zondag 1 november 2015

Een vluchtweg als wandelroute

Veel plaatsen zijn ooit het decor geweest van historische gebeurtenissen. Wie thuis is in de vaderlandse geschiedenis kent bijvoorbeeld Heiligerlee en Mook. Maar wie verwacht nou dat een onherbergzame streek ooit als historisch decor heeft gediend?


Onze wandeling over de West Highland Way in Schotland voerde door het desolate dal Glen Nevis, niet ver van het eindpunt Fort William; lees mijn blogpost “Te voet door de Hooglanden” van 17 augustus 2015. Ik was verrast om daar als een van de weinige tekenen van menselijke activiteit een gedenkplaat aan te treffen, die herinnerde aan de Slag bij Inverlochy in 1645.

Op de gedenkplaat lezen we het volgende.

De achtervolging van de Campbells
Slag bij Inverlochy
“Ik ben Diarmid Campbell uit Inverary, ik ben gewond geraakt door de zwaarden van de MacDonalds en nu helpen mijn verwanten mij om Lochaber te ontvluchten. Heden, 2 februari 1645, bij zonsopgang, vielen Montrose met zijn Hooglanders en Alasdair MacColla met zijn Ieren ons aan en vernietigden ons leger. Onze arme aanvoerder Auchinbreck ligt dood op het slagveld. De rivier Lochy is rood gekleurd door het bloed van de beste mannen van Argyll. Wij die zijn overgebleven gaan terug naar ons vaderland door de Lairigmor (de grote pas). Bid tot God dat die duivelse MacDonalds ons niet verder achtervolgen, we zijn als opgejaagd wild. Deze stervende Hooglander wil naar huis, terug naar het land van zijn voorouders. Als de Almachtige mij dat toestaat.”

Dit citaat brengt ons in één keer naar een van de bloedigste perioden in de Britse geschiedenis. Een godsdienstsoorlog tussen royalisten – aanhangers van (de anglicaanse) Koning Karel I – en streng-orthodoxe presbyterianen (de zgn. Convenanters): de Schotse Burgeroorlog (1644-1651). Oorlogen in Engeland, Schotland en Ierland: de Oorlogen van de Drie Koninkrijken (1638-1651). En een vete tussen rivaliserende Schotse clans: de (katholieke) MacDonalds en de (presbyteriaanse) Campbells. Bovendien loopt er een scheidslijn langs de taalgrens tussen het Gaelic (Schots) en het Engels.

Een aanleiding tot de strijd was dat Karel I een gebedenboek aan de presbyterianen opdrong. Daarbij speelde het streven naar een onafhankelijk Schotland een rol, terwijl de koning nota bene een afstammeling was van het Schotse koningshuis Stuart (clan Stewart).

De Slag bij Inverlochy was een veldslag tussen royalisten (vooral van de Gaelicsprekende MacDonald clan), geholpen door Ierse troepen, aan de ene en Convenanters (vooral van de Engelssprekende Campbell clan) aan de andere kant.
In een verrassingsaanval wonnen de royalisten ondanks dat ze met 1.500 man vochten tegen 3.000 Convenanters, van wie er 1.500 gedood werden (de royalisten verloren ‘slechts’ 250 man).

De gedenkplaat die wij op onze wandeling tegenkwamen staat op de vluchtroute van de Campbells. Het 13e-eeuws kasteel Inverlochy is gelegen aan de andere kant van de Ben Nevis, de hoogste berg van Groot-Brittannië (1344 m).

De royalisten werden geleid door de Markies van Montrose en Alasdair MacColla; Duncan Campbell van Auchinbreck voerde namens de Markies van Argyll de Convenanters aan.
En daarmee komen enkele interessante hoofdrolspelers in beeld.

Markies van Montrose
James Graham, de 1e Markies van Montrose van de Graham clan – edelman, dichter en militair – sloot zich aanvankelijk aan bij de presbyterianen, maar later koos hij de zijde van Karel I, omdat hij tegen een wereldlijke regering door geestelijken (lees: presbyterianen) was. Door dit standpunt belandde hij een tijdje in de gevangenis.

In 1644 vormde Montrose in opdracht van Karel I een kleine legermacht, die snel door de ruige Hooglanden kon marcheren. Het leger doorstond zware omstandigheden en voedselgebrek; het voerde een guerilla-oorlog, die in de Schotse wildernis bijzonder effectief was. Bovendien waren de presbyteriaanse tegenstanders van de markies slecht geoefend, waardoor hij spectaculaire overwinningen kon behalen, zoals de Slag bij Inverlochy.
Montrose kreeg in 1645 tijdelijk controle over bijna geheel Schotland.

De royalisten slaagden er echter niet in om de geboekte terreinwinst te behouden. Doordat Montrose toestond dat enkele steden door zijn leger werden geplunderd, verloor hij veel sympathie. Vervolgens viel zijn leger uiteen en zo verloor hij op 13 september 1645 de Slag bij Philiphaugh.

Montrose vluchtte naar Noorwegen en zijn leger werd uit vergelding door de Convenanters afgeslacht.

Karel I
Karel I was sinds 1625 koning van drie koninkrijken, maar in 1646 was hij – na enkele verloren veldslagen – gedwongen zich over te geven aan de Convenanters, die hem een jaar later in ruil voor £ 100.000 overdroegen aan het Engelse parlement, dat gecontroleerd werd door Oliver Cromwell.

Vervolgens deden de presbyterianen moeite om Karel I weer op de troon te krijgen, omdat de koning beter uitzicht bood op een onafhankelijk Schotland dan Cromwell. Die poging strandde tijdens de Slag bij Preston op 16-19 augustus 1648, waarbij Cromwell een eclatante overwinning behaalde.

Karel I werd op 30 januari 1649 in Londen onthoofd, hij werd 48 jaar. Daarna regeerde Cromwell tot zijn dood in 1658 met harde hand over Engeland, Schotland en Ierland.

In maart 1650 keerde Montrose terug naar Schotland om het – door wraak gedreven – op te nemen voor Karel II, de zoon van de geëxecuteerde koning. Hij kreeg echter weinig steun en verloor op 27 april de Slag bij Carbisdale. Hij werd gevangen genomen en op 21 mei in Edinburgh opgehangen, 37 jaar oud.

Markies van Argyll
Achibald Campbell, de 1e Markies van Argyll was feitelijk de leider van de Schotse regering en een belangrijke tegenstander van Montrose.

Onder leiding van Argyll gingen de presbyterianen Karel II steunen, nog steeds hopend op een onafhankelijk Schotland en uit afkeer voor de executie van Karel I. Karel II landde op 23 juni 1650 in Schotland, komend uit Den Haag. De Schotten werden op 3 september in de Slag bij Dunbar echter verpletterend verslagen door het leger van Cromwell. Karel II vluchtte in 1651 naar Frankrijk.

Argyll verloor zijn machtspositie en ging bankroet.

Bloedige episode
Op de slagvelden van de Oorlogen van de Drie Koninkrijken stierven 28.000 man, maar meer nog stierven er aan ziekte, terwijl nog eens zo’n 45.000 burgers slachtoffer werden van ziekte (pest) en oorlogshandelingen.

Pas toen in 1660 aan het regime van Cromwell en zijn zoon een eind kwam, besteeg Karel II de troon. Hij werd in 1685 opgevolgd door zijn zoon Jacobus II; lees mijn blogpost “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober 2014 om te weten hoe het met hem afliep.

De Markies van Argyll werd door Karel II van hoogverraad beschuldigd en op 27 mei 1661 in Edinburgh op 54-jarige leeftijd onthoofd op een ‘prototype’ van de guillotine, de ‘Maiden’.

Samenvatting
Met de infographic hieronder vat ik deze geschiedenis samen. 


Voor meer informatie over deze periode in de Schotse geschiedenis verwijs ik naar “A History of Scotland” door Neil Oliver (2009).