maandag 19 oktober 2015

Zijn wij niet allen patiënten?

De moderne mens brengt een groot deel van zijn tijd onder dak door, in kantoren, fabrieken en thuis. En dat kan niet ongestraft. Hierbij mijn ervaringen.


In de post “Van visvijver naar Toverberg” van 24 maart 2014 vertelde ik hoe ik vanwege een botbreuk in het ziekenhuis belandde. Terwijl ik nog herstellende was, ontving ik van het ziekenhuis een uitnodiging voor een botonderzoek.
Zo’n onderzoek is standaardprocedure voor personen van 50 jaar en ouder die een botbreuk hebben opgelopen.

Eerlijk gezegd had ik weinig trek in dat onderzoek. Het zou mij op voorhand tot patiënt bestempelen, terwijl ik me kerngezond voelde. Niet voor niets gebruiken ziekenhuizen het modernistische eufemisme ‘cliënt’. Toch ben ik gegaan.

Botonderzoek
Het zgn. DEXA-onderzoek (Dual Energy X-ray Absorbtiometry) behelst dat je lichaam bij je heupen onder een röntgenscanner wordt opgemeten. Dit wordt gevolgd door bloedafname.

Als je eenmaal onderwerp van medisch onderzoek bent, wil je ook de uitslag weten. Welnu, het bleek dat ik een milde vorm van botontkalking (osteoporose) had: osteopenie, een gevolg van vitamine D-insufficiëntie.
En wat kan ik daaraan doen, dokter,” was mijn vraag. Het antwoord luidde: vitamine D slikken, extra zuivel voor de calciumopname en over drie jaar het onderzoek nog eens herhalen.

Ik moest dus tabletten gaan slikken en was zo inderdaad patiënt geworden.

Maar zijn wij niet allen patiënten als het om vitamine D gaat?

Vitamine D
In de post “Eet je smakelijk of liever gezond?” van 28 september 2015 over “De voedselzandloper“ van Kris Verburgh noteerde ik het belang van ‘intelligente’ voedingssupplementen, zoals vitamine D.

De ontdekking van die voedingsstof hangt samen met de situatie in het laatnegentiende-eeuwse Engeland. Kinderen groeiden daar op in sterk vervuilde industriesteden en zagen amper daglicht. Het gevolg was een gebrekkige ontwikkeling van het skelet, wat zich uitte in O-benen, een symptoom van de Engelse ziekte (rachitis). Deze botaandoening ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium.

Het lichaam maakt onder invloed van zonlicht vitamine D aan uit een provitamine, dat van nature in de huid aanwezig is. Sinds 1930 wordt de vitamine ook kunstmatig geproduceerd in een fotochemische fabriek.

Volgens de overlevering werd het procedé bij toeval ontdekt door de bekende industrieel Anton Philips, die thuis in een zolderkamer bezig was met UV-lampen. Hij ging zo op in zijn werk, dat hij zijn vrouw vroeg de avondmaaltijd naar boven te brengen: mosselen. Hij bemerkte dat die mosselen onder de lamp verkleurden, door de omzetting van cholesterol in vitamine D.

Dit omzettingsverschijnsel werd door twee onderzoekers van het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven, Reerink en Van Wijk verder ontwikkeld. Dat leidde tot een nieuw bedrijf: Philips-Duphar te Weesp (sinds 1959 onder die naam). De productie van vitamine D begon daar in een voormalig magazijn van chocoladefabrikant Van Houten. De vitamine werd aan chocoladepastilles toegevoegd ter vervanging van levertraan. De cholesterol voor de productie van de vitamine haalt het bedrijf uit wolvet, dat voorkomt in de wol van schapen.
Philips-Duphar werd in 1990 verkocht aan het Belgische bedrijf Solvay.

Dit is een mooi voorbeeld van serendipiteit, want Reerink en Van Wijk waren eigenlijk bezig met het ontwikkelen van de hoogtezon om rachitis met UV-licht te genezen.

Het geheim van een opgewekt humeur
De meeste geleerden zijn het erover eens dat het innemen van extra vitamine D nuttig is, in tegenstelling tot vele andere stoffen, zoals vitamine C, die we via een doorsnee-Westers voedingspatroon voldoende binnen krijgen.

Vitamine D is nodig voor sterke botten en voor voldoende spierfunctie. Het ondersteunt de weerstand én het draagt bij aan een goed humeur – vandaar dat ik de laatste tijd zo opgewekt rondloop en vandaar ook het tussenkopje boven deze paragraaf, naar de roman van H.C. ten Berge (1986).

Behalve vitamine D is meer nodig voor sterke botten, zoals voldoende beweging, training met gewichten, calcium, magnesium, een gezonde lifestyle, weinig koolzuur (via frisdrank), geen stress en vitamine K2.
Over deze factoren zijn de geleerden minder eenduidig dan over vitamine D. Zo blijkt extra calcium volgens recent onderzoek weinig zoden aan de dijk te zetten.*)

Wel is vitamine K2 belangrijk vanwege het activeren van enzymen die de calciumhuishouding reguleren en verkalking van zachte weefsels en ontkalking van de botten tegengaan. Vitamine D versterkt de effecten van vitamine K, dat we via zuivel, vooral kaas, binnenkrijgen.

Zoals in de inleiding gesteld, de moderne mens ziet te weinig zonlicht, hij zit teveel binnen. En zo ontwikkelde vitamine D-gebrek zich van een armoede- tot een welvaartsfenomeen.

Het tweede onderzoek
Drie jaar lang slikte ik braaf elke dag vitamine D, een capsule van 800 i.e. (dat is tweemaal de aanbevolen hoeveelheid) en at ik me het schompes aan kaas. Ik was dan ook zeer benieuwd naar de uitkomsten van het tweede onderzoek, dat recentelijk plaatsvond.

Maar voordat ik de resultaten opsom eerst een commercial break.

Zelf je vitamine D meten
Geen enkele 50-plusser – of iemand die veel binnen zit – zal wachten tot hij een been breekt om een botonderzoek te ondergaan. Maar wél je kun je zelf je vitamine D meten zonder bloedafname in een ziekenhuis.

Op Brightlands Chemelot Campus is het jonge bedrijf Dried Blood Spot Laboratory (DBSL) gevestigd, dat een eenvoudige methode van bloedonderzoek heeft ontwikkeld. Daarmee kunnen gehalten aan medicijnen, vitaminen en andere stoffen in het bloed worden vastgesteld. De bloedmonsters worden door middel van een vingerprik afgenomen, wat iedereen kan doen; DBSL verricht de analyse.

Via het bedrijf Vital Orange brengt DBSL een test voor consumenten op de markt, waarmee het vitamine D-gehalte kan worden bepaald. Ik mocht deze test ondergaan.

Ga voor meer informatie naar www.dbsl.nl.

De resultaten
De onderzoeksresultaten hebben betrekking op de botdichtheid op twee meetpunten en het vitamine D-gehalte in het bloed. De interpretatie vergt enig statistisch inzicht.

Botdichtheid
De gemeten waarden worden vergeleken met 30-jarigen (zij hebben de hoogste botdichtheid) en leeftijdgenoten.

Vergeleken met 30-jarigen zijn mijn waarden T = -1,8 voor meetpunt 1 en T = -1,5 voor meetpunt 2. D.w.z. dat mijn botdichtheid 1,8x resp. 1,5x de standaarddeviatie naar beneden afwijkt van het gemiddelde, wat erop neerkomt dat (uitgaand van een normale verdeling) 96% resp. 93% van de 30-jarigen een betere score heeft dan ik. Dat is niet best, maar iets beter dan drie jaar geleden, want toen waren de scores T = -2,0 en T = -1,6, wat erop neerkomt dat 97% resp. 94% van de 30-jarigen een betere score had.

De situatie is dus stabiel gebleven. Bij een T-score lager dan -2,5 wordt de diagnose botontkalking (osteoporose) gesteld.

De metingen worden ook vergelijken met leeftijdgenoten. Dan zijn de resultaten Z = -1,4 voor meetpunt 1 en Z = -0,6 voor meetpunt 2. D.w.z. dat mijn botdichtheid 1,4x resp. 0,6x de standaarddeviatie naar beneden afwijkt van het gemiddelde, wat erop neerkomt dat 92% resp. 73% van mijn leeftijdgenoten een betere score heeft dan ik. Dat is nog steeds niet geweldig, maar wederom beter dan drie jaar geleden, want toen waren de scores Z = -1,6 en Z = -0,8, wat erop neerkomt dat 94% resp. 79% van mijn toenmalige leeftijdsgenoten een betere score had.

In vergelijking met mijn leeftijdsgenoten heb ik dus een kleine verbetering bereikt. Diagnostisch heeft de Z-score vooral betekenis voor 70-plussers.

Vitamine D-gehalte
Het vitamine D-gehalte in mijn bloed bedraagt 72 nmol/liter, een forse verbetering ten opzichte van drie jaar geleden (36 nmol/l), maar lager dan de DBSL-test van enkele maanden tevoren (91 nmol/l).
De beoordeling is daarmee verbeterd van “onvoldoende” (30-50) naar “voldoende” (50-75), ofwel naar “goed” (“> 75”) op basis van de DSBL-bepaling.

Conclusie van de dokter
Er is geen verdere achteruitgang in botdichtheid.

Mijn conclusie
Vitamine D slikken is en blijft voor mij noodzakelijk en ik neem nog een blokje kaas terwijl ik dit schrijf (dit past ook in de Voedselzandloper).

Naschrift
De arts in het ziekenhuis vertelde dat vitamine D sinds kort via de zorgverzekering wordt vergoed. Zij schreef dus een apothekersrecept uit voor colecalciferol (vitamine D3). Voorlopig haal ik mijn vitamine D op eigen kosten bij de drogist (in Duitsland), want via de apotheek wordt het weliswaar vergoed, maar daarvoor wordt eerst mijn eigen risico aangesproken.

*) NRC Handelsblad, 30 september 2015.