maandag 25 juni 2018

Herinneringen aan een verdwenen dorp

Eens verkende ik met Google Earth een dorp dat ooit op het huidige Chemelot lag. Later maakte ik kennis met enkele oud-inwoners. En nu beschik ik over een boek over Oud-Kerensheide.

Plaatsnaambord Kerensheide

Van jongs af aan heb ik belangstelling voor atlassen, ook voor de online atlas Google Earth. In “Op zoek naar een verdwenen dorp” vestigde ik met de hulp daarvan je aandacht op het dorpje Oud-Kerensheide, dat vroeger op Chemelot stond. Het was een ‘fabrieksdorp’, waar medewerkers van de Staatsmijnen, zowel ondergronds en technisch personeel woonden.

De ligging van Oud-Kerensheide op Chemelot

Door de ontwikkelingen van het huidige Chemelot-terrein, met name de bouw van de naftakraker Olefins 4, moest het dorp worden afgebroken. Tegenwoordig kun je van bewoning geen spoor meer terugvinden, alleen de bomen geven nog een beeld van het oude stratenpatroon.

Herinneringen aan Oud-Kerensheide
Later maakte ik kennis met enkele oud-inwoners van Oud-Kerensheide, François Toussaint en de gebroeders Hans en Guus Knibbeler. Het verslag van eerstgenoemde van hun bezoek aan de locatie deelde ik via “Oud-Kerensheide opnieuw bezocht”.

Herinneringen aan Oud-Kerensheide

Door die twee artikelen over het verdwenen dorp kwam ik onlangs opnieuw in contact met twee oud-inwoners: Hennie Rooijackers en Jos Graff. De eerste heeft, samen met Ton Macco, een boek over zijn geboortedorp samengesteld: “Herinneringen aan Oud-Kerensheide”.

In dit boek vind je de geschiedenis van het dorp, de betekenis van Staatsmijn Maurits, beschrijvingen van het dagelijks leven en dierbare herinneringen van enkele oud-inwoners, rijk geïllustreerd met oude foto’s.

Stratenplan Oud-Kerensheide

Ontstaan en de ondergang van Oud-Kerensheide
Wat betreft de geschiedenis van het dorp: in 1820 gaf Jonkheer Kerens de Wolfrath opdracht om een grote Romaanse boerderij te bouwen op de uitgestrekte Beekerheide: de Kerenshof. Op die heide graasde voortdurend een grote kudde schapen die werd gehoed door Jacobus Vranken. Volgens de overlevering zou hij op 24 mei 1940 temidden van zijn kudde zijn overleden.

Na 1914 werden door de Staatsmijnen omvangrijke terreinen aangekocht voor de bouw van de Staatsmijn Maurits en ook de Kerenshof werd staatseigendom. Op 1 januari 1926 ging de Staatsmijn Maurits in bedrijf (lees “Hoe het onder de grond begon”).
In 1918 werden de eerste woningen van Oud-Kerensheide gebouwd voor mensen die meewerkten aan de bouw van de mijn. In de periode 1929-1930 werd het dorp uitgebreid. In 1941 werden enkele ingenieurswoningen bijgebouwd en in 1947-1948 volgden nog achttien Oostenrijkse woningen (uit hout). Er waren enkele cafés en winkels, een bakker, een transportbedrijf en een houthandel; voor scholen moest de jeugd naar de omliggende plaatsen.

Tijdens het bombardement van Geleen op 5 oktober 1942 (lees "Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht") brandden een winkel en een café volledig af. Deze panden zijn nooit herbouwd.
Zondag 7 november 1943 is de zwartste bladzijde in de geschiedenis van Kerensheide geworden. Een geallieerd vliegtuig liet tijdens een luchtgevecht zijn bommen op het dorp vallen. Hierdoor werden twee inwoners dodelijk getroffen en drie raakten er gewond.

 Monumentale boerderij Kerenshof

Vanwege de ontwikkeling van de chemische industrie (lees “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde” en “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”) en de overlast die de fabrieken veroorzaakten, besloot DSM om het dorp te slopen. Dat begon in 1967 met de afbraak van de Kerenshof. Van 1972 tot 1975 werden de overige woningen gesloopt. De bewoners ontvingen een magere tegemoetkoming in de verhuiskosten; de gedwongen verhuizing deed hen veel verdriet.

Het gebied waar Oud-Kerensheide ooit stond, is nu grotendeels afgerasterd en achter het prikkeldraad lopen grote grazers. Waarschijnlijk zijn het runderen van een ander ras dan indertijd op de Kerenshof werden gehouden.

Het boek “Herinneringen aan Oud-Kerensheide” (2001) kun je – met permissie van de samenstellers - hier downloaden.