maandag 30 januari 2017

Hoe ik terugkeerde naar de Kale Berg

De eerste keer dat ik per fiets een berg beklom, verdween deze in een natte, koude wolk. Toen ik het nog eens probeerde, wachtte er een heel andere uitdaging. Zo is er altijd wat!


De fietstocht is hetzelfde, maar mensen verschillen. Wat voor de één bijna bovenmenselijke inspanning vergt, is voor de ander een peulenschil. Gestel, leeftijd, conditie, training, vorm van de dag, humeur en motivatie spelen een rol.
Dat merkte ik bij mijn tweede beklimming van de Mont Ventoux.

Het jaar ervoor was ik die berg ook al opgefietst, maar zoals je in “Naar de top van een verdwenen berg” kunt lezen, kreeg ik daar toen weinig van te zien. De kans om dat over te doen greep ik met beide handen aan.

Dit keer kondigde de ellende zich voor vertrek al aan. De bus stond klaar in Urmond, beladen met de bagage en rijwielen van twintig enthousiaste fietsers. Op een donderdag zouden we ’s avonds om negen uur vertrekken naar de inmiddels bekende camping Carpe Diem, de rit zou ruim de hele nacht duren. Na twee relatief rustige fietsdagen zouden we ’s zondags de Mont Ventoux gaan beklimmen.
Maar…

Maar toen kwam de mededeling van de kwartiermakers in Vaison-la-Romaine dat de Mont Ventoux uitgerekend die zaterdag en zondag afgesloten zou zijn in verband met een rally van klassieke sportwagens.

We kregen twee alternatieven voorgeschoteld: ofwel ’s middags na aankomst de klim maken ofwel zaterdagochtend vroeg, voordat de berg zou worden afgesloten. De eerste optie vond de meeste steun. Dat betekende dus: meteen vanuit de bus, na een slapeloze nacht, op de fiets voor een tocht die zonder dat al zwaar genoeg is. Maar beter dan zaterdagmorgen om vijf uur op.


De bus was okay, maar de nacht is zittend met de beste wil niet comfortabel door te komen. We waren dan ook blij dat we ’s ochtends in de verte de Kale Berg boven het omliggende landschap zagen uittorenen.

De fietstocht
Om tien uur arriveerden we met onze slaperige koppen op de camping en om twee uur stapten we op de fiets. Heerlijk was dat, zo konden we de lamlendigheid van de voorbije nacht uit ons lichaam schudden. En dit was waarvoor we waren gekomen: fietsen in de bergen.

Om bij Bédoin, het startpunt van de klim, te komen gingen we eerst de Col de la Madeleine over. Die helling mag voor een goed getrainde fietser geen probleem zijn, want anders hoef je niet aan de Mont Ventoux te beginnen.

Wie vanuit Bédoin aan de klim begint, vraagt zich de eerste tien kilometer af: “Waar blijft toch die helling?” Tot St. Estève gaat het namelijk geheel vlak. Pas toen ik dat dorp was gepasseerd, drong tot me door waarom de beklimming vanuit Bédoin zwaarder zou worden dan vanuit Sault, het jaar ervoor. Vanuit Sault begin je namelijk al na twee kilometer te klimmen en de totale afstand is ruim vier kilometer groter dan vanuit Bédoin. En bovendien ligt Sault 450 m hoger dan Bédoin.

 
Halverwege de aanloop naar de echte klim werd ik door borden herinnerd aan de stremming van de weg, de dagen erna. Tijdens de klim zag ik enkele klassieke sportwagens, Porsches, Ferraris. Hoge toeren, hoge snelheid, veel lawaai. Tweemaal kwamen ze langs scheuren, eerst omhoog, daarna weer naar beneden. Normaal vind ik die klassiekers leuk om naar te kijken, maar toen foeterde ik op ze.

Niet alleen die auto’s verfoeide ik, ook de berg moest het ontgelden. Want de steile klim voerde door een bos met lage bomen. Door de bochten in de weg kon ik hooguit 300 meter vooruitkijken. Geen enkel uitzicht, nergens. Toeristisch niet zo interessant. Een bord aan de kant van de weg: “Le Mont Ventoux 1909m – Géant de Provence – 15 km – 9.1% sur 1 km – Alt. 630m”. Zulke borden boden de enige oriëntatie op de voortgang van de klim.

En toen, met dit soort borden langs de weg en zo tegen het maximum van mijn fietskunnen, begon ik te rekenen. Hoe ver zou het nog zijn en hoe lang zou ik erover doen? Ik gooide m’n lichtste verzet (38-28) in de strijd. Mijn snelheid zakte van 10 naar 8 km per uur. Zou het ook zo zwaar zijn geweest als ik vannacht fatsoenlijk geslapen had?
En zo begon ik te denken aan afstappen, even de druk van de pedalen…
Nee, doorfietsen!

Mijn rekensommetjes kwamen goed uit: Chalet-Reynard kondigde zich aan. Hier voegt de weg vanaf Sault zich bij de route naar de top. Voor mij was dit een geschikte plaats voor een korte pauze.


Over de kale berg
Ik stapte weer op de fiets en tufte kalmpjes naar boven voor het laatste deel van de klim. Het landschap en het uitzicht waren nu zeer interessant, vooral ook omdat ik daar het jaar tevoren in die mist helemaal niets van gezien had.

Wat een bizar landschap! Geen boom te zien, slechts een enkele plant, wat bloemen. ’t Was allemaal grind en rotsblokken wat de klok sloeg. En rondom bergen die allemaal een stuk lager waren dan deze Reus van de Provence.
Ik genoot en stapte driemaal af voor het maken van foto’s.


De laatste keer stapte ik af bij het monument voor Tommy Simpson, de Britse wielrenner die daar tijdens een etappe in 1967 overleed. De top van de berg, die ik al zes kilometer lang in de verte zag liggen, gemarkeerd door het weerstation, was nu heel dichtbij gekomen.


Nog een paar honderd meter te gaan. Ik schakelde weer naar mijn laagste verzet, zodat ik netjes bij de top aankwam. I did it! Het waaide er behoorlijk – de berg deed z’n naam eer aan. Ik moest opletten dat ik niet omviel.
Ik maakte de foto’s waar ik het voorafgaande jaar niet aan was toegekomen.

Echt warm was het er niet, slechts 12 graden. Na een pauze in het restaurant bij de top daalde ik af naar Malaucène. Mijn kruissnelheid was daarbij ruim 60 in plaats van 8 km per uur.

Simpel plezier
De fietstocht is hetzelfde, maar mensen verschillen. Al zijn er ook zaken die fietsers met elkaar gemeen hebben: het simpele plezier om te gaan over ’s Heren wegen, gaan waarheen je wilt (met aandacht voor veiligheid). Het aangaan van de strijd tegen slecht weer en met het zware parcours, het genieten van het landschap dat zich voor je ontvouwt, de gesprekken onderweg, de stops bij een terrasje naar keuze. Bij thuiskomst de tevredenheid over de verrichte prestatie en de gezonde, lome vermoeidheid in je lichaam.
Dit waren mijn ervaringen toen ik de Mont Ventoux voor de tweede keer beklom.

Deze blogpost is een bewerking van het verslag dat via SlideShare opvraagbaar is: www.slideshare.net/KlaasBos/mont-ventoux-verslag-2009