maandag 28 mei 2018

Hoe DSM rendabel bleef door focus op kerntaken

In 1989 werd DSM een beursgenoteerde onderneming en was het dus niet langer een staatsbedrijf. Om het economisch zwaar weer dat daarna volgde door te komen, nam het bedrijf de nodige maatregelen, waaronder het afstoten van niet-kerntaken op het huidige Chemelot Industrial Park.

Swentibold-centrale voor stoom en stroom

Focus en internationalisatie – productie
In het begin van jaren 90 verkeerde DSM in economisch zwaar weer. Gedurende 1991-1995 liep het programma Concern 2000, dat zou leiden tot decentralisatie en het afstoten van niet-kerntaken. Dit resulteerde in een personeelsreductie (voor heel DSM) van 24.800 naar 17.600 medewerkers.
In 1991 droeg DSM de poederverven over aan AKZO, terwijl AKZO een aantal engineering plastics aan DSM overdroeg.

In Geleen werden door DSM slechts op bescheiden schaal nieuwe activiteiten gestart. In 1993 startte DSM een fabriek waar SMA (styreen-maleïnezuuranhydride) werd geproduceerd, maar die in 1997 alweer werd stilgelegd in verband met de geringe schaalgrootte van de activiteit. In 2006 werd de fabriek overgenomen door het pas gestarte bedrijf Polyscope Polymers, waarvoor de schaalgrootte geheel anders lag. SMA wordt onder meer in de automobiel- en papierindustrie afgezet.

Het DSM-terrein in Geleen was een geïntegreerd chemisch complex, wat mogelijkheden bood om de benodigde utilities – stroom, stoom, gassen – gezamenlijk te produceren, terwijl reststromen tussen fabrieken werden uitgewisseld. Dit geldt tot op heden, maar tot 1996 werden de utilities door DSM zelf geproduceerd. In dat jaar werden deze activiteiten, inclusief de Swentibold-centrale, overgedragen van DSM Utilities op EdeA, een dochteronderneming van de regionale elektriciteitsmaatschappij (indertijd PLEM, tegenwoordig Essent). Tegenwoordig is EdeA geïntegreerd in USG, de Utilities Support Group. De Swentibold-centrale, een warmte-krachtcentrale voor de productie van stoom en stroom, wordt tegenwoordig geëxploiteerd door Essent.

Binnen tien jaar werden ook andere diensten door DSM overgedragen. Bijvoorbeeld onderhoud aan Stork en GTI (nu Cofely), het interne spoorwegvervoer aan DB Schenker, het laboratorium Polychemlab (vooral monsteranalyse ten behoeve van kwaliteitscontrole) aan het Britse bedrijf Intertek, de op- en overslag (vooral van meststoffen) in de haven Stein aan Wessem Port Services en de centrale afvalverwerking (CBA) aan Van Gansewinkel (tegenwoordig Renewi).
De bedrijfsbrandweer (opgericht in 1925), de beveiliging, de algemene infrastructuur (wegen, spoorwegen, kolommenbanen, rioleringen) en afvalwaterzuivering werden voortgezet door Sitech Services (sinds 2009).

Plastomeren-fabriek

De Staat verkocht haar laatste DSM-aandelen in 1996. In datzelfde jaar gingen DSM en ExxonMobil onder de naam DEXPlastomers een joint venture aan, waarbij ExxonMobil de technologie leverde en DSM een HDPE-fabriek. Dit bedrijf produceert sinds 1997 LLDPE (lineair lagedichtheidpolyethyleen, oftewel plastomeren), wat het midden houdt tussen polyolefinen (PE/PP) en synthetische rubbers. Deze plastomeren worden onder meer in verpakkingen toegepast.
In 2012 werd de joint venture verkocht aan het Oostenrijkse chemiebedrijf Borealis Plastomers.

Focus en internationalisatie – onderzoek
DSM Research zocht in de jaren 90 steeds vaker samenwerking met universiteiten in binnen- en buitenland. In 1997 werd door de industrie en universiteiten het Dutch Polymer Institute te Eindhoven opgericht voor pre-competitief onderzoek naar polymeren. Hiermee werd het onderzoek door DSM verbreed naar fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld naar een nieuwe generatie katalysatoren voor polyolefinen. Ook ging DSM steeds meer onderzoek verrichten in samenwerking met andere bedrijven – open innovatie.
De basis daarvoor was kennis over katalysetechnologie, procestechnologie en producttechnologie.

In 1998 formuleerde DSM een nieuwe strategie, waarbij de focus kwam te liggen op materials & life science-producten, oftewel een verschuiving richting minder cyclische activiteiten. De (bulk)producten die in Geleen werden geproduceerd werden geclusterd in “Polymers & Industrial Chemicals” en voorzien van het strategische motto ‘actively maintain’ (actief handhaven).
In 2000 lanceerde DSM een nieuwe strategie met grote gevolgen voor het DSM-terrein in Geleen: Vision 2005.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie”, “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”, “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”, “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte” en “DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde”.