het heeft grote gevolgen. Ga maar na.


In Get it done! * citeerde ik de gerenommeerde Noorse professor Jørgen Randers (1945), die zei: “We zullen nooit met negen miljard mensen zijn, hooguit acht miljard in 2040.” Dit was een hoopgevende uitspraak, gelet op de effecten van de bevolkingsgroei op de levensstandaard, de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen (fossiele energie) en de natuur.
Randers’ uitspraak dateert alweer van vijf jaar geleden. Reden om na Meer energie voor meer mensen nog wat meer inzicht te verwerven in de ontwikkeling van de wereldbevolking.


Ontwikkeling wereldbevolking
De Verenigde Naties houden de ontwikkeling van de wereldbevolking nauwkeurig bij en dat resulteert in uitgebreide statistieken, inclusief voorspellingen tot en met het jaar 2100. De grafiek hierboven toont dat de totale wereldbevolking zich als volgt ontwikkelt.
  • 1965: 3,3 miljard mensen
  • 2015: 7,4 miljard
  • 2040 (prognose): 9,2 miljard
  • 2100 (prognose): 11,1 miljard.
Tsja, en daarmee lijkt de (hoop en) verwachting van de professor niet uit te komen.


Dit zijn volgens VN de cijfers voor Nederland:
  • 1965: 12,2 miljoen mensen
  • 2015: 16,9 miljoen
  • 2040 (prognose): 17,7 miljoen
  • 2100 (prognose): 16,5 miljoen.


Nu duurt het nog bijna een eeuw voordat we in 2100 zijn aanbeland en daarom zoom ik via de grafiek hierboven in op 2040, het jaartal uit het citaat van Randers. Hieruit blijkt duidelijk dat de bevolkingsgroei de komende decennia vooral (maar niet uitsluitend) in Afrika plaatsvindt. Bijvoorbeeld Nigeria telt in 2040 naar verwachting ruim 330 miljoen inwoners, dat zijn er nu ongeveer 180 miljoen - bijna een verdubbeling dus.


Aantal kinderen per vrouw
In de eerste grafiek kun je ook zien dat de bevolkingsgroei geleidelijk afvlakt. Die afvlakking zou zelfs in een daling kunnen worden omgezet als vrouwen gemiddeld minder kinderen krijgen. Maar een daling van de vruchtbaarheid wordt sowieso al verwacht en is dus al in de cijfers verdisconteerd. De geanimeerde wereldkaart hierboven laat zien dat die daling uiteindelijk wereldwijd z’n beslag krijgt. Het gaat zelfs zover dat de bevolking in Europa zal krimpen, in 2040 volgens de prognoses minus 2 procent ten opzichte van 2015.


Dit schema laat zien dat er een verband is tussen vruchtbaarheid en welvaart (uitgedrukt in het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking). Een laag inkomen gaat samen met een hoge vruchtbaarheid. Of andersom geformuleerd: een hoger inkomen leidt in de praktijk tot kleinere gezinnen.

Je kunt dus concluderen dat meer welvaart – of een betere verdeling ervan – een goede weg is om de groei van de wereldbevolking te stoppen. En dat is wenselijk, want dan kunnen we langer toe met onze natuurlijke hulpbronnen en blijft meer van de natuur behouden.

Zonnecollectoren, Sahara Forest Project

Beter dan een muur
Het gevolg van de bevolkingsgroei in Afrika, in combinatie met relatief lage inkomens, ondergaan we al: steeds meer belangstelling voor emigratie naar Europa. Onlangs deed president Trump een suggestie aan de Spaanse regering: bouw een muur in de Sahara om de migratie naar Europa te stoppen. Zo’n muur zou duizenden kilometers lang moeten worden. Dit absurde plan kreeg weinig steun.

Geld dat aan de bouw van zo’n muur besteed zou moeten worden, kan beter anders worden ingezet. Zo is er het Sahara Forest Project, een Noors initiatief. Dit project ontwikkelt installaties die bij uitstek geschikt zijn om in de woestijn te plaatsen. Die installaties verenigen drie functies:
  • Zonnecollectoren (spiegels) voor het aandrijven van stoomturbines voor het opwekken van elektriciteit
  • Kassen die met zeewater worden gekoeld
  • Aanplant van vegetatie die tegen het woestijnklimaat bestand is.
Dit en andere constructieve initiatieven verdienen meer steun dan absurde plannen. Ze bieden de bevolking ter plaatse de mogelijkheid om zich in allerlei opzichten te ontwikkelen. Als dat leidt tot meer welvaart ontstaat er perspectief op het beteugelen van de bevolkingsgroei. En emigratie naar Europa wordt dan minder urgent.

Ik weet het, gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar de Amerikaanse president weet dat het construeren van een lange muur ook niet eenvoudig is – en helemaal niet het indienen van de rekening bij de buurman.
Vooralsnog botsen hier de werelden van duurzaamheid en verondersteld eigenbelang, van inclusief versus exclusief denken.

Statistieken over de wereldbevolking zijn te vinden op de website van de Verenigde Naties (http://data.un.org/Data.aspx?q=population&d=PopDiv&f=variableID%3a12).
Meer informatie over het Sahara Forest Project: www.saharaforestproject.com.
* Deze blogpost was in het Engels in verband met TEDx Maastricht 2013.

maandag 17 september 2018

How DSM remained profitable in the 1990s

In 1989, DSM became a listed company and was no longer a state-owned company. To get through the difficult years that followed, the company took the necessary measures at today’s Chemelot Industrial Park, including the outsourcing of its non-core activities.

Swentibold power plant for steam and electricity

Focus and internationalization – production
The early 1990s were difficult years for DSM. In the period 1991-1995, the company implemented the Concern 2000 program, which resulted in decentralization and outsourcing of non-core activities. As a result, the overall DSM workforce was reduced from 24,800 to 17,600 employees.
In 1991, DSM transferred its powder paint activities to AKZO, while AKZO transferred a number of engineering plastics to DSM.

The number of new activities initiated by DSM at Geleen was only modest. In 1993, DSM opened a plant producing SMA (styrene-maleic anhydride), but it was shut down already in 1997 because of its small scale. In 2006, the plant was taken over by Polyscope Polymers, a startup company that looked at the scale from a quite different perspective. For instance, SMA is sold to the automotive and paper industries.

As an integrated chemical complex, the DSM site at Geleen offered opportunities for joint production of the required utilities – electricity, steam, gases, while residual flows were exchanged between plants. This is still true today, but until 1996 the utilities were produced by DSM. In that year, these production activities, including the Swentibold power plant, were transferred from DSM Utilities to EdeA, a subsidiary of the regional power company (at the time PLEM, now Essent). Nowadays, EdeA is integrated in USG, the Utilities Support Group. The Swentibold plant, for the production of steam and electricity, is now operated by Essent.

During the next ten years, other activities also changed hands. For instance, the maintenance work went to Stork and GTI (now ENGIE), internal rail transport to DB Schenker, Polychemlab (a laboratory specializing in sample analysis for quality control purposes) to Intertek from the UK, the storage and transshipment activities (mainly for fertilizers) in Stein harbor to Wessem Port Services, and central waste processing (CBA) to Van Gansewinkel (now Renewi).
Sitech Services remained responsible (since 2009) for the company fire brigade (founded in 1925), the security department, the overall infrastructure (roads, railways, pipe ways, sewers), and waste water purification.

Plastomers plant

In 1996, the State of the Netherlands sold the last shares it still held in DSM. In the same year, DSM and ExxonMobil joined forces in the DEXPlastomers joint venture, with ExxonMobil supplying the technology and DSM an HDPE plant. Since 1997, this company has been producing LLDPE (linear low density polyethylene, or plastomers), a product in between polyolefins (PE/PP) and synthetic rubbers, which is for instance used in packaging materials.
In 2012, the joint venture was sold to the Austrian chemical company Borealis Plastomers.

Focus and internationalization – research
In the 1990s, DSM Research was looking for more and more cooperation with universities in the Netherlands as well as abroad. In 1997, industry and universities jointly set up the Dutch Polymer Institute at Eindhoven for pre-competitive research into polymers. This broadened DSM’s research to fundamental research, for instance into a new generation of catalysts for polyolefins. DSM also cooperated more in its research with other companies – open innovation.
This took place on the basis of catalyst technology, process technology, and product technology know-how.

In 2000, DSM announced a new strategy, with major implications for the DSM site at Geleen: Vision 2005.

Read also How it started underground, The first transition: from coal to chemicals, When it went darker than in a mine shaft, How DSM developed into a chemical company, How DSM made a big leap forward, and DSM from commodities to higher added value.
This is a repost of my (Dutch) May 28, 2018 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 10 september 2018

Hoe Chemelot zich op de toekomst heeft voorbereid

Het DSM-terrein was omgedoopt naar Chemelot Industrial Park. Daarmee leek omstreeks 2010 de transitie van het gebied afgerond – niet dus. Lees hoe bijna alle DSM-fabrieken op de site overgingen in andere handen en hoe Chemelot zich voorbereidde op een nieuwe toekomst.


Hoewel de twee entiteiten een soort Siamese tweeling zijn, ontwikkelden Chemelot Industrial Park en (Brightlands) Chemelot Campus zich na 2010 elk op hun eigen wijze. Dit artikel zoomt in op het chemiepark (een volgend artikel gaat over de campus); lees Hoe het begon met Chemelot over de periode die hieraan vooraf ging.

De desinvesteringen van DSM
Tegenwoordig heeft DSM bijna alle fabrieken op de chemiesite verkocht. Dat begon in 2010, toen de ammoniak-, kunstmest- en melamine-activiteiten van DSM werden overgenomen door het Egyptische bedrijf Orascom Construction Industries en werden voortgezet onder de naam OCI Nitrogen.
Nog datzelfde jaar verplaatste OCI Nitrogen de Salpeterzuurfabriek 6 van IJmuiden, waar de kunstmestproductie werd gestaakt, naar Chemelot, een project waarmee DSM Agro het jaar tevoren was begonnen.
In 2017 werd bekend dat OCI Nitrogen en Re-N Technology op Chemelot een grootschalige biogasinstallatie willen ontwikkelen, het project Zitta®Biogas Chemelot.

In 2011 werden de synthetische rubberactiviteiten (Keltan) van DSM overgenomen door het Duitse chemiebedrijf LANXESS. In 2015 ging LANXESS een 50/50-joint venture aan met Saudi Aramco voor de rubberactiviteiten wereldwijd, dus ook op Chemelot. De naam van die joint venture: ARLANXEO.
Sinds de overname in 2011 is de helft van de rubberproductie op Chemelot omgebouwd naar de innovatieve Keltan ACE-technologie.
In 2018 werd bekend dat Saudi Aramco het belang van LANXESS in ARLANXEO geheel overneemt.

In 2013 werd DEXPlastomers, een joint venture van DSM en Exxon Chemical, overgenomen door de Borealis Group. Deze fabriek werkt nu onder de naam Borealis Plastomers.

In 2015 verkocht DSM de caprolactam- en de acrylonitrilfabrieken aan durfinvesteerder CVC Capital Partners, al behield DSM een minderheidsaandeel in beide fabrieken. De twee fabrieken vormden binnen CVC de ChemicalInvest Holding. De caprolactamfabriek heet sindsdien FibrantPure Chemistry, de acrylonitrilfabriek heet AnQore, producent van Smart Materials. CVC is ook de eigenaar van bedrijven als Avast (veiligheidssoftware), Breitling (horloges) en Douglas (parfumerieketen).
In 2014, toen Fibrant nog DSM Fibre Intermediates heette, werd een nieuwe fabriek voor zwavelzure ammoniak in bedrijf genomen, de vervanging van een verouderde fabriek voor deze kunstmest, die vrijkomt bij de productie van caprolactam.
Begin 2018 werd bekend dat DSM zijn aandeel in Fibrant verkoopt aan de Chinese Highsun Holdings Group.

Op dit moment heeft DSM nog slechts drie fabriek op de chemiesite: de Stanyl-fabriek, de UHMW-PE-fabriek voor de Dyneema-productie en een grondstoffenfabriek. Dit is de eindstand na een lange reeks desinvesteringen sinds 2002, toen op de site letterlijk elke grasspriet nog eigendom van DSM was. We kunnen nu dus écht niet meer spreken over “de DSM” als we Chemelot bedoelen.
De Stanyl-fabriek blijft belangrijk voor DSM vanwege de focus op performance materialen. In 2008 verdubbelde DSM de Stanyl-productiecapaciteit en ook de capaciteit voor UHMW-PE werd uitgebreid.

Andere bedrijvigheid op het chemiepark
In 2008 vestigde het Belgische bedrijf Cymaco een keuringsstation voor acetyleenflessen op Chemelot. Bij het kraken van nafta door SABIC komt het gas acetyleen vrij, dat wordt toegepast voor laswerkzaamheden. Het acetyleenvulstation werd twee jaar later door Air Liquide van SABIC overgenomen.

In 2009 opende Boels Rental een filiaal op Chemelot.

Het Japanse chemiebedrijf Sekisui S-Lec nam in 2010 een tweede fabriek in gebruik, waarmee de productie van polyvinyl butyral hars werd verdubbeld. Nu (2018) wordt de productiecapaciteit verder uitgebreid.

In 2012 vestigde Wagenborg Nedlift, dat logistieke diensten levert, zoals kraanverhuur en exceptioneel transport, zich op Chemelot. Mammoet, een andere logistieke dienstverlener, nam in datzelfde jaar een nieuw pand op de site in gebruik. Industrieel dienstverlener Reym opende een dependance.

In 2013 was de opening de Rail Terminal Chemelot, een consortium van Meulenberg Transport, Ewals Intermodal en Havenbedrijf Antwerpen. Deze containerterminal draagt bij aan de ‘modal shift’ van truck naar spoor, waardoor het autoverkeer in de regio wordt ontlast. Het is een openbare terminal, die vooral door SABIC en DSM wordt gebruikt.

De PVC-fabriek is sinds 2016 van Vynova, een onderdeel van ICIG, dat zich toelegt op vinylchlorides, met fabrieken in Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn en dus op Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is een Luxemburgs-Duitse industriële investeringsmaatschappij, waaronder ook Enka valt (voorheen AkzoNobel).

In 2016 nam Quality Circular Products (QCP) een nieuwe recyclingfabriek in bedrijf. Hier wordt kunststof verpakkingsafval, dat door burgers wordt gescheiden en apart wordt ingezameld, verwerkt tot kunststof basismateriaal, dat even goed is als plastic uit olie.
Sinds 2018 zijn LyondellBasell en SUEZ 50/50-eigenaars van QCP.

Chemelot Industrial Park vandaag
Op Chemelot Industrial Park staan de twee naftakrakers (Olefins 3 en 4) en de polymerisatiefabrieken van SABIC. OCI Nitrogen is aanwezig met twee ammoniakfabrieken, drie salpeterzuurfabrieken, een kunstmestfabriek en een melaminefabriek. ARLANXEO heeft er een synthetische rubberfabriek (Keltan) en Sekisui S-Lec een harsenfabriek. Ook vindt je er de caprolactamfabriek van Fibrant en de acrylonitrilfabriek van AnQore. DSM heeft op de site nog de Stanyl-fabriek. Borealis Plastomers (plastomeren), Vynova (PVC), Polyscope Polymers (SMA), Carbolim (kooldioxide) en QCP (kunststofrecycling) completeren de opsomming van de grootschalige chemische productie op de locatie.
Ter ondersteuning daarvan zijn er de bedrijfsbrandweer, de beveiliging, de warmtekrachtcentrale, stoomfabrieken, wegen, spoorwegen, de railterminal, kolommenbanen, riolen en de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Chemelot is een geïntegreerd terrein, waarbij (rest)stromen tussen fabrieken worden uitgewisseld.

De toekomst van Chemelot Industrial Park
In 2016 werd het rapport Visie Chemelot 2025 gepubliceerd, lees Hoe Chemelot meer kansen biedt. Deze publicatie markeert het begin van een nieuwe ontwikkeling, met als doel om van Chemelot in 2025 de meest competitieve en duurzame chemiesite van Noordwest-Europa te maken. Sinds de publicatie van het rapport Chemie in samenwerking: Veiligheid op het industriecomplex Chemelot door de Onderzoeksraad voor Veiligheid in 2018 is hieraan nog een veiligheidsambitie toegevoegd, lees Niet alleen competitief en duurzaam, ook veilig.
Om deze doelstellingen te bereiken worden, deels in samenwerking met overheden en andere chemieclusters, verschillende plannen ontwikkeld en uitgevoerd.

In mei 2018 werd bekend dat Mitsui Chemicals op Chemelot een vestiging gaat openen voor de productie van een PP-compound, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de groeiende vraag naar lichtgewicht polypropeen auto-onderdelen in Europa.

Deze en eerdere artikelen over de geschiedenis van Chemelot zijn deels gebaseerd op twee boeken: Research tussen vetkool en zoetstof – Zestig jaar DSM Research 1940-2000 onder redactie van H. Lintsen (2000, Stichting Historie der Techniek/Uitgeversmaatschappij Walburg Pers) en The company that changed itself – R&D and the transformations of DSM door Arjan van Rooij (2007, Amsterdam University Press).

Lees ook Hoe het onder de grond begon, De ontdekking van de Mijngod, De eerste transitie: van steenkool naar chemie, Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht, Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde, Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte, DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde en Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken.