maandag 14 september 2015

Het leven is als een schuimparty

De filosofische vraag “Waar bevindt de mens zich?” verschaft begrip in de ontwikkeling van het jonge mensenleven en in die van beschavingen. Het leidt ook tot een beter inzicht in de plaats van de mens in de moderne samenleving.


Voor een zoektocht naar ‘WAAR’ de mens zich bevindt, maakt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk gebruik van de metaforen ‘bellen’, ‘globes’ en ‘schuim’. De kennis daarover noemt hij ‘sferologie’ en daarbij onderscheidt hij microsferologie, macrosferologie en plurale sferologie.

De blogpost “Waar de zeepbel uiteenspat” van 13 april 2015 ging over de plaats waar de mens zich bevindt aan het begin van zijn leven, in een ‘bel’ die wordt gekenmerkt door geborgenheid – de microsfeer. De post “Wat je kunt leren van een bol” van 1 juni 2015 ging over de wijze waarop mensen sinds de Oudheid samenleven op een ‘globe’ in een bedreigend universum – de macrosfeer.

In “Sphären III – Schäume: Plurale Sphärologie” (“Sferen III – Schuim: plurale sferologie”; 2004) beschrijft Sloterdijk hoe het leven zich in de huidige tijd ontwikkelt. In de moderne samenleving zoekt de ene mens bescherming tegen de andere met behulp van techniek en veiligheidsstructuren in de vorm van de welvaartsstaat, de wereldmarkt, media, netwerken, verzekeringspolissen en telecommunicatie (voor het totaal daarvan gebruikt Sloterdijk de biologische term ‘immuunsystemen’).

Volgens Sloterdijk zijn samenlevingen niet homogeen. De moderne samenleving is als ‘schuim’: een aggregaat van cellen, ruimten, processen, microsferen – van paren, huishoudens, bedrijven, verenigingen, bonden, clubs en genootschappen. Deze cellen grenzen aan elkaar als de afzonderlijke bellen in een schuimberg, ze liggen in lagen op of onder elkaar. Daardoor zijn de cellen niet echt voor elkaar bereikbaar en evenmin effectief van elkaar te scheiden.

Dit wordt concreet zichtbaar in de architectuur van hedendaagse steden, met name in de twee succesvolste architectonische innovaties van de 20e eeuw: het appartement en het stadion (daarnaast zijn er de congrescentra, jaarbeurscomplexen, vergadercentra, conferentiehotels, clubgebouwen, enz.).

Het appartement is de plaats van de symbiose van het alleenstaande individu met zichzelf en zijn omgeving met behulp van individualiserende woon- en mediatechnieken (in Sloterdijk’s taal: de verschuiming van het individu in egosferische cellenconglomeraten).
Het stadion is als een architectonische collector voor grote aantallen fysiek geaggregeerde mensen, voor opgewonden massa’s (de verschuiming van de menigte in grote containers). Sleutelwoorden voor dergelijke collectoren zijn: Olympische Spelen, Russische Revolutie en fascisme.

Vooral in de seriële, modulaire bouw van appartementen komt de schuimstructuur zichtbaar tot uitdrukking: schuimcellen met gemeenschappelijke scheidingsinstallaties (wanden, deuren, gangen, straten, hekken, grenzen, doorgeefluiken, media).

 
Translated Vase, Yee Soo-Kyung (2012)

Negen-dimensionale structuur van de antrotoop
Sloterdijk karakteriseert constructies als appartementen en stadions aan hand van de negen dimensies van de zgn. antrotoop oftewel de plaats waar mensen samen-zijn:

1. De chirotoop: de handelingsomgeving waarin mensen werktuigen hanteren, zoals werpgerei en slagmiddelen, en waarin hem taken worden opgelegd. Met werpgerei leren mensen om op afstand te handelen, waarbij de hersenen steeds complexere prestaties leveren – actio in distans. Slagmiddelen als hamers en bijlen markeren het begin van de productie met technische middelen.
De appartementskeuken is een chirotoop in miniatuur. Wie zichzelf vanuit de eigen keuken verzorgt, speelt de dubbelrol van gastheer en gast, resp. kok en eter.

2. De fonotoop: de akoestische stolp waaronder samenlevenden naar elkaar luisteren en met elkaar spreken; elkaar-horen leidt tot erbij-horen. Individualiteit veronderstelt stilte-eilanden waarop het individu zich kan terugtrekken om de 'eigen stem' te ontdekken. Waarheid wordt gevonden waar stilte heerst (Augustinus).
Het stadion is een deinende fonotoop, waarin honderdduizend stemmen een lawaaistolp over de aanwezigen zetten. Voorzien van radio, televisie en telefoon kan ook het appartement als fonotoop worden gezien.

3. De uterotoop: de geboorteplaats van mensenkinderen en daarmee het vrouwelijke element van de antrotoop. Hier komt het saamhorigheidsgevoel van mensen tot uitdrukking, met name in de binding tussen moeder en kind.

4. De thermotoop: de verwenningsruimte, waarvan de haard een duidelijk teken is. De thermotoop is de plek waar de groepsleden het directe warmtevoordeel van het vuur (meer algemeen: comfortervaringen) ervaren. Aangezien er niet genoeg voordelen voor allen zijn, is er een geschiedenis van gevechten tussen verwenningsgroepen. Moderne vormen van de thermotoop zijn de verzorgingsstaat, de consumptiemaatschappij, de belevenismaatschappij, de fun society.

5. De erotoop: het veld van de verlangens en de afgunst. Hier geldt het tiende gebod om de gevaarlijke concurrentie van de begeerte een halt toe te roepen: gij zult niet begeren. Want hier geldt ook het principe van de mimetische begeerte: mensen hebben de neiging om – elkaar imiterend – wat een ander heeft ook zelf te willen hebben (René Girard).
Het appartement is als studio voor de verwerking van frustraties een erotoop in miniatuur.

6. De ergotoop: de plaats waar mensen coöperatief de last van hun taken verdelen. Dergelijke inspanningsgemeenschappen komen vooral tijdens stresssituaties, in ‘noodgevallen’ tot uitdrukking.
Het appartement is een ergotoop, als toneel van sportieve zelfzorg: de bewoner als trainer en pupil – je moet immers in conditie blijven.

7. De alethotoop: de plaats waar kennis gedeeld wordt. Daarbij ontstaat een tweedeling tussen wetenden of experts (sjamaan, priester, ziener, schrijver, filosoof, wetenschapper) en leken (stamlid, analfabeet, patiënt, gelovige, krantenlezer, toeschouwer).
Met de bewoner als leraar van zichzelf (autodidacten) is het appartement een alethotoop. Hier kan men zich (met zijn populairwetenschappelijke boeken en tijdschriften) zonder getuigen wijden aan de boekhouding van de onloochenbaar eigen onwetendheid [en aan het schrijven blogs, KB].

8. De thanatotoop: de zone voor de voorouders ofwel het district van de goden (theotoop). Godenfiguren werpen licht op de stress die van buiten de menselijke ruimte komt, bijvoorbeeld van voorouders, natuurlijke agressie en catastrofes alsmede van nieuwe waarheden die voortvloeien uit uitvindingen en ontdekkingen. Als grenspolitie werd in de vroege theotopen de priester aangesteld, met het offer als methode om de indringers aan gene zijde tevreden te stellen.

9. De nomotoop: de wereld van de normen, die zorgt voor stabiliteit van samenlevingen: zeden, recht en wet, regels, productieverhoudingen, ruilverhoudingen, arbeidsdeling, taalspelen, levenswijzen, instituties, orderegels, orderregels. De bekendste norm is de categorische imperatief: je mag alleen die dingen willen waarvan je kunt willen dat ook anderen ze willen.

Transformerende religies
Sloterdijk spreekt hierboven over de thanatoop en de theotoop (dimensie 8). In de moderne tijd is de aandacht voor voorouders en goden verflauwt. De museale religies jodendom en christendom transformeren zichzelf en volgens Sloterdijk zou deze transformatie zich wel eens kunnen ontpoppen tot een van de invloedrijkste spirituele feiten van de komende tijd. Dit heeft te maken met de derde transcendentie: de menselijke ander – de xenotoop. De ander is de vermoorde die mij met de vraag bezoekt waarom ik op het tijdstip van het misdrijf belangrijker dingen te doen had dan hem te helpen. In de plaats van de nieuwtestamentische vraag "Wie is mijn naaste?" komt op mondiaal niveau: "Wie moet geholpen worden?"

Buiten de moderne samenleving, zoals hierboven beschreven, heersen vaak omstandigheden die alleen als volstrekte ontkenning van het menselijke potentieel moeten worden aangemerkt. Driekwart van de mensheid blijft verstoken van de kansen van het welvaartsklimaat.

Zie ook mijn blogpost “Scheiden doet verblijden” van 14 april 2014, waarin ik naar Sloterdijk verwijs.