maandag 12 september 2016

Hoe je inspeelt op de woonwensen van kenniswerkers

Stel, je bent hoog opgeleid en ambieert een baan op Brightlands Chemelot Campus, ook al moet je daarvoor verhuizen. De campus is gelegen in een regio waar het aantal inwoners terugloopt, met een overschot aan woningen tot gevolg. Maar zijn dat wel woningen waar jij graag wilt wonen?


Op 24 juni 2016 presenteerde ontwerpbureau BuroSTUB het rapport “Je zal er maar wonen: ontwerpend onderzoek naar huisvesting van kenniswerkers in een krimpregio”. In dit rapport worden twee ontwikkelingen gecombineerd:
  1. Groeiopgave: de economische ambities van Zuid-Limburg, met name de ontwikkeling van Brightlands Chemelot Campus, waarvoor getalenteerde kenniswerkers worden aangetrokken.
  2. Krimpopgave: de terugloop van het aantal inwoners van Zuid-Limburg, wat leidt tot een overschot aan woningen.

Dit resulteert in een transformatieopgave: hoe sluit het woningaanbod het beste aan op de woonwensen van de kenniswerkers?

De focus van het onderzoek ligt op de Westelijke Mijnstreek, waar de campus is gelegen, en op hoogopgeleide kenniswerker die op de campus werken. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlandse en buitenlandse kenniswerkers (internationals).

Woonwensen
De voorkeur van kenniswerkers gaat vooral uit naar een suburbane of landelijke woonomgeving. Jongeren en internationals geven weliswaar vaker de voorkeur aan een stedelijk centrum, maar niet alle kenniswerkers willen in Maastricht wonen.

De bereikbaarheid van de woonlocatie over de (snel)weg is van groot belang voor kenniswerkers. Jongere internationals hechten meer belang aan het openbaar vervoer, waarbij zij het reizen naar het buitenland als problematisch ervaren. Voor hen vormt ook de matige bereikbaarheid van de campus per openbaar vervoer een beperking.
Kenniswerkers hebben dagelijkse voorzieningen, zoals supermarkten, restaurants en sportverenigingen, graag vlakbij huis.

In tegenstelling tot expats zijn kenniswerkers nogal honkvast. Kenniswerkers zijn geen voorbijgangers, maar blijven nogal lang op één plaats wonen.
Veel kenniswerkers hebben een koopwoning, behalve jongere internationals die relatief vaak een huurappartement hebben, veelal in Maastricht.

Transformatieopgave
In de Westelijke Mijnstreek laat het aantal inwoners en huishoudens een duidelijke daling zien, zodat de komende decennia er significant minder woningen nodig zijn. Zonder ingrijpen leidt dit tot groeiende leegstand en dalende huizenprijzen. Dit heeft nadelige gevolgen voor de leefbaarheid van de regio.

De overheid is aan zet voor oplossingen. Het beleid is gericht op sloop van woningen waar dat nodig is (verdunning), het verbeteren van de kwaliteit van bestaande woningen en het mondjesmaat toestaan van nieuwbouw. Sloop is bijvoorbeeld aan de orde in wijken met veel woningen van hetzelfde type. En de kwaliteit van woningen verbetert bijvoorbeeld door ze levensloopbestendig te maken.
Een complicatie is dat een groot deel van de woningen in particulier bezit is.

 Kansenkaart Westelijke Mijnstreek

Kansenkaart
Volgens BuroSTUB zijn er rondom de campus voldoende goed bereikbare suburbane woonwijken, met voldoende dagelijkse voorzieningen, in een groene woonomgeving én met goed bereikbare voorzieningen in de omliggende steden. Bovendien zijn de huizen betaalbaar.
Dit zijn ook de woonwijken waar kwaliteitsverbetering van woningen wenselijk is. De vraag naar woningen vanuit de kenniswerker kan dus een katalysator zijn bij de benodigde transformatie.

Ruimtelijke strategieën
Voor die transformatie doet BuroSTUB vijf aanbevelingen:
  1. Stel het bestaand woongebied centraal
    In de woonwensen van de kenniswerker kan binnen het bestaande woongebied worden voorzien, al zijn daarvoor wel gerichte ingrepen nodig, ruimtelijk, financieel en organisatorisch.
  2. Gebruik het Limburgs landschap als kracht
    Een mooi en bereikbaar landschap is voor de kenniswerker zeer interessant vanwege groen, rust en sportmogelijkheden. Daarvoor is nodig dit landschap, dat in de Westelijke Mijnstreek aanwezig is, in de directe woonomgeving te laten doordringen.
  3. Date met een kenniswerker
    Voor de internationals is niet alleen sprake van een ruimtelijke opgave, maar ook van een sociale. Dat vraagt meer mogelijkheden voor interactie en contact tussen de locals en de internationals, bijvoorbeeld door het wegnemen van drempels en taalbarrières.
  4. Streef naar complementariteit binnen de Euregio
    De Westelijke Mijnstreek kan zich profileren met een wervend suburbaan woonmilieu, terwijl stedelijke en landelijke woonmilieus, complementair hieraan, elders in de Euregio aanwezig zijn.
  5. Start een Brightlands proeftuin
    Proefprojecten laten zien wat de Westelijke Mijnstreek als kennisregio in haar mars heeft. Daarbij worden nieuwe technieken en materialen ‘live’ uitgetest in de openbare ruimte, in het verenigingsleven, in de woning, bij de buurtwinkel, door startups van kenniswerkers.
Gereedschapskist
BuroSTUB sluit het onderzoek af met concrete maatregelen op vier thema’s. De uitvoering ervan vergt investeringen en inspanning van allerlei partijen, zoals de overheid, huizenbezitters, banken, makelaars en werkgevers, waaronder bedrijven op de campus.
Ik noem enkele maatregelen:

Bereikbaarheid
  • Slimme woon-werk fietsverbinding (Brightlands Bikelane)
  • Grensoverschrijdend OV-netwerk.

Groene omgeving
  • Het buitengebied in je achtertuin door herinrichting van openbare ruimte
  • Slopen leegstaande woningen ten behoeve van groen.
Voorzieningen
  • Welcome Center voor internationals
  • Dagelijkse voorzieningen (winkels en scholen) in de buurt.
Woningen
  • Suburbane herverkaveling door middel van kleinschalige ingrepen, zoals grondruil
  • Herbestemmen maatschappelijk vastgoed.
Ik zal in gaten houden of de maatregelen worden gerealiseerd, zodat elke kenniswerker die op de campus in dienst treedt in de buurt zijn droomwoning kan betrekken.

Het rapport “Je zal er maar wonen: ontwerpend onderzoek naar huisvesting van kenniswerkers in een krimpregio” is online beschikbaar op http://kenniswerkersinlimburg.nl. Je vindt hier ook informatie over de onderzoeksopzet.