maandag 27 maart 2017

Buitencategorie bedwingt buitencategorie

Ik maak je bekend met een groot sportman, een man met een grote mond en een groot hart. Een man die sinds kort niet meer onder ons is.


Het is ruim tien jaar geleden dat we als club van collega-fietsers kennismaakten met Frits. Dat was op de valreep, want hij werd geïntroduceerd door zijn echtgenote (“mijn lief”), die toen net ontslag bij ons had genomen – ze zat al in haar opzegtermijn.
Sindsdien bleef het nog lang onrustig in ons fietspeloton.

De Ironman kwam onder ons
Frits maakte grote indruk op ons, voor wie fietsen niet meer dan bijzaak was en doorgaans onze enige sportieve bezigheid. Want Frits was buitencategorie: een semiprofessionele sportman, een triatleet, die dus óók nog deed aan zwemmen en hardlopen. En daarbij was hij ouder dan ons, vroeg met pensioen gegaan om zijn doel te bereiken: deelname aan het wereldkampioenschap Ironman in Hawaï, de zwaarste triatlon ter wereld.

Ik heb me eens laten uitleggen waarom die van Hawaï de zwaarste is. Het zwemmen gebeurt in water dat te warm is voor het dragen van een wetsuit, terwijl dat extra kledingstuk niet alleen beschermt tegen kou, maar ook drijfvermogen levert, dat je bij Hawaï dus moet missen. Dan volgt het fietsen door een krachtige en hete föhnwind, waarna het hardlopen plaatsvindt in de luwte, in de verzengende hitte.

Zorg voor goed materiaal!
De aanwezigheid van Frits bleef nooit onopgemerkt. Hij gaf op indringende wijze gevraagd en ongevraagd advies, aan fietsmaten en andere weggebruikers. Met heftige gebaren wees hij automobilisten erop dat ze beter moesten opletten. En als iemand lek reed maakte Frits ons bekend met de vereiste kwaliteit van het materiaal.

Dat keerde zich tegen hem toen hij tussen Mesch en Gronsveld zelf eens lek reed. Wij letten goed op hoe hij de reparatie uitvoerde, want daar konden wij ongetwijfeld iets van leren. Nou moet je weten: Frits reed niet op een ‘fiets’, maar op een Pinarello, eentje met van die hoge velgen. De reparatie nam veel tijd in beslag en op een gegeven moment kwam het hoge woord eruit: de binnenband paste niet, want het ventiel was te kort.
Zo leerden we dus daadwerkelijk iets over de vereiste kwaliteit van het materiaal: bij een wiel met een hoge velg hoort een binnenband met een extra lang ventiel.

Campagnolo versus Shimano
Ik kreeg van Frits privé-advies inzake materiaalkeuze toen ik liet weten dat ik een nieuwe racefiets wilde kopen: ”Klaas, jonge, doe jezelf een plezier en investeer in iets goeds, neem Campagnolo.” Dit merk werd door Frits beschouwd als superieur over Shimano, waar ik toen mee reed: “Shimano? Dat zijn werphengels.” Bovendien moest het frame volgens Frits in een mooie kleur zijn gespoten, blauw, rood of wit. Zeker geen zwart, dat vond hij lelijk!
Ik sloeg Frits’ advies in de wind en kocht een rijwiel dat met Shimano 105 was afgemonteerd, want dat sloot volgens mij prima aan bij mijn bescheiden behoeften op dat gebied. En toen ik daarmee in ons peloton verscheen, riep Frits uit: “Klaas, jonge, wat heb je nou toch gekocht…?!

Ook dit keerde zich tegen Frits, toen hij een tijd later een nieuwe Pinarello bestelde. Hij had daarbij nogal wat noten op de zang, want de nieuwe aanwinst moest worden voorzien van elektronische schakeling en een ruime set tandwielen in de cassette. En natuurlijk moest de fiets een leuk kleurtje krijgen.
Wat schetste onze verbazing toen hij in ons peloton verscheen met een zwarte Pinarello, afgemonteerd met Shimano. Frits had namelijk de nodige concessies moeten doen: de levertijd op een frame in zijn kleur bleek bijzonder lang en Campagnolo leverde op dat moment nog niet de gewenste tandwielenset.

Very expensive
We gingen eens naar de Franse Alpen om te fietsen en namen onze intrek in een aardig Frans hotelletje. Daar zetten we onze fietsen in een bergruimte en Frits sprak de hotelier, die Engels verstond, aan: “Hé, Jean-Claude, voorzichtig met mijn fiets! Very expensive!” Frits legde ons uit dat voor hem alle Fransen Jean-Claude heten, naar een Franse collega die hij eens had.

Het ontbijt was voor Frits een belangrijke maaltijd, waarbij hij onder andere muesli at. ’s Avonds vroeg hij de hotelier: “Jean-Claude, zou jij ervoor willen zorgen dat mijn muesli is geweekt in melk als ik morgenvroeg beneden kom? Dan is de muesli lekker zacht en dat eet prettiger.” De hotelier beloofde dit.
De volgende ochtend kwam Frits als een van de laatsten van onze groep naar beneden en Jean-Claude kwam aan met een kommetje, dat hij voor hem neerzette. Frits riep uit: “Jean-Claude, wat heb je gedaan?! Dat is geen melk, maar dat is water!” Waarop de hotelier zei: “Yes, but milk is very expensive.

Extra portie
Frits was gek op desserts, zoals tiramisu. Zo waren we eens in een hotel met halfpension, waar crème brulée op het menu stond. “Nou,” zei Frits, “het zal mij benieuwen, want een goede crème brulée is zeldzaam.” Het hotel was nogal onderkomen en dat wekte niet veel vertrouwen. Terwijl Frits zijn dessert verorberde kreeg hij een steeds grotere glimlach op zijn gezicht: “Dit is werkelijk perfect!
De volgende dag stond er geen crème brulée op het menu, maar Frits vroeg op zijn gebruikelijke, indringende wijze aan de serveerster of we dat niet tóch zouden kunnen krijgen. En tot onze grote verrassing kregen we 's avonds als extraatje inderdaad een crème brulée, zij het in een kleiner bakje. Die was wederom perfect!

Verjaardagsfeest
Terwijl we van dat dessert zaten te peuzelen stelde Frits voor om het jaar erna de Marmotte te gaan fietsen, maar dan niet op de dag zelf, maar een week erna. Daarmee zou hij dolgraag zijn zeventigste verjaardag willen vieren.
Nu moet je weten dat de Marmotte een van de zwaarste georganiseerde dagtochten is, zo’n 140 km door de Franse Alpen met ruim 5.000 hoogtemeters. Ik meende mijn grenzen te kennen en zei: “No way!” Frits antwoordde: “Kom op, Klaas! Als ik het kan, kan jij het zeker ook!
Daarmee haalde hij me over.


Op 12 juni 2015, op Frits’ 70e verjaardag, gingen we de Marmotte fietsen, met H.S. en neef K. Er was dat jaar een alternatieve route in verband met een aardverschuiving. Daarom was de Col de la Croix de Fer, met 2.068 m een col van de buitencategorie, de voorlaatste klim en de laatste was de Alpe d’Huez (1.845 m).

Frits zorgde dat we niet te snel gingen fietsen. En halverwege kwam uit de volgauto stokbrood met kaas en salami tevoorschijn. “En geen groot bord spaghetti, want dan ga je het niet redden!” En daarbij dronken we op Frits’ advies een blikje cola, een drankje dat ik alleen in de combinatie fysieke inspanning en warm weer neem.
Een uur later gaf Frits het bevel: “Zo, nu kun je je eerste gelletje nemen en de volgende over een halfuur!” Die rommel kwam me de neusgaten uit, maar had wel het gewenste effect, namelijk dat mijn energieniveau op peil bleef.

Toen we op de Croix de Fer aankwamen hadden we 3.900 hoogtemeters te pakken. Voor Frits was die klim overduidelijk een ongelooflijke worsteling geweest. Vrijwel elke andere zeventigjarige had de handdoek allang in de ring gegooid. Zo niet Frits, hij bedwong de pas.
Ik had de Alpe d’Huez enkele dagen tevoren als enige van mijn groep beklommen en wist dus wat ons nog te wachten stond. Daarom zei ik: “We hebben goed gefietst en we hebben nog een verjaardag te vieren. Let’s call it a day.
Vervolgens daalden we in euforie over onze prestatie met ruim 60 km per uur de Col du Glandon af, op weg naar ons pension.

Extra tijd
Frits nam deel aan vele halve en hele triatlons in binnen- en buitenland, maar hij slaagde er niet in om zich te kwalificeren voor de Ironman van Hawaï.
Afgelopen zomer kreeg Frits een hartaanval. Dankzij zijn goede conditie overleefde hij ruim een uur reanimatie. Frits wist niet van opgeven. Maar zoals indertijd met de crème brulée werd de extra tijd in een kleine portie geserveerd. Zeven maanden later, op 23 februari 2017 overleed onze Ironman.

 
In herinnering aan
Frits Massee (1945-2017)