maandag 17 juli 2017

Hoe je van de zomer kunt genieten

Een van de genoegens van de zomer is voor mij de kers. En als ik daar een kilootje van in handen krijg, bereid ik daarvan een heerlijk nagerecht, dat ik in deze foodblog serveer.


Kersen eten
Ik was eens met mijn ouders op vakantie in de Ardèche. Er was daar een ruïne van een middeleeuwse burcht, gelegen op een heuvel. Het was er erg rustig en wij genoten van het uitzicht. Onze blik zoomde in op een kersenboom, beladen met kersen! Blijkbaar was niemand op het idee gekomen om dat fruit te oogsten. De boom viel niet op tussen het kreupelhout en was door de brandnetels lastig bereikbaar. Onder leiding van mijn vader waagden wij de expeditie naar die boom.
Het werd een zeer geslaagde expeditie: met lippen en vingers rood van het kersensap keerden we terug naar ons vertrekpunt.

Wat dit soort ervaringen betreft viel ik niet nog eens in de prijzen. Zo passeerden wij tijdens een fietstocht in de buurt van de Mont Ventoux vele boomgaarden met rijpe kersen. Maar mijn fietsvrienden gedroegen zich als de Tour de France: die stopt voor niemand – zeker niet voor kersen.

En enkele jaren later ging het tijdens een fietstocht door de Betuwe niet veel beter: van ons werden de plaatselijke fruittelers die kersen aan huis verkochten niks wijzer. Mijn fietsvrienden reden ijzerenheinig door.
Als enige afstappen en een kilo kersen alleen verorberen en dan de groep proberen in te halen? Nee!

Maar… geen nood: in de maand juli zijn kersen ruimschoots verkrijgbaar in de plaatselijke supermarkt. Al meermalen heb ik mensen geadviseerd om een kilo te kopen en daar een heerlijk nagerecht van te bereiden.

Clafoutis
Clafoutis heet dat nagerecht, een pudding uit de Limousin, in Midden-Frankrijk. Misschien heb je het al eens gegeten, want het staat in Frankrijk op het menu van restaurants.

Ingrediënten voor zes tot acht personen
750 gram zwarte kersen, zonder steeltjes, ontpit
125 gram bloem
4 eieren
2 eetlepel basterdsuiker
zout
½ liter melk
4 à 5 eetlepel kirsch
2 eetlepel poedersuiker

Benodigdheden
ontpitter
ruime, ondiepe ovenschaal

Vooral de aanschaf van de ontpitter en een fles kirsch is even een diepte-investering, maar je zult merken dat die ruimschoots rendeert.


Bereiding
1. Zeef de bloem in een kom. Voeg de eieren, suiker en een snuifje zout toe en kneed tot je een soepel, egaal deeg hebt (ik roer eenvoudigweg met een garde). Doe de melk erbij en dan de kersen, die gelijkmatig door het deeg moeten worden verdeel. Giet dan de kirsch erbij.
2. Vet een ovenschaal van 1¾ liter inhoud met flink wat boter in, zodat de clafoutis na het bakken gemakkelijk uit de vorm komt. Zet de schotel 30 tot 45 minuten in een op 180ºC voorverwarmde oven.
3. Haal de clafoutis uit zijn vorm en strooi er voor het opdienen poedersuiker over.

Dit recept is afkomstig uit “L’Art d’Être Gourmand” door Gaston Derys (1929), dat ik vond in het kookboek “Desserts & Zoete Lekkernijen”, een uitgave van Time/Life (1980).
En aangezien ik het kan maken (bekijk de foto's maar), kan jij het ook!

In plaats van kersen kun je ook een halve kilo pruimen gebruiken. Dat is sowieso een aanbeveling, want op de kersentijd volgt de pruimentijd. En als de pruimentijd voorbij is, kun je terugvallen op kersen op siroop. Halveer dan de hoeveelheid van de andere ingrediënten en gebruik een kleinere ovenschaal.

Het kookboek voegt daaraan toe: je kunt de kersen vervangen door bijna elke kleine of geschilde en kleingesneden verse of gedroogde vrucht. Je kunt ook vruchten met suiker bestrooien en een paar uur laten weken in wat cognac of een vruchtenlikeur. Gedroogde vruchten – pruimen of rozijnen bijvoorbeeld – moeten een nacht in wat wijn of cognac worden geweekt. Laat de vruchten goed uitlekken voordat je ze aan de clafoutis toevoegt; bewaar het uitgelekte nat en sprenkel het vlak voor het in de oven gaat over het dessert.

Zo kun je jaarrond clafoutis eten. In huize Bos wordt het gerecht zeer gewaardeerd.

Laat eens weten of het gelukt is om een clafoutis te maken...