maandag 12 december 2016

Hoe in Oslo oude interesses herleefden

Het zal jou niet anders vergaan dan mij. Je bent een tijdlang ergens door geboeid. Je leest en bekijkt alles wat erover kunt vinden. Totdat andere zaken hun aandacht opeisen. En veel later komt er iets langs, waardoor die oude interesse opnieuw gewekt wordt. Dat overkwam mij in Oslo.

Opera House Oslo, exterieur

Begin november was ik in de Noorse hoofdstad Oslo en in dat weekend begon daar de winter. De eerste sneeuw dwarrelde neer, terwijl wij naar ons hotel in de wijk Briskeby liepen. De meegekomen kou versterkte de aantrekkingskracht van twee musea op Bygdøy, een schiereiland in de Oslofjord: het Kon-Tiki Museum en, letterlijk aan de overkant van de straat, het Fram Museum.
Hier werden twee vergeten interesses bij mij weer tot leven gewekt. Als tiener was ik al geïntrigeerd door de Kon-Tiki-expeditie van Thor Heyerdahl en door poolexpedities.

De Kon-Tiki op volle zee

Kon-Tiki
Het Kon-Tiki Museum gaat over de expedities van de Noor Thor Heyerdahl (1914-2002), een van de laatste ontdekkingsreizigers. Hier liggen het originele balsavlot Kon-Tiki en de papyrusboot Ra II.

Met zijn expedities wilde Heyerdahl aantonen dat er al heel vroeg contact was tussen ver van elkaar gelegen gebieden:
  • Tussen Zuid-Amerika van voor de aankomst van Europeanen en het Polynesische Paaseiland (Kon-Tiki)
  • Tussen het oude Egypte en Amerika, ver voor Columbus (Ra I en Ra II).
Om te bewijzen wat niet gedocumenteerd was, deed hij die reizen in 1947 resp. 1969/1970 over met zoveel mogelijk authentieke schepen – een bijzondere vorm van archeologie. Alleen de communicatiemiddelen waren eigentijds.

 De Kon-Tiki veilig in het museum

Met vijf avonturiers, onder wie twee verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog, liet Heyerdahl zich in 101 dagen door de stroming en de wind op zijn vlot meevoeren over de Stille Oceaan. De meegenomen leeftocht vulden ze aan met vis. De tocht voerde van Peru naar het atol Raroia in Frans-Polynesië, een afstand van 7000 km.
Heyerdahl’s documentaire “Kon-Tiki” (1950) won een Oscar; bekijk de 3-minuten trailer.

De Fram in het ijs van de Noordpool

Poolexpedities
Het Fram Museum vormt de permanente sarcofaag voor de schepen Fram en Gjøa, die stille getuigen zijn van expedities naar de extreme uithoeken van onze aarde. We leren er over de Noren Fridtjof Nansen (1861-1930) en Roald Amundsen (1972-1928) en de Ier Ernest Shackleton (1874-1922).

Fridtjof Nansen liet de Fram (Noors: voorwaarts) speciaal voor poolreizen bouwen. Hij wilde zich daarmee in het poolijs laten insluiten. Het ijs zou het schip volgens Nansen meenemen over de Noordpool. Dat insluiten door het ijs lukte in 1893, het meevoeren met het ijs ook, maar de route voerde niet over de noordpool. De Fram bereikte 85°56'N, een record, voordat het in augustus 1896 weer uit het ijs vrijkwam.

Het duurde nog tot 1909 voordat Robert Peary claimde als eerste mens de Noordpool te hebben bereikt. Nansen werd ambassadeur van Noorwegen in Londen en ontving in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede, omdat hij opkwam voor vluchtelingen en staatlozen.

Roald Amundsen vertrok in 1903 op de Gjøa om de noordwestelijke doorvaart, van Groenland naar Alaska te maken. De Gjøa doorstond twee overwinteringen en zo werd de doorvaart in 1905 voltooid.

Amundsen op de Zuidpool (1911)

In 1910 vertrok Amundsen op de Fram voor een nieuwe ontdekkingsreis, dit keer met de Zuidpool als doel. Hij slaagde er op 14 december 1911 in als eerste mens de Zuidpool te bereiken.
Vijf weken later arriveerde daar een Brits expeditieteam onder leiding van Robert Falcon Scott. Op de terugweg kwam het hele team om.
Bekijk de 21-seconden videoclip.

De Fram veilig in het museum

In 1928 verongelukte Amundsen in een vliegtuigcrash boven de Noordelijke IJszee tijdens een reddingsmissie voor Umberto Nobile. Hij was een Italiaanse poolreiziger, met wie Amundsen twee jaar tevoren in het luchtschip Norge over de Noordpool was gevlogen. Nobile was in de luchtballon Italia in moeilijkheden gekomen toen hij van de Noordpool terugkeerde.

De Endurance in het ijs van de Zuidpool

Tenslotte vertelt het Fram Museum over Ernest Shackleton, die zijn expeditie heeft beschreven in “South” (“Zuidpool”, 1919). Hij vertrok in 1914 op het schip de Endurance om Antarctica per slee dwars over te steken, naar een tweede schip, de Aurora.
De Endurance liep in januari 1915 vast in het ijs. Eind oktober moest Shackleton met zijn bemanning het schip verlaten, dat een maand later in het ijs onderging. In de drie reddingssloepen van de Endurance bereikten zij het onbewoonde Elephant Island. Voor hulp moest Shackleton met vijf metgezellen* in de reddingssloep James Caird nog 1000 km varen naar Zuid-Georgia. Daar wachtte nog een klim over een rotswand en gebergte om hulp te bereiken. Eind augustus 1916 werden alle 22 leden van de expeditie op Elephant Island door de Chileense marine gered.
Nadat Shackleton was gestorven aan een hartaanval is hij op Zuid-Georgia begraven.

Dit soort heroïsche verhalen vind ik prachtig, al ben ik blij dat ik zoveel ontberingen niet hoef te doorstaan.

Andere bezienswaardigheden in Oslo
En als je dan toch in Oslo bent, is het een kleine moeite om nog twee interessante plaatsen te bezoeken.

Nobels Fredssenter, Oslo

Breng een bezoekje aan het Nobel Vredescentrum in de wijk Akersbrygge, dat de ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede eert.

Opera House Oslo, wandeling op het dak

En vergeet niet om een wandeling te maken op het schuine dak van het Opera House, een modern gebouw dat zowel buiten als binnen indruk maakt.

Opera House Oslo, interieur

* Een van hen heette Thomas Crean, afkomstig uit de buurt van het Ierse stadje Dingle. Om hem te eren brouwt de Dingle Brewery Crean’s Irish Lager.