maandag 6 augustus 2018

Hoe het begon met Chemelot

Eind 2000 lanceerde DSM een nieuwe strategie: Vision 2005. Dit had grote gevolgen voor het toenmalige DSM-terrein in Geleen. Lees hoe daarmee Chemelot tot stand kwam.

 Polyvinyl butyral hars fabriek

Met Vision 2005 sloeg DSM de weg in van bulkchemie en polymeren naar specialty products in performance materials, health en nutrition en tegelijkertijd naar verdere internationalisering. Het meest ingrijpende aspect aan deze koerswijziging was de verkoop van de petrochemie, dat ruwweg de helft van DSM’s activiteiten in Geleen omvatte. In 2002 werd deze activiteit aan de Saudi-Arabische onderneming SABIC verkocht: op 1 juli van dat jaar werden de activiteiten overgedragen.

Daarmee ontstond een nieuwe situatie: twee grote spelers op één industrieterrein, DSM en SABIC. DSM verwierf de middelen om zijn ambities in de life sciences en material sciences te realiseren en daardoor minder gevoelig te worden voor cyclische schommelingen in omzet en winstgevendheid. SABIC steeg in één klap van de 22e naar de 11e plaats op de wereldranglijst van petrochemische industrieën.


Introductie “Chemelot
De naam Chemelot heeft connotaties met chemie, lot (plaats) en uiteraard Camelot, het mythische kasteel van koning Arthur (lees “De perfecte mix van licht en donker”). Aangezien zowel DSM als SABIC op de locatie gevestigd waren, werd sinds 2002 de naam Chemelot gebruikt. Chemelot omvat het Industrial Park en de Campus.

Het jaar 2005 kan gelden als het échte startpunt voor Chemelot. Na de overname van de petrochemie door SABIC werden de stafafdelingen van de resterende DSM-onderdelen tijdens operatie Copernicus ingrijpend gereorganiseerd (2002-2004). In 2004 leidde dit tot een protest van de vakbonden, die beducht waren voor een vergaande afbouw van DSM in Zuid-Limburg. Nog in datzelfde jaar DSM sloot een convenant met de gemeente Sittard-Geleen, de Provincie Limburg en de vakbonden. Het convenant zette in op de ontwikkeling van het voormalige DSM-terrein tot een open industrieterrein voor chemische productie, onderzoek en ontwikkeling. Er werden doelen gesteld voor het aantrekken van nieuwe bedrijven en het scheppen van nieuwe werkgelegenheid in de periode 2005 tot en met 2008.
Vandaar: 2005 als startpunt voor Chemelot.

Chemelot Campus
De strategie van DSM had ook invloed op DSM Research in Geleen. De onderzoeksactiviteiten werden gedecentraliseerd naar de business. De meer algemene activiteiten, waaronder analyse, werden verdeeld over afdelingen die voortaan onder eigen namen, zoals DSM Resolve, naar buiten traden. De naam DSM Research verdween, de onderzoekslocatie werd voortaan als Chemelot Campus aangeduid. Dit werd de plaats waar DSM, SABIC en steeds vaker ook andere bedrijven hun (nieuwe) activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling vestigden en uitvoerden – tot op heden (en sinds 2014 als Brightlands Chemelot Campus).

Naar een open chemiepark
DSM investeerde vanwege het convenant in acquisitie en vastgoed. De gemeente Sittard-Geleen investeerde in infrastructuur, onder andere in een vernieuwde toegang (Gate 2) tot de Chemelot Campus, de ‘Gate to Innovation’, geopend in 2008. En in de Prof. Van Krevelenstraat, die in datzelfde jaar een openbaar toegankelijk deel van het Chemelot-terrein van 27 ha ontsloot. Mammoet bouwde er in 2012 een nieuw bedrijfspand. In samenwerking met Industriebank LIOF richtte DSM speciaal voor de ontwikkeling van Chemelot het kapitaalfonds Limburg Ventures op.

In 2009 kon worden vastgesteld dat de doelstellingen in het convenant ruimschoots waren gerealiseerd. De meest opmerkelijke acquisitie was het Japanse chemieconcern Sekisui S-Lec, dat op Chemelot een nieuwe fabriek bouwde voor polyvinyl butyral hars, een grondstof voor folies voor bijvoorbeeld veiligheidsglas, zoals autoruiten. Deze fabriek ging in 2006 in productie en in 2010 werd de capaciteit verdubbeld.

Sitech Services
In 2007 besloot DSM om een groot deel van de resterende bulkactiviteiten te verkopen, activiteiten met een zwaartepunt op Chemelot. De focus van DSM kwam zo nog nadrukkelijker te liggen op voedings- en gezondheidsproducten en hoogwaardige materialen.
Voordat deze verkoop z’n beslag kreeg werden de ondersteunende diensten (DSM Manufacturing Center DMC) ondergebracht in een nieuwe entiteit: Sitech Services (2009). De aandeelhouders van Sitech zijn DSM en de ondernemingen die na 2002 eigenaar werden van de fabrieken die DSM op het Industrial Park overhield na de verkoop van de petrochemie aan SABIC (SABIC is geen aandeelhouder).
Enerzijds ondersteunt Sitech deze fabrieken met uiteenlopende diensten, zoals het onderhoud. Anderzijds verleent Sitech diensten aan de locatie als geheel, met name de bedrijfsbrandweer, de beveiliging en de algemene infrastructuur (wegen, spoorwegen, kolommenbanen, rioleringen) en afvalwaterzuivering. Met de vorming van Sitech Services werd voorkomen dat de expertise teveel zou versnipperen en te duur zou worden.

Governance: CSP
Ook op het gebied van governance werd een structuur geschapen. Met het bevoegd gezag voor de milieuvergunning (inmiddels omgevingsvergunning), de Provincie Limburg, werd overeenstemming bereikt over één zgn. koepelvergunning voor de gehele locatie. De afzonderlijke fabrieken en installaties kregen een onder die koepel vallende deelvergunning; er zijn ongeveer vijftig deelvergunningen. De vergunninghouder van de koepelvergunning was een speciale rechtspersoon, de Chemelot Site Permit B.V. (CSP), met als aandeelhouders SABIC, Sitech Services, de overige deelvergunninghouders – verenigd in de Vereniging Overige Site Users (VOS) – en DSM Nederland (Chemelot, als eigenaar van de grond). In 2007 werd één loket ingesteld voor rechtstreeks contact tussen CSP (namens de Chemelot-bedrijven) en de Provincie Limburg.
Daarnaast werd een Policy Board ingesteld, bestaande uit de directie van CSP, voor het vaststellen van het interne beleid voor de bedrijven op Chemelot, zoals vastgelegd in onder meer de Site Regelgeving.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie”, “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”, “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”, “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”, “DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde” en “Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken”.