maandag 25 mei 2015

Wat Chemelot bijzonder maakt

Alleen al in Duitsland liggen tenminste 48 chemische bedrijvenparken. Tel daarbij terreinen elders in Europa en er keus te over voor chemiebedrijven met investeringsplannen. Waarom zouden die voor Chemelot kiezen?


Chemiepark BASF Ludwigshafen
Een concurrent van Chemelot?

Op Chemelot is (onder voorwaarden) nog ruimte voor uitbreiding, voor meer chemische fabrieken. Dat is goed voor de werkgelegenheid, dus is het van belang om chemische bedrijven te verleiden om op Chemelot te investeren.

Dat valt niet mee. Chemische bedrijven zijn doorgaans multinationals die wereldwijd hun kansen verkennen. Daarbij komen vooral de opkomende economieën in beeld, China en India voorop. Ook vormen bepaalde voordelen van een regio een belangrijke overweging. Zo kan Amerika, met z´n relatief goedkope schaliegas, aantrekkelijk kan zijn. En wanneer dan uiteindelijk het besluit valt om in Europa te investeren, dan is er veel keuze uit vestigingsplaatsen.

Het is dus niet vanzelfsprekend dat men bij Chemelot uitkomt. Tegen de chauvinistische keuze van een Fransman om in Frankrijk te investeren, kunnen we sowieso niet op. Toch heeft Chemelot genoeg te bieden waardoor het zich van veel andere sites onderscheidt.

Parallelle ontwikkeling
Eerst de overeenkomsten: de historische ontwikkeling van verschillende chemieparken.

Chemelot was tot 2002 een DSM-terrein (800 hectare), totdat DSM een strategische koerswijziging inzette, die leidde tot de verkoop van vele fabrieken op de site. Om te beginnen de polyolefinen aan het Saoedische bedrijf SABIC, daarna de kunstmest aan het Egyptische bedrijf OCI Nitrogen en de EPDM-rubber aan het Duitse LANXESS. In 2006 bouwde het Japanse chemiebedrijf Sekisui een harsenfabriek op Chemelot en op dit moment bouwt QCP (Quality Circular Polymers) er een polymerenfabriek, waarbij kunststof verpakkingsafval als grondstof dient.

Soortgelijke ontwikkelingen hebben op andere sites plaatsgevonden – dikwijls pas tamelijk recent. Het stramien is: een dominante eigenaar van een chemieterrein wijzigt z’n strategie, verkoopt onderdelen die in nieuwe handen floreren, waardoor tegelijkertijd de positie van de oorspronkelijke eigenaar minder dominant wordt. Bovendien komen er, naast nieuwe chemiebedrijven, als gevolg van outsourcing nieuwe dienstverleners bij, zoals Intertek en DB Schenker op Chemelot. En – heel belangrijk – er wordt ingezet op de acquisitie van nieuwe activiteiten op de site (al dan niet chemie-gebonden).
Een ontwikkeling dus van een ‘monolithische’ site naar een ‘multi-company’ site.

We zien dit op bescheiden schaal in Ludwigshafen (Rheinland-Pfalz, 1.000 ha) en Schwarzheide (Brandenburg; 265 ha), beide sites zonder twijfel nog steeds gedomineerd door BASF. Uit een joint venture tussen BASF en het Engelse INEOS ontstond hier in 2011 een nieuw bedrijf voor styreen-houdende kunststoffen: Styrolution.
Vooralsnog is de acquisitie van nieuwe bedrijven hier meer gericht op toeleveranciers en (logistieke) dienstverlening dan op (concurrerende) chemiebedrijven. Op Schwarzheide vestigde zich begin dit jaar het Duitse bedrijf Proseat, een producent van autostoelen, dus geen chemiebedrijf.

Op de Zwitserse site Schweizerhalle (nabij Basel) is het biotechnologie- en farmaciebedrijf Novartis (in 1996 ontstaan uit een fusie tussen Ciba-Geigy en Sandoz) de dominante gebruiker. Met de overname van Ciba Spezialitätenchemie in 2008 verwierf BASF evenwel een fabriek op deze site.

In het Zuid-Franse Roussillon ligt het Osiris Chemicals Industry Platform (150 ha). Sinds de overname van Rhodia in 2011 is Solvay hier de dominante gebruiker (tot 1998 was dat Rhône-Poulenc). Sinds 2000 zijn hier vijftien nieuwe bedrijven ontstaan, ofwel met nieuwe activiteiten ofwel door overname van activiteiten van Rhodia. Het Amerikaanse bedrijf Hexcel bouwt in Roussillon voor $ 250 miljoen een fabriek voor koolstofvezels, gereed 2018.

De Spaanse stad Tarragona is strategisch gelegen aan de Middellandse Zee en de chemische industrie behoort er tot de top 5 in Europa. Ook BASF heeft er een terrein (112 ha), waar behalve zes BASF-fabrieken nog zes andere fabrieken zijn te vinden.

Vrijwel nergens zien we dat de oorspronkelijke gebruiker van een terrein zich zozeer terugtrekt als DSM op Chemelot. Van de circa dertig (clusters van) fabrieken is niet meer dan een handvol nog van DSM.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Zo heeft DSM – zonder activiteiten af te stoten – de site in Delft opengesteld voor nieuwe activiteiten onder de naam Biotech Campus Delft (36 ha). Als uitvloeisel daarvan werd hier recentelijk de Bioprocess Pilot Facility in gebruik genomen, waar landbouwafval dient als grondstof voor bioplastics en biobrandstof; DSM is een van de oprichters van deze proeffabriek.

De ontwikkeling van een chemieterrein kan ook ingrijpend verlopen: chemiebedrijf GPN verkocht in 2011 de Noord-Franse locatie Mazingarbe (180 ha) in z’n geheel aan de Spaanse explosievenfabrikant Maxam (in hetzelfde jaar werd GPN door Borealis overgenomen).

Wat maakt Chemelot bijzonder
Voor investeerders is Chemelot niet zozeer bijzonder vanwege z’n chemische fabrieken. De producten die op Chemelot worden gemaakt, worden ook elders in Europa geproduceerd, zij het op verschillende sites. De bedrijven op Chemelot ontmoeten zo hun concurrenten.
Ook de beschikbaarheid van voorzieningen, zoals elektriciteit, stoom, stroom, water en industriële gassen, moeten vooral als qualifiers worden beschouwd. Wél bijzonder is de koepelvergunning van Chemelot, de omgevingsvergunning die voor de site in z’n geheel is afgegeven.

De aanwezigheid van een campus met een grote capaciteit aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van hoogwaardige materialen, biobased materialen en biomedische materialen maakt Chemelot niet uniek, maar wel opmerkelijk. De aanwezigheid van onderzoeksactiviteiten wordt namelijk ook geclaimd door enkele andere chemische locaties, waaronder ValuePark bij Leipzig (Sachsen-Anhalt: Fraunhofer).

Wat Chemelot uniek maakt, is de aanwezigheid van opleidingen in de chemie op verschillende niveaus: Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL; mbo en hbo) en Maastricht Science Programme (bachelor). Binnenkort hoopt de Universiteit Maastricht er te kunnen starten met een master Bio-based Materials.
Er zijn weliswaar nog enkele sites waar bedrijfsopleidingen worden aangeboden, waaronder Industriepark Höchst (nabij Frankfurt am Main, Hessen; Provadis), maar Chemelot is een chemiepark waar daadwerkelijk een universiteit is gevestigd. Jonge mensen studeren er temidden van de chemische activiteiten, waaraan ze later een bijdrage kunnen leveren.

Bedenk ook dat bedrijven die op de campus ontstaan en tot ontwikkeling komen, op het industrieterrein kunnen doorgroeien. 

Kortom, Chemelot Industrial Park en Brightlands Chemelot Campus vormen een ijzersterk koppel.

Een overzicht Europese bedrijventerreinen verscheen in de uitgave “Chemie Technik Special: Industrial Parks 2015” van de Duitse uitgever Hüthi: http://www.chemietechnik.de/hefte/anzeigen/201085